|
Pagina 3 van 9 De Nieuwe Orde dient zich aan: Verdinaso en VNV Tot 1930 waren de IJzerbedevaarten sobere ingetogen herdenkingen van oud-strijders en fronters van de Eerste Wereldoorlog maar dat zal met de oprichting van de Nieuwe Orde bewegingen snel veranderen. Na de economische en monetaire wereldcrisis van 1929 valt de Frontpartij uit elkaar. Oud-Fronter Joris Van Severen en Wies Moens stichten op 6 oktober 1931 hun anti-parlementaire en autoritaire Groot-Nederlandse Verdinaso en Staf de Clercq richt exact twee jaar later het V.N.V. (Vlaams Nationaal Verbond) op. Beide formaties betekenen de defintieve doodsteek van de Frontpartij. De militiebewegingen en de jeugdbewegingen van het V.N.V. domineren hoe langer hoe meer de IJzerbedevaarten. Het Gentse dagblad 'Vooruit' klaagt de katholieke monopolisering van de IJzerbedevaart aan, waar geen plaats meer is voor vrijzinnigen en schrijft na de 18de IJzerbedevaart op 31 augustus 1937: "..Het grieft ons diep te spreken over dat sjollen met Vlaamse doden, waarvan zonder enige twijfel de overgrote meerderheid werkjongens waren. Het was gedurende al de vorige jaren reeds erg, dat al de vrijzinnigen brutaal uitgesloten werden van de jaarlijkse dodenhulde. (..) Maar de perken zijn te buiten gegaan. De IJzerbedevaart is ontaard in een politieke manifestatie die vloekt met de herinnering van de jaarlijkse dodenhulde(..)Als er jongens zijn gevallen onder de leuze 'Vlaanderen voor Christus', wat evenwel nog niet betekent 'Vlaanderen voor het Vlaams-nationaal fascisme', dan ontbloten wij eerbiedig het hoofd voor die helden. Maar handen af van de onzen!" Op de 19de IJzerbedevaart van 21 aug. 1938 werden tijdens de traditionele bloemenhulde aan de Vlaamse gesneuvelden 207 kransen neergelegd: 48 daarvan waren afkomstig van het V.N.V. en één van de Duitse Hakenkruis Hitlerjeugd. Daarvoor reeds had het IJzerbedevaartcomité een delegatie van 60 Duitse oud-Frontstrijders ontvangen die een krans met een hakenkruisvlag deponeerden aan de voet van de IJzertoren. De voormalige Aktivist en Vlaamsgezinde socialist Firmin Mortier (1899-1972) schrijft in de Volksgazet op 29 aug. '39, een week na de 19de IJzerbedevaart: "Wij zijn van oordeel dat aan de voet van de IJzertoren, met walgelijker cynisme dan ooit gesold werd met de nagedachtenis van de Vlaamse gesneuvelden. (..) Deze dodenhulde is voor de doden een hoon geworden, geïnspireerd, geënsceneerd en geëxploiteerd door openlijke of verkapte VNV'rs. (..) De doden kunnen niet meer protesteren, maar liet men de levende oud-strijders uit Vlaanderen zich uitspreken over het 'zelfbeschikkingsrecht' zoals de leiders van de IJzerbedevaart dat opvatten, dan zou blijken hoe weinig verantwoord al deze retoriek rond het Kruis van de Heldenhulde (=IJzertoren) eigenlijk is. Zich op het 'testament van de doden' beroepen dat men... zelf heeft opgesteld, is al te gemakkelijk. (..) Wij spraken van gesol (met de Vlaamse doden). Het is erger: het is diefstal!"
|