Met de hulp van Wendelen werd de Groep uitgebouwd en heette voortaan Groep G. Wendelen. Vanaf dan verliepen de acties in overleg met de Britse Geheime Dienst (SOE). Wendelen vormde drie groepen in Brussel, Luik en Namen. In Luik werd de sabotagedienst geleid door George Marchand die ingenieur was bij het staalbedrijf Ougréé-Marihaye.
De nationale G-staf stond onder leiding van de nationale commandant, zijn adjunct en de drie verantwoordelijken voor de diensten "Actie", "Materiaal" en "Inlichtingen". De nationale leiding was in handen van Neuman, Altenhoff en Leclerq, Jean Burgers was coördinator. Richard Altenhoff was als ingenieur belast met het maken van het sabotagemateriaal.
Onder de staf bestonden er negen zones die overeenstemden met de activiteitsgebieden van Groep G. De zones waren ingedeeld in regio's, de regio's in sectoren en de sectoren in cellen van 15 manschappen. De cellen waren tenslotte ingedeeld in groepjes van drie. De celleider, het hoofd van een vijftien man sterke cel, moest de actie op een grondige manier voorbereiden, rekening houdend met de toegangswegen tot het objectief en de mogelijke uitwijkmogelijkheden. De moedigste en technisch bekwaamste manschappen werden aangeduid om de springstoffen te plaatsen. De anderen kregen dan de opdracht om de veiligheid te verzekeren. Voor sabotage aan het spoorwegennet werden meestal drie tot vier personen ingezet.
De nationale leiding stelde in overleg met het hoofdkwartier in Londen een sabotageprogramma op. Dit plan werd dan doorgestuurd naar de regio's en vervolgens naar de sectoren die instonden voor de realisatie. Verschillende leiders reisden in 1943 en 1944 af naar Groot-Brittannië om door de SOE opgeleid en getraind te worden als instructeur of radio-operator. Na hun opleiding werden ze terug boven België gaparchuteerd. Onder meer Henri Neuman, Léon Engelen, George Marchand en Léon Harnisfeger kregen dergelijke opleiding.
Wendelen keert verschillende malen terug naar Engeland en in augustus 1943 keert hij terug met de nodige fondsen en materiaal om de groep verder uit te bouwen. Bij volgende droppings kreeg de Groep G ongeveer 80 containers met wapens en sabotagemateriaal ter beschikking.
In juli 1943 werd Richard Altenhoff opgepakt en hij werd voor de 'dienst materiaal' opgevolgd door René Ewalenko. Wanneer in maart 1944 ook de leider Jean Burgers wordt opgepakt wordt Robert Leclercq de nieuwe coördinator tot aan de bevrijding in september '44. Andere leiders waren o.m. Josine Mardulyn, Robert Maistriau, Pierre Baudoux en Baron Walther de Sélys-Longchamps, een neef van die andere held Baron Jean de Sélys-Longchamps die beroemd werd met zijn aanslag op het hoofdkwartier van de Gestapo in Brussel op 20 januari 1943.