|
|
|
Homoseksuelen in het Derde Rijk |
|
|
|
|
Thursday 11 September 2003 |
|
Pagina 1 van 6
Inleiding
Allen zijn we wel min of meer op de hoogte de omvang van de vervolging van de
joden, en van het verschrikkelijk lot dat hen is overkomen voor en tijdens de tweede oorlog. Na de oorlog is daar geleidelijk aan
enorm veel historisch onderzoek naar verricht en werden er moeizaam bedragen bijeen gebracht en/of ter beschikking gesteld voor
individuele uitkeringen, collectieve doelen en historisch onderzoek.
Veel minder bekend, en nauwelijks onderzocht is het lot van de Sinti en Roma zigeuners, het lot van bijvoorbeeld de Indische
gemeenschap (vooral in Nederland), het lot van de Jehova-getuigen, de mormonen, van de politieke gevangenen, van de
verzetsdeelnemers, mensen van afro- en Aziatische origine, bedelaars, 'asocialen', werkschuwen, (gewoonte-)misdadigers,
vrijmetselaars, en, na juni 1941, massa’s Russische krijgsgevangenen.
Zo is ook weinig bekend over het tragische lot dat de homoseksuele mannen en lesbische vrouwen overkwam. Zo werden zij zeer zwaar
getroffen en na de joden en de zigeuners, hadden zij de kleinste overlevingskans van ongeveer 40%. Aanvankelijk werden zij eerst in
Duitsland vervolgd, later in de geannexeerde delen zoals Oostenrijk en het Sudetengebied, en weer later toen de oorlog uitbrak in de
veroverde gebieden zoals Polen, Dantzig, het Memelgebied, en West- en Oost-Europa en delen van Noord-Afrika.
Paragraaf § 175
Al in 1928 bepaalde de NSDAP, op aanvraag van een homoseksuele organisatie die een
stemadvies wilde uitbrengen, haar Sexualpolitik. De stellingname ten aanzien van homoseksualiteit luidde:
"Wer gar an Mann-männliche oder Weib-weibliche Liebe denkt, ist unser Feind. Alles, was unser Volk
entmannt, zum Spielball seiner Feinde macht, lehnen wir ab, denn wir wissen, dass Leben Kampf ist und Wahnsinn zu denken,
die Menschen lägen sich einst brüderlich in den Armen. (...) Wir verwerfen darum jede Unzucht, vor allem die
Mann-männliche Liebe, weil sie uns der letzten Möglichkeit beraubt, jemals unser Volk von den Sklavenkette zu
befreien."
Voor de machtsovername van de nazi's op 31 maart 1933 bestond er de zogeheten Paragraaf 175, het verbod op seksuele
handelingen voor mannen van hetzelfde geslacht. Ook in de keizerlijke republiek en later in de Weimarrepubliek werden op basis van
Paragraaf §175 homoseksuelen gecriminaliseerd en een aantal van hen werd daadwerkelijk opgehangen. Het leidde echter maar
zelden tot echte vervolging. Zo leidden van de 13.189 veroordelingen tussen 1902 en 1932 slechts 14 gevallen (= 0.11 %) tot
tuchthuisstraffen. Maar dat zou snel veranderen onder de nazi's.
De Rosa-Winkel-Häftlinge, zoals ze na de oorlog werden genoemd vanwege de roze driehoek die hen werd opgespeld
als herkenningsteken, gingen bijzonder zware tijden tegemoet. Al in de eerste dagen van mei 1933 roofden de nazi's het beroemde
Institut für Sexualwissenschaft leeg en vernietigden het. De bibliotheek, de archieven en een buste van oprichter en directeur
Magnus Hirschfeld, één van de belangrijkste voorvechters van de emancipatie van homoseksuelen, werden in het openbaar
verbrand. Hirschfeld zelf verbleef toen als balling in Zürich. Hij had Duitsland in 1930 verlaten en was vanwege de toenemende
dreigementen van de nazi's niet naar zijn vaderland teruggekeerd.
Gesetzgeber §175 - 1 september 1935
Unzucht zwischen Männern
§ 175.
I. Ein Mann, der mit einem anderen Mann Unzucht treibt oder sich von ihm zur Unzucht mißbrauchen läßt, wird mit
Gefängnis bestraft.
II. Bei einem Beteiligten, der zur Zeit der Tat noch nicht einundzwanzig Jahre alt war, kann das Gericht in besonders leichten
Fällen von Strafe absehen.
Erschwerte Fälle
§175a.
Mit Zuchthaus bis zu zehn Jahren, bei mildernden Umständen mit Gefängnis nicht unter drei Monaten wird bestraft:
1. ein Mann, der einen anderen Mann mit Gewalt oder durch Drohung mit gegenwärtiger Gefahr für Leib oder Leben
nötigt, mit ihm Unzucht zu treiben oder sich von ihm zur Unzucht mißbrauchen zu lassen;
2. ein Mann, der einen anderen Mann unter Mißbrauch einer durch ein Dienst-, Arbeits- oder Unterordnungsverhältnis
begründeten Abhängigkeit bestimmt, mit ihm Unzucht zu treiben oder sich von ihm zur Unzucht mißbrauchen zu lassen;
3. ein Mann über einundzwanzig Jahre, der eine männliche Person unter einundzwanzig Jahren verführt, mit ihm Unzucht
zu treiben oder sich von ihm zur Unzucht mißbrauchen zu lassen;
4. ein Mann, der gewerbsmäßig mit Männern Unzucht treibt oder von Männern sich zur Unzucht mißbrauchen
läßt oder sich dazu anbietet.
Sodomie
§ 175b. Die widernatürliche Unzucht, welche von Menschen mit Tieren begangen wird, ist mit Gefängnis zu bestrafen;
auch kann auf Verlust der bürgerlichen Ehrenrechte erkannt werden.
|
|
Laatst geupdate op ( Saturday 29 March 2008 )
|
|
|