Voor de nazi's lag de natuurlijke bestemming voor de 'Arische' vrouw vast en dienden zij in de eerste plaats echtgenote en moeder
te zijn. De drie K's waren haar terrein: Kinderen, Kerk en Keuken.
Het parool voor meisjes was: rein blijven en rijp worden. De arbeidsdeling was sexespecifiek: mannen moesten betaalde arbeid
verrichten, vrouwen bij voorkeur veel kinderen baren. De bevolkingspolitiek was immers op toename van het geboortecijfer gericht.
Volgens Das Schwarze Korps, het orgaan van de SS, lijdt de 'echte' vrouw diep onder het ongehuwd zijn:
"Ze lijdt echter niet aan het ontbreken van het geslachtsverkeer, maar aan het ontbreken van een kind,
aan het feit dat ze haar bestemming tot moederschap niet vindt." Kinderloze huwelijken werden vlakaf als
"nationale desertie" bestempeld.
Daarbij werd homoseksualiteit als Rassenentartung, degeneratie van het ras gezien. Bij vrouwen leidde homoseksualiteit volgens
het gangbare cliché tot 'vermannelijking' en vermannelijking was taboe. "Zo moeten ook de militaristische rituelen en
uniformering van de nationaal-socialistische vrouwenbonden", aldus een verontruste Dr. J. Goebbels,
"voorzichtig worden gehanteerd."
Het NS-Frauenbuch stelde in 1934: "Als in de vrouwenkleding kenmerken van geslachtsvervaging zichtbaar
worden, zoals een nadruk op een smal onderlichaam en een breed bovenlichaam, waarbij dus mannelijke lichaamsvormen worden benaderd,
dan zijn dat degeneratieverschijnselen van een vreemd ras, dat vijandig staat tegenover de voortplanting en dus het volk ontwricht.
Gezonde rassen zullen verschillen tussen de geslachten niet kunstmatig vervagen."
Ook Heinrich Himmler hekelde de 'vermannelijking'
van de vrouw: "Wij mogen de kwaliteit van de mannenstaat en de voordelen van het mannenverbond niet laten
afglijden van ons hele leven; die gaat zo ver dat we onmogelijke dingen militariseren, dat wij niets zo perfect kunnen als mensen
laten aantreden, in het gelid staan en ransels pakken. Ik ervaar het als een ramp wanneer ik meisjes en vrouwen zie - vooral meisjes -
die met een volgepakt ransel door de omgeving trekken. Daar kun je misselijk van worden. Ik beschouw het als een ramp wanneer de
vrouwenorganisaties, vrouwengemeenschappen, vrouwenbonden actief zijn op een gebied dat elke vrouwelijke aantrekkingskracht, elke
vrouwelijke charme en waardigheid vernietigt. Ik beschouw het als een ramp wanneer wij de vrouwen zo vermannelijken dat op den duur
het verschil tussen de geslachten, de polariteit verdwijnt. Dan is het nog maar enkele stappen naar homoseksualiteit."
In het prenazi-tijdperk leefden er in Duitsland vrouwen zoals Lotte Hahm, die tussen 1926 en 1932 diverse
verenigingen en kroegen voor lesbische vrouwen leidde. De beroemdste daarvan was de damesclub Violetta, waar zij voor de meer
dan vierhonderd jonge zakenvrouwen, verkoopsters, arbeidsters en secretaresses die lid waren, lezingen en bootfeesten organiseerde.
Lotte Hahm kwam in 1933 in de gevangenis terecht nadat ze door de vader van haar vriendin was beschuldigd van 'verleiding van een
minderjarige'. Dat terwijl ze haar vriendin heel nadrukkelijk had gevraagd of ze wel boven de 21 was.
Of zoals de schrijfster Ruth Margarete Roelling die in 1928 een boek publiceerde over het lesbische uitgaansleven,
Berlins lesbische Frauen, waarin ze een pleidooi van tolerantie afsteekt, en dat op de index werd gezet. Er verschenen lesbische
tijdschriften als 'Die Freundin, Frauenliebe, Garcgonne, Ledige Frauen', en BIF (Blätter für ideale Frauenfreundschaft)
die in de schappen van elke kiosk lagen. De 'Garcgonne' had een oplage van tienduizend, de oplage van het meest gelezen 'Die Freundin'
moet nog hoger zijn geweest.
De door de seksuoloog Magnus Hirschfeld opgerichte 'Bund für Menschenrecht' die zich inzette voor de emancipatie van
homoseksuelen telde 48.000 leden in Duitsland, waaronder 1500 vrouwen. Een aantal homoseksuele mannen en vrouwen zouden in 1927
zelfs geijverd hebben voor de oprichting van een "Homoerotische Freiheitpartei".
Alhoewel mannelijke homoseksualiteit in Duitsland, zowel voor als na de machtsovername door de nazi's strafbaar was, gold dat
niet voor vrouwelijke homoseksualiteit. Lesbische vrouwen bleven verschoond van vervolging op grond van Paragraaf § 175, waarin
enkel de mannelijke homoseksualiteit werd geviseerd(!) Ook na de verscherping ervan in 1935 werden zij niet zo systematisch vervolgd
als de mannelijke homoseksuelen en zij die zich discreet en onverdacht gedroegen, of een schijnhuwelijk met mannelijke vrienden
sloten en zich min of meer hielden aan de verwachtingen van de maatschappij werden meestal met rust gelaten en overleefden.
Dat betekende overigens niet dat Duitse lesbiennes helemaal buiten schot bleven. In 1937 vaardigde Heinrich Himmler een decreet
uit met betrekking tot de 'preventieve misdaadbestrijding'. Op grond van dit decreet konden personen die als raciaal en sociaal
minderwaardig werden beschouwd, worden opgepakt en in een kamp gestopt, ook al hadden zij geen strafdelict gepleegd.
Hoe vaak deze maatregel werd ingezet tegen lesbische vrouwen is niet te achterhalen, omdat elk bewijs daarvoor ontbreekt. Als
lesbische vrouwen op grond van deze maatregel in een concentratiekamp terecht kwamen, bleven zij als zodanig 'onzichtbaar',
mede doordat geen enkele vrouw daar een roze driehoek droeg. Meestal kregen zij het etiket van politiek (rode driehoek)
of a-sociaal (zwarte driehoek) opgekleefd.