Synopsis
Afbeelding rechts: Opgeluchte overlevende gegijzelden bij hun aankomst op de luchthaven van Israël
27 juni 1976. Vlucht nr. 139 van Tel Aviv naar Parijs, een Airbus van AirFrance, maakt een tussenlanding in Athene. Zesenvijftig passagiers voegen zich bij de
190 reizigers die zich reeds aan boord bevinden. Onder hen zijn een aantal Palestijnse en Duitse terroristen. Zij kapen niet lang na take-off de Airbus en
dwingen de captain naar Entebbe, Oeganda, te vliegen. Daar staan de passagiers enkele vreselijke dagen te wachten. In het diepst geheim wordt in Israël
Operatie Thunderbolt opgezet. Met een adembenemende aet:ie bevrijden commando's van het Israëlische leger (IDF) de gijzelaars en doden de kapers.
Eén van de gijzelaars die het allernaal heeft meegemaakt is Jitschak David. Samen met zijn vrouw Hadassa stond hij doodsangsten uit. Zijn
persoonlijk verslag van deze beruchte kaping is één van de meest boeiende documenten die over deze dagen van angst en de momenten van redding en bevrijding
van de gijzelaars gesehreven zijn. Het feit dat David voor Entebbe ook Auschwitz overleefde en zijn herinneringen aan de Holocaust heeft verwerkt in zijn
verslag van de kaping, geeft aan dit verhaal een extra dimensie.
Jitschak David: "[..] opeens hoorden we een vrouw [Brigitte Kuhlmann] vreselijk schreeuwen. Iedereen keek in de richting van het gekrijs dat uit de eersteklas kwam. Binnen een paar seconden kwamen
de stewards en stewardessen tevoorschijn, met hun handen omhoog. Ze liepen naar de staart van het vliegtuig, met gezichten zo bleek als de dood. Sommigen
mompelden wat geruststellende woorden. De twee mannen die in Athene waren ingestapt, stonden op, duwden degenen die hun in de weg stonden aan de kant en renden
brullend naar de voorkant van het vliegtuig. In hun handen hadden ze pistolen en ontgrendelde handgranaten. Achter mij zei iemand: "We zijn door
terroristen gegijzeld."
Ik keek naar hun gezicht, en herkende hen inderdaad als de Arabieren die ik `neven' had genoemd toen zij instapten. Op hun gezichten lag angst, maar ze hielden
de wapens goed vast. Kennelijk waren ze daar goed in getraind. Bij de ingang van de eersteklas stond een vrouw in een blauwe jurk, met een bril. In haar
linkerhand had zij een pistool en in haar rechter een ontgrendelde handgranaat. Met een hese stem schreeuwde ze: `Handen omhoog'. Ze klonk hysterisch.
Afbeelding hiernaast: Kampala, 1974. Vrienden voor het leven: Idi Amin, de dictator van Oeganda bijgenaamd de 'Slachter van Afrika' en Yasser Arafat (Al Fatah / PLO)
Nog maar een paar ogenblikken tevoren werd er gezellig gekletst in het vliegtuig. Nu heerste er complete stilte. Iedereen was in zichzelf gekeerd en volgde vol
spanning en angst de bewegingen van de kapers. Niemand durfde te praten, slechts hier en daar klonk gefluister. Er klonken tranen in de stem van Hadassa toen
ze zei: "Jitschak, het gaat niet om ons, alleen om onze kinderen. Nu zullen ze ook opgroeien zonder ouders, net als wij." Uit de luidsprekers kwam
een stem die Engels sprak met een vreemd accent [Wilfred Böse]. "Hier spreekt Bazil El-Kubsi, de nieuwe gezagvoerder van het vliegtuig. Jullie vliegtuig is nu in handen
van de organisatie "Che Guevara", en de Gaza-eenheid van Het Volksfront voor de bevrijding van Palestina (PFLP), en het vliegtuig heet van nu af aan "Haifa"."
Hij praatte door over de vijanden van de PFLP. Hij beschuldigde Frankrijk van de oprichting van een nucleaire installatie in Israël en het verkopen van
vliegtuigen en wapens aan Israël. (Maar het vliegtuig was eigendom van Air France.) De stewards en stewardessen waren een beetje op adem gekomen na de
kaping, maar zagen er nu bezorgder uit. Ze bleven de passagiers bedienen en probeerden zelfs te glimlachen. Hun vertrokken glimlach en bleekheid toonden echter
wat ze werkelijk voelden.
Het fouilleren werd op een brutale en vernederende manier uitgevoerd en ging gepaard met het geschreeuw van de terroriste die Engels met een Duits accent sprak.
Ze herinnerde me aan een nazi uit de concentratiekampen. De gegijzelden die gefouilleerd waren, werden met naar hun plaats teruggestuurd. Het lukte Hadassa
naast me te gaan zitten en dat gaf ons een gevoel van veiligheid. Ook Itso en Lili zaten in de buurt en tijdens de vlucht lukte het ons zelfs met iemand van
plaats te ruilen zodat we weer samen waren.
De spanning steeg. Sommige passagiers vroegen of ze naar bet toilet mochten. Ze kregen toestemming met een handgebaar, maar voordat ze de we ingingen werden
ze gefouilleerd en werden hun spullen doorzocht. Veel mensen gingen maar liever niet. Misschien om de vernedering te vermijden en misschien ook uit angst om
de terroriste om toestemming te vragen. Lili en Hadassa gingen samen. We spraken hen moed in want ze waren bang op te staan en van ons gescheiden te worden.
"Ik ben de hele tijd bang dat ze gaat schieten, die nazi", zei Hadassa. "Ze lijkt beangstigend veel op de Blockführerin in Birkenau."
Verzet.org over links anti-Zionisme en de kaping van het Air France-vliegtuig
Antisemitisme, een oude bekende van links.
Wie zich afvraagt hoe het komt dat links tot extreemlinks in België en Nederland zich tegenwoordig zo vijandig opstelt tegenover Israël en ronduit anti-Zionistische
stellingen inneemt en propageert, houding die zich dikwijls uit in de gekende sterotiepe veralgemeningen over Joden in het algemeen en Israëli's in het bijzonder,
vind in de kaping van 1976 een opmerkelijke ideologische voorloper.
Het anti-Zionisme manifesteerde zich voor het eerst na de sociaal-culturele revolutie van
Mei '68 en kende haar eerste geweldadige opstoot in de jaren zeventig van de vorige eeuw tijdens de gijzeling in Entebbe. Het anti-Zionisme van toen vertaalde zich
toen de facto in puur anti-semitisch geweld tijdens die beruchte kaping van eind juni 1976, wanneer linkse extremisten en Palestijnse terroristen de handen in elkaar sloegen
tegen Joden en Israëli's.
De ganse gijzelingsactie in Entebbe stond onder de leiding van twee Duitsers: de toen 28-jarige Brigitte Kuhlmann en haar 27-jarige vriend Wilfred Böse waren leden van de West-Duitse terroristische
groep Revolutionäre Zellen (RZ). De 'Revolutionaire Cellen' was een extreemlinkse buitengewoon gewelddadige groepering geliëerd aan
de beruchte groep rond Andreas Baader en Ulrike Meinhof, leiders van de Rote Armee Fraktion (RAF).
Vlag en symbool van de PFLP, waaruit duidelijk haar einddoel blijkt: integrale en onvoorwaardelijke annexatie van Israël bij Jordanië.
Wat er dan met de Joodse Israëli's moet gebeuren laat zich raden: met de fysieke verdrijving en/of vernietiging van het Joodse Volk van Israël, wordt ook die vraag door Arabische 'democraten' onomwonden beantwoord....
Hun vier andere medekapers waren Palestijnse terroristen, Fayez Abdul-Rahim Jaber en Jayil Naji al-Arjam en nog 2 anderen, militanten van het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina van Wadie Hadad, het brein achter de kaping.
Het Popular Front for the Liberation of Palestine - External Operations / PFLP-EO werkte nauw samen met de organisatie van Abu Nidal en de West-Duitse RAF.
Eén van zijn beruchtste leden was Ilich Ramírez Sánchez, bijgenaamd de Jakhals. Na Al Fatah van wijlen Yasser Arafat wordt de PFLP als de 2de
grootste Palestijnse fractie beschouwd binnen de PLO.
Na de landing van het vliegtuig in Oeganda op 29 juni 1976 begint Wilfred Böse met de eerste Duitse selectie sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog ! en
het einde van het Derde Rijk: Joden worden gescheiden van de niet-Joden. Voor 49 niet-Joden is de kaping voorbij, zij worden vrijgelaten. "Zo heeft Hitler
vanuit zijn graf andermaal een overwinning behaald", zegt Jitzchak Hofi, Chef van de Mossad, Israëlische Geheime Dienst .
In die periode was dictator Idi Amin (1928 — 2003) aan de macht die van 1971 tot 1979 president was van Oeganda. Zijn regime wordt algemeen als één van de
bloedigste in de moderne Afrikaanse geschiedenis beschouwd. Hij droeg de bijnaam 'Slachter van Afrika': onder zijn bewind werden circa 300.000 mensen vermoord.
Met Idi Amin op hun hand voelden de kapers zich vrij zeker van hun zaak. De dictator had zich de dag voordien nog in het gezelschap van de gijzelnemers vertoond
samen met zijn zoontje in fantasie-uniform en zijn steun aan de Palestijnse zaak betuigd.
Wilfried Böse eiste de vrijlating van 53 personen die opgesloten zaten, waaronder 40 in Israëlische, één in Frankrijk en vijf in Kenia. Daarnaast eist Böse ook de vrijlating
van een aantal beruchte Duitse terroristen die in Duitse gevangenissen levenslange gevangenisstraffen uitzaten: Jan-Carl Raspe, Ingrid Schubert en Werner Hoppe van de Duitse RAF (Rote Armee Fraktion) rondom de Baader-Meinhoffgroep. Daarnaast eisten de Duitsers de vrijlating van Fritz Teufel, Ralf Reinders en Inge Viett van de extreemlinkse
stadsguerillagroep de 'Bewegung 2. Juni' die sinds de bomaanslag van 5 juni 1974 op het Turkse consulaat in Bonn achter de tralies zaten.
Daarna zal de gijzeling van 104 achtergebleven Joden en Israëli's zich dagenlang voortslepen tot op 4 juli 1976 een speciale elite-eenheid van het Israëlische leger een aanval
deed op het vliegtuig, die later bekend werd als Operatie Entebbe. Het IDF schakelde de gijzelnemers uit, bevrijdde de gegijzelden die onder een kogelregen in de vliegtuigen werden geladen en via Nairobi naar Israël gevlogen. Beide Duitse terroristen - Wilfried Böse en zijn vriendin Brigitte Kuhlmann - werden tijdens deze bevrijdingsactie eveneens door het IDF (Israëlische leger) doodgeschoten.
Naast
de zes tot zeven gedode terroristen kwamen ook 45 Oegandese soldaten om het leven in Entebbe, alsook vier Joodse gegijzelden en één Israëlische
soldaat. Die soldaat was uitgerekend kolonel Jonathan 'Yoni' Netanjahu, commandant van de speciale elite-eenheid en spilfiguur van de bevrijdingsactie. Yoni
was tevens de oudere broer van de latere minister-president van Israël Benjamin Netanjahu. Yoni wordt sindsdien in Israël geëerd als nationale oorlogsheld.
Drie gegijzelden sneuvelden: Jean-Jacques Maimoni, Pasko Cohen en Ida Borochovitch. Een vierde gegijzelde werd later vermoord. Een van de passagiers die in Entebbe tot de groep vrijgelatenen behoorde, was de 75-jarige weduwe Dora Bloch. Mevrouw Bloch was op basis van haar Brits paspoort als één van de niet-Israëli passagiers 'weg geselecteerd' en op 2 juli vrijgelaten. Echter, Dora Bloch bezat zowel de Britse als de Israëlische nationaliteit. Zij woonde Tel Aviv en was op weg naar New York voor het huwelijk van haar jongste zoon. Bij haar vrijlating was ze onwel geworden en werd zij na de Israëlische aanval opgenomen in het Mulago hospitaal van Kampala waar ze enkele dagen later overleed.
Lange tijd bleef haar lot en de oorzaak van haar dood onzeker. In mei 1979 werden 32 km ten oosten van Kampala haar stoffelijke resten door pathologisten geïndentificieerd, nadat een oorlog tussen Oeganda en Tanzanië een einde had gesteld aan de dictatuur van Idi Amin.
De hele waarheid omtrent haar tragische lot kwam pas veel later aan het licht. In april 1987 vertelde Henry Kyemba, de toenmalige Openbare Aanklager van het Oegandese Ministerie van Justitie, aan de Human Rights Commissie van Oeganda, dat Dora Bloch op bevel van president Idi Amin van haar ziekenbed was gehaald en vermoord werd door twee legerofficieren van het Oegandese leger. Idi Amin stierf op 14 augustus 2003 in Tanzania, waar hij sinds zijn afzetting in 1979 in ballingschap leefde.
Berlijn, 12 mei 2007: manifestatie van het Komitee für soziale Verteidigung (KfsV) voor de vrijlating van de leden van de RAF
(Rote Armee Fraktion) en de Revolutionäre Zellen De KfsV is de ondergrondse afdeling van de uiterste linkse Trotskistische Spartakist-Arbeiterpartei Deutschlands (SpAD)
In Duitsland betekende de kaping van het vliegtuig van Air France voor vele linksen het keerpunt in hun relatie tot geweld en extremisme. Joschka Fischer, tegenwoordig kopstuk van de Duitse Groenen en oud-vice-kanselier van Duitsland en in 1976 28 jaar oud, sympathiseerde openlijk met extreemlinks en had zich toen met „den Genossen im Untergrund eng verbunden“ gevoeld. Tegenwoordig kijkt hij naar de dood van Böse en Kuhlmann met andere
ogen: „Wenn sich Deutsche noch einmal dafür hergeben, Juden von Nicht-Juden zu selektieren, verdienen sie es nicht anders.“ De Revolutionären Zellen
zullen er nog heel wat langer over om zich uiteindelijk in 1991 van de kaping in Entebbe te distancieren.
In 1991 brachten de Revolutionäre Zellen een communique uit waarin ze spraken van een 'morele desintegratie die ons met de zwaarste hypotheek op de hedendaagse geschiedenis belast': "Het commando had gijzelaars genomen wier enige gemeenschappelijke
noemer eruit bestond dat ze Joden waren. Sociale kenmerken zoals herkomst of functie, de vraag naar de maatschappelijke stand of persoonlijke
verantwoordelijkheid, criteria dus, die eigenlijk aan onze praktijk ten grondslag lagen, speelden in dit geval geen rol. De selectie vond plaats naar nationale
criteria."
Jaren later verbaasden leden van de Revolutionäre Zellen zich over hun eigen onvermogen antisemitisme waar te nemen. "Pas toen leden van
neo-nazistische groepen in dezelfde trainingskampen in Jemen geschoold werden, ging men nadenken", schreven ze. Een absurde situatie: linkse revolutionairen
die trainen in hetzelfde kamp voor dezelfde strijd als de fascisten die ze zeggen te bestrijden. Pas toen het verband gelegd werd met extreem-rechts,
ging er een licht op bij de RZ-leden. Korte tijd later ontbonden de Revolutionäre Zellen zichzelve. En nu maar hopen dat deze geschiedenis
zich niet zal herhalen...
Lees ook deze boekbesprekingen op Verzet.org:
• Overval op Entebbe (William Stevenson)
• Helden van Israël. Zij waagden hun leven voor de Joodse staat (Michael Bar-Zohar)
Bekijk hier op Verzet.org de uitgebreide bibliotheek en documentatie over de
• Geschiedenis van Israël, de Joden en van het Israëlisch-Arabisch conflict
|