headerbanner
Aanbevolen boeken en AV-media:
Jood zijn is een avontuur (André Gantman)
Rosenstrasse; Margarethe Von Trotta; 2003; 1 DVD; speelduur 135 minuten; kleur
Saturday 11 October 2008
Home
Actueel
Het Waanzinnige Rijk
Hitlers Handlangers
Hitlers Gewillige Beulen
Vergeten vervolgden
Ware Helden
Collaboratie in België
Het verzet in België
NS docs / wetten
Varia
Boekenbank
Link Partners
Gastenboek
Auteur
Contact
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Het Kabinet van Dr. Marcel Petiot in Parijs PDF Afdrukken E-mail
Monday 11 July 2005
Artikel index
Het Kabinet van Dr. Marcel Petiot in Parijs
Een gruwelijke ontdekking
Dr. Marcel Petiot
De valse ontsnappingslijn
De Slachtoffers
Pagina 6
Bronnen

 

 

 

Een gruwelijke ontdekking

Begin maart 1944 stijgen sedert een week dikke rookkolommen uit de schouw boven het huis nr 21 in de Rue le Sueur in Parijs. De stank van verbrand en rottend vlees is bijna niet te harden en op 12 maart 1946 besluiten de buren om er maar eens de politie bij te halen. Wanneer twee agenten op hun fiets aan het bewuste pand aankomen, merken ze een bordje aan de voordeur met de laconieke mededeling: "Weg voor een maand. Zend de post door naar Rue des Lombards nr 18 in Auxerre" De agenten telefoneren naar het desbetreffende adres en krijgen een antwoord in de zin van: "Wacht maar, ik kom er meteen aan, niet naar binnen gaan en nergens aan zitten!"

Advokaten in het knekelhuis van Dr. Petiot, waar ze de beenderen tonen aan de pers.

De weifelende agenten worden door de buren op de hoogte gebracht van het feit dat de eigenaar van het huis, Dr. Marcel Petiot, een tweede residentie bezat slechts enkele kilometers verwijderd in de Rue Caumartin nr 66. Sommige spreken over de mysterieuze parade van bezoekers aan het ogenschijnlijk onbewoonde huis van Dr. Petiot de voorbije zes maanden, alsook de nachtelijke visite van een vreemdeling op een door paarden getrokken karos. Enkele maanden eerder waren twee vrachtwagens gestopt aan nr 21, de eerste laadde 47 koffers op terwijl de tweede truck tussen de 30 en de 40 zakken afleverde met onbekende inhoud.

De agenten, duidelijk verontrust door al die vertelsels, vinden het maar een bedenkelijke zaak en besluiten niet langer te wachten op de komst van de eigenaar. Ze laten de brandweer aanrukken en met een benauwd hart en schrik voor wat ze zouden kunnen aantreffen dringen de mannen het huis binnen. Het donkere huis met talloze kamers, gangen die doodlopen, donkere nissen en zijkamertjes, vormen een waar labyrint. Naarmate ze dieper in het huis dringen wordt ook de stank alsmaar ondraaglijker. Overal liggen 'objects d'arts', half open koffers met kleren en ondergoed en zeer oude boeken.

Wanneer ze aankomen op de benedenverdieping van het huis en de deur opentrekken slaat de stank hen haast buiten westen bij het zicht van wat ze daar aantroffen. Overal lagen op de grond lijken verspreid, of beter gezegd: brokstukken van lijken, armen, benen, borstkassen, sleutel- en kaakbeenderen. Op twee nog brandende kachels stonden grote potten met vlees en beenderen te sudderen. Uit één halfgeopende pot stak nog een arm uit. Overal stonden emmers en kommen rottend vlees. Op het aanrecht stonden hoofden waarvan lippen en wenkbrauwen waren weggesneden en van de meeste nog volledige lichamen waren de gezichten helemaal onherkenbaar gemaakt. In iets wat op een goot leek, stapelden de mensenresten zich hoog op, alles overgoten met ongebluste kalk. De agenten vonden verder talloze injectienaalden, gasmaskers en stukken gebit.

Veel tijd om hun gruwelijke ontdekkingstocht verder te zetten kregen de agenten niet. Totaal uit hun lood geslagen staan de agenten er beduusd wat bij te kijken wanneer net op dat ogenblik Dr. Petiot komt aangereden op zijn fiets. Al roepende "Ik ben de broer van de dokter!", liep een ongewassen en ongeschoren vieze man op de agenten toe en nam hen samenzweerderig apart: "Dit is een ernstige zaak," sprak de man "Mijn hoofd staat op het spel."

Speurders doen een gruwelijke ontdekking in de Rue le Sueur

Nadien, wanneer hij de agenten heeft gepolst dat het wel 'goede' Fransen waren, identificeerde Petiot de doden op de benedenverdieping als "Duitsers en volksverraders." Petiot beweerde dat hij "de leider van een Verzetsgroep" was, nog 300 dossiers in zijn bezit had in zijn huis in de Rue Caumartin "die moesten vernietigd worden vooraleer de vijand ze zal ontdekken.". De politiemannen, verbitterd door zovele jaren bezetting door de nazi's, wisten niet beter dan Petiot te laten gaan. Ze zouden zich later nog dikwijls voor het hoofd slaan voor deze stommiteit.

Zeven maanden zouden voorbij gaan vooraleer zij hem nog zouden weerzien...

Ondertussen werd het onderzoek op de plaats van de misdaad verder gezet. In de garage van Petiot vonden de agenten een grote stapel stoffelijke resten gemengd met ongebluste kalk waaruit ze een duidelijk herkenbare scalp en een kaaksbeen opvisten. In de stal was een put gegraven, gevuld met meer ongebluste kalk en lichaamsresten in verschillende staat van ontbinding. Op de trap die vanuit de kelder naar de tuin leidde, troffen de agenten een grote draagtas met daarin een vakkundig doorgezaagde halve romp zonder hoofd, compleet op een ontbrekende voet en vitale organen na.

Commissaris Georges-Victor Massu, een 33-jarige politieveteraan met meer dan 3.200 arrestaties op zijn rekening, nam onmiddellijk de leiding over het onderzoek en de speurtocht naar de dader(s). Massu onderzocht verder het huis. Hij noteerde in zijn uitgebreide verslag een aantal gootstenen, groot genoeg om het bloed uit complete lichamen te laten weg druipen. Hij trof er ook een achtkantige kamer aan die volledig geluidsdicht was gemaakt met aan de muren lange kettingen, beugels en handboeien bevestigd. In het midden van de toegangsdeur was een klein kijkgat aangebracht.

Cover van het boek van Thomas Maeder.

Op dat ogenblik bereikte commissaris Massu een telegram van het hoofdkantoor van politie in Parijs waarop stond: "Bevel van de Duitse autoriteiten. Arresteer Petiot. Gevaarlijke krankzinnige." Dat bericht van de nazi's leek te suggereren aan deze Franse patriotten dat Dr. Petiot een held van het verzet zou zijn. De Parijse autoriteiten ontdekten namelijk tot hun grote verbazing dat Petiot in mei 1943 was opgepakt door de Gestapo en na langdurige ondervragingen en folteringen in januari 1944 weer was vrijgelaten. Dat zou een perfect alibi voor zijn moordpartijen worden op zijn later gevoerde proces. In elk geval zorgde deze informatie ervoor dat op dat belangrijke ogenblik een nationale klopjacht op Dr. Petiot tijdelijk werd opgeschort. (zie verder)

Terug in de Rue le Sueur, verzamelden de onderzoekers de zwaar verminkte lichaamsdelen van minstens 10 verschillende slachtoffers. De lijkschouwer Albert Paul vertelde de verslaggevers dat het cijfer van 10 niet lang zou standhouden want dat het er op leek dat het er veel meer moesten zijn. Voor de identificatie van de lichamen werd zo goed mogelijk een inventarisatie gemaakt van de stoffelijke resten. De speurders noteerden 15 kilogram beenderen, 11 kilogram onverbrande fragmenten, 5 kilogram menselijk haar (waarvan meer dan 10 complete 'scalpen'), en drie volle vuilcontainers met lichaamsdelen die te klein waren om te identificeren.

De kranten publiceerden wat de speurder allemaal in de opslagplaatsen van het huis in de Rue le Sueur hadden aangetroffen: ongeveer 50 koffers met 655 kilogram aan textiel waaronder 28 dameshoeden, 29 bustehouders, 79 kostuums, 311 zakdoeken, 14 regenjassen, 77 paar handschoenen, 9 lakens, 13 kussens, 87 handdoeken, 120 onderjurken, 90 jurken, 57 paar schoenen, 26 tassen en een kinderpyama. Het fascistische weekblad Je suis partout kapittelde: "Eindelijk een Fransman die de Duitsers op niveau concurrentie aandoet."

Bij de eerste vaststellingen kon de lijkschouwer meedelen dat het oudste slachtoffer een 50-jarige man was en het jongste een 25-jarige vrouw. Geen enkel lichaam (-sdeel) vertoonde steek- of schotwonden, en niets dat wees op vergiftiging. Organische gifstoffen konden niet met zekerheid worden vastgesteld. In het appartement van Petiot in de Rue Caumartin troffen de speurders grote hoeveelheden aan van chloroform, strychnine en andere vergiftigde stoffen, plus 50 keer meer de normale voorraad die een apotheker in huis heeft aan heroïne en morfine. De chirurg die in het gruwelhuis van Petiot de lijken, doorgezaagde rompen en andere lichaamsbrokken onderzocht, meende dat de dader minstens een kenner, een arts of toch een medische student of slager aan de slag moest zijn geweest met de lichamen van de slachtoffers.

Het was de speurders duidelijk dat er iets vreemd aan de hand was met Dr. Petiot, maar die was spoorloos verdwenen. Patriot of crimineel, hij had kunnen ontkomen en liet de politie verbijsterd achter met drie brandende vragen: "Wie waren de slachtoffers in Rue le Sueur nr 21?", "Hoe zijn ze gestorven?" en uiteraard: "Waar was Dr. Petiot?"



Laatst geupdate op ( Saturday 07 July 2007 )
 
addtofav
Verzet.org maakt dankbaar gebruik van Joomla! en krijgt de technische ondersteuning van Antifa.net en VEDEZE van Blokwatch.
Ga naar top pijltje