|
|
|
Saturday 28 May 2005 |
|
Pagina 1 van 3  Het programma van de (N.S.) D.A.P. van 24 februari 1920. Die 25 Punkte des Programms der NSDAP vom 24. Februar 1920 Na het einde van WOI op 11 november 1918 blijft Korporaal Adolf Hitler om den brode nog bijna een jaar langer onder de wapens. Hij krijgt een baantje op de politieke afdeling van het districtshoofdkwartier van het Duitse leger in München. Zijn taak is het om politieke informatie in te winnen omtrent- en het onderdrukken van zgn 'vijandige ideologieën'. In september 1919 krijgt de 30-jarige Adolf Hitler de opdracht om een onderzoek in te stellen naar de politieke activiteiten van één van de dozijnen splinterpartijtjes die na WOI zijn ontstaan: de D.A.P. (Deutsche Arbeiterpartei). De D.A.P. was op 5 januari 1919 in München opgericht door de journalist Karl Harrer (1890-1926), Gottfried Feder, Dietrich Eckart en Anton Drexler (1884-1942), die monteur was bij de spoorwegen. Drexler wordt voorzitter van de afdeling van München (de enige afdeling die op dat ogenblik bestaat) en Karl Harrer wordt Reichsvorsitzen (voorzitter). De D.A.P. kent een moeizame start. Wanneer Adolf Hitler, in opdracht van het leger als politiek informant, op 12 september 1919 voor het eerst in de bierkelder Sterneckerbräu een bijeenkomst van de D.A.P. bijwoont, zijn er amper 40 aanwezigen. Maar dat zal met zijn komst als geboren redenaar spoedig veranderen. Hitler raakt geïnteresseerd in de D.A.P. en hij wordt door Anton Drexler, die zijn bijzonder sprekerstalent en opruiend taalgebruik had opgemerkt, aangezocht om regelmatig de openbare bijeenkomsten toe te spreken. Op 16 oktober 1919 spreekt hij met succes in de Hofbräukeller. In november/december 1919 werken Drexler, Hitler en nog enkele anderen het 25 punten tellende partijprogramma uit dat ze op een openbare meeting op 24 februari 1920 voorstellen. Terzelfdertijd wordt ook de partijnaam van de D.A.P. gewijzigd in N.S.D.A.P. (National Socialistischen Deutschen Arbeiter Partei). Karl Harrer wordt opzij geschoven en Anton Drexler wordt de nieuwe partijvoorzitter, tot aan de zomer van 1921 wanneer Adolf Hitler hem zal opvolgen. Halverwege 1920 ontwerpt de derderangs aquarellenschilder Adolf Hitler eigenhandig de beruchte partijvlag met zwarte swastika in een witte cirkel op een rode achtergrond, hij ontwerpt ook de N.S.D.A.P.-vlaggen en later ook de vlaggen van de S.A. (Sturmabteilung). Omdat zijn meetings steeds meer toehoorders lokken en tegelijk ook meer opposanten, richt de partij midden 1920 een Ordedienst (Saalschutz) op die in augustus 1921 werd omgevormd tot de Gymnastiek en Sportafdeling van de partij en die op 15 oktober 1923 definitief herdoopt wordt in Sturmabteilung (S.A.). In december 1920 wordt -met de hulp van de Reichswehr (het leger)- het weekblad Münchener Beobachter opgekocht en omgedoopt naar de Völkischer Beobachter dat voortaan het partijblad van de NSDAP werd. Vanaf 8 februari 1923 zal het als dagblad verschijnen en een belangrijk instrument in de propaganda worden. Op 1 augustus 1921 maakt de kersverse N.S.D.A.P.-voorzitter Adolf Hitler korte metten met het principe van de interne democratie binnen de partij en vervangt ze door het leiderschapsbeginsel. Vanaf dan zal Hitler zich met Führer laten aanspreken. Na de mislukte militaire staatsgreep van 8 november 1923 -de Bierkellerputsch-, wordt de N.S.D.AP. verboden en Hitler verdwijnt voor een jaar achter de tralies. In de gevangenis van Landsberg dicteert hij aan zijn celgenoot Rudolf Heß, het eerste deel van Mein Kampf dat pas op 18 juli 1925 wordt uitgebracht. Het 2de deel ervan werd na zijn gevangenschap geschreven en uitgebracht op 11 december 1926. Op 20 december 1924 komt Adolf Hitler vervroegd vrij en enkele maanden later, op 27 februari 1925, wordt de NSDAP opnieuw opgericht. Hitler was in de gevangenis tot het besluit gekomen dat het beter was om de staat van binnenin te veroveren en neemt met zijn N.S.D.A.P. deel aan de Parlementsverkiezingen (Reichstagwahlen). Met de Rijksdagverkiezingen van 7.12.1924 behaalt de N.S.D.A.P. slechts 3% van de stemmen, in 1928 valt ze terug op 2,6%, maar op 14.09.1930 klimt ze op tot 18,30%. Op 31.07.'32 stijgt de NSDAP naar 37,3 % en kent ze op 6.11.1932 een lichte terugval naar 33,10%. Die minderheid van 33,10% van de kiezerstemmen zal volstaan om Hitler aan de macht te brengen. Op 30 januari 1933 wordt Hitler Rijkskanselier en dit betekent het einde van de Weimar Republiek. Vier weken later, 27 februari 1933, brandt het Duitse parlementsgebouw -de Reichstag- helemaal uit (brand die naar alle waarschijnlijkheid door de nazi's zèlf werd aangestoken). Hitler schrijft voor de vorm nog eenmaal Rijksdagverkiezingen uit, en de N.S.D.A.P behaalt op 5 maart 1933 aldus haar hoogste vooroorlogse score van 43,90%. Dit wel nadat voordien de oppositie al lelijk werd uitgedund door de SA, en het Von Papen-decreet van 4 februari 1933 'Verordening tot bescherming van het Duitse volk' (Verordnung zum Schutze des deutschen Volk), dat voorzag in de beperking van de persvrijheid en de preventieve hechtenis, en dat als wapen tijdens de verkiezingscampagne werd ingezet als middel om de kranten en bijeenkomsten van de oppositie te verhinderen. (De eerstvolgende verkiezingen -Bundestagwahlen- zullen pas plaatsvinden lang na de oorlog nl. op 14.08.1949). Met de Volmachtenwet (Ermächtigungsgesetz) van 23.3.1933, om het zogenaamde terrorisme te bestrijden, verwerft Hitler en zijn N.S.D.A.P. quasi onbeperkte bevoegdheden. Op 30 maart 1933 maakt Himmler op een persconferentie de oprichting bekend van het eerste concentratiekamp KZ Dachau, waar aanvankelijk politieke opponenten, communisten en a-socialen in worden opgesloten. Na het overlijden van de langdurig zieke Rijkspresident Paul von Hindenburg op 2 augustus 1934, verenigt Hitler de functies van president en kanselier in één en kan het regime van verschrikking, terreur en georganiseerde massamoord op joden, andere minderheden en andersdenkenden van start gaan. De 25 programmapunten van de N.S.D.A.P. geven een goed beeld van het extreme nationalisme en de socialistische ideeën van de eerste nazi's: het streven naar een Groot-Duitsland; verovering van kolonieën; discriminatie van de Joden, ondermeer door het afnemen van de Duitse nationaliteit; onteigening van de oorlogswinsten; landhervormingen; bescherming van de middenklasse; vervolging van oorlogsprofiteurs; en strikte beteugeling van de persvrijheid. Het partijprogramma werd later als 'onveranderlijk' verklaard maar werd in de praktijk nagenoeg helemaal genegeerd, behalve dan de paragrafen 4, 5, 7 en 8 die van Joden rechteloze tweederangsburgers maakten, enkele jaren later tot opgejaagd wild en in feite de blauwdruk van de holocaust in zich verborg. De gebiedsuitbreiding (paragraaf 3) naar het Westen en het Oosten werd werkelijkheid door de Anschluß van Oostenrijk (12.03.1938), de annexatie van het Sudetengebied (1.10.1938) en het Memelgebied (22.03.1939) maar werd spoedig een nachtmerrie door de inval in Polen (1.09.1939), de oorlog tegen Engeland en West-Europa (10 mei 1940), de desastreuze aanval op Rusland (22.06.1941) en de oorlogsverklaring aan de V.S. op 11.12.1941. Het Duizendjarige Rijk zal 12 jaar later voortijdig eindigen met de zelfmoord van Hitler op 30 april 1945 en de onvoorwaardelijke capitulatie van nazi-Duitsland op 8 mei 1945. De nalatenschap van Hitler is verschrikkelijk. Duitsland is nagenoeg kompleet verwoest, het grondgebied wordt verdeeld onder de geallieerde strijdkrachten (Verdrag van Jalta en Potsdam), 6 miljoen Joden -mannen, vrouwen en kinderen- werden met voorbedachte rade en op geïndustrialiseerde wijze vermoord, 29 miljoen Sovjet-Russische soldaten maar vooral burgers werden vermoord. Eindbalans ongeveer 60 miljoen doden.
|
|
Laatst geupdate op ( Sunday 04 December 2005 )
|
|
|