|
Die Swingjugend. Jongerenverzet tegen de nazi's |
|
|
|
|
Wednesday 13 August 2003 |
|
Pagina 3 van 9
Ontaarde Muziek in nazi-Duitsland
Op 24 mei 1938 werd de tentoonstelling "Entartete Musik" (Ontaarde Muziek) geopend, om het publiek te tonen welke werken de voorbije 5 jaren werden weggezuiverd. Sterke verdedigers van deze uitzuiverings-ideologie waren Drewes en een aantal van zijn partijvrienden uit Weimar.
Het visuele deel van de tentoonstelling werd begeleid door de vertrouwde slagzinnen. In sommige gevallen werden zij ondersteund door zelfbelastende citaten van gekende musici. Het duidelijkste en sensationeelste was de affiche van Krenek "Jonny spielt auf", waarop een zwarte saxofonist werd afgebeeld met een Davidster op zijn revers gespeld.
De tentoonstelling bestreek grondig het ganse repertorium van de muziek: zo werd vanaf Schönberg tot aan de werken van Brecht/Kurt Weill op afgegeven. Alsook een aanval op de jazz en de swingmuziek. De tentoongestelde objecten werden met muzikale voorbeelden ondersteund, die de bezoekers in speciale cabines konden beluisteren.
De negatieve orgie reisde met de tentoonstelling "Entartete Kunst" het hele Rijk door en moest de bezoekers er voor waarschuwen welke muziek het best moest vermeden worden. Dit festival zou vanaf dan (en tot aan het oorlogsjaar 1939) ook elk jaar plaats hebben in Düsseldorf, dat toen als het centrum van de muziek gold.
De belangrijkheid van de muziek zou tijdens de oorlogsjaren nog toenemen: zo werden vooral de legertroepen door muzikale uitvoeringen opgehitst voor de strijd en de aanvankelijke spectaculaire overwinningen met de Blitzkrieg, in de filmjournaals muzikaal ondersteund. De muziek moest de aandacht afleiden van de oorlog maar later en vooral ook van de toenemende nederlagen.
De staat kontroleerde via de Reichskulturkammer de kunsten en de musici verwachtten in ruil voor hun toewijding, een officiële opeising en hoopten op een rechtvaardige culturele vernieuwing en voldoening. Vele musici verwachtten dan ook vanuit het regime nieuwe arbeidsplaatsen en ondersteuning van hun creaties.
De moderne muziek ondervond veel weerstand bij de traditionalisten. Zo bepleitten zij dat kunst slechts ware kunst is, wanneer zij de Duitse natuur en traditie versterkt en verhoogd. De nationaal-socialisten waren het unaniem eens over dit gevoelen en kroonden zij Richard Wagner als de belangrijkse vertegenwoordiger en de Koning der Kunsten.
Voor het Derde Rijk waren muziek en politiek onlosmakelijk met elkaar verbonden. De componist Hans Pfitzner omschreef de moderne muziek (in het bijzonder jazz) als 'muzikale chaos' en 'het symbool van het bedriegen van de beschaving'. Hij identificeerde jazz met bolsjevisme, amerikanisme en jodendom.
Richard Eichenauer schreef het boek "Musik und Rasse" (Muziek en ras). Hier legde hij het verband tussen de joden met de moderne muziek die zogenaamd de aard van hun ras volgden. Eichennauer klaagde eveneens hun onevenredig grote aanwezigheid aan op de Duitse podiums en in de concertzalen. In werkelijkheid echter, waren de joden een veel te kleine minderheid, om de aangedikte crisis in de muziek te verklaren. Ironischerwijze hadden de joodse musici dezelfde traditionele smaak als hun publiek en hun vervolgers en werd hun kunst getypeerd als klassiek, laat-romantisch en folkloristisch (..)
|
|
Laatst geupdate op ( Sunday 29 April 2007 )
|