
De kinderen van de nazi-kopstukken Martin Bormann, Rudolf Hess, Herman Göring, Heinrich Himmler en Hans Frank dragen een
loodzware erfenis met zich mee en de weerzinwekkende daden van hun vaders blijven hen als een vloek achtervolgen. Hoe gaan zij
daarmee om?
Twee gereputeerde journalisten, vader en zoon Lebert, interviewden de kinderen van een aantal nazi-prominenten met een interval
van 40 jaar. In 1959 waren deze nazi-kinderen voor in de twintig. Uit de gesprekken met Norbert Lebert komen duidelijke portretten
naar voren van mensen die op de drempel staan van een veelbelovend professioneel leven maar die een met schuld beladen verleden
met zich meedragen.
In 1999 gaat de zoon van Norbert Lebert, Stephan Lebert, gegrepen door de lectuur van de interviews van zijn vader, opnieuw op
zoek naar Edda Göring,
Gudrun Himmler, Martin Bormann, Wolf-Rüdiger Hess, Niklas Frank en Klaus von Schirach.
Ze zijn ondertussen in de herfst van hun leven, maar het blijven wel kinderen van moordenaars. Het resultaat van de tweede reeks
gesprekken is veel meer dan een voortzetting van hun levensverhaal. Alles draait om de cruciale vraag wat het betekent om zoon
of dochter te zijn van een vader die mede verantwoordelijk was voor de gruwel van de holocaust.
Lees ook deze boekbesprekingen op Verzet.org:
• De kinderen van Hitler (Gerald Posner)
• Schuldig geboren - Kinderen van nazi's (Peter Sichrovsky)
• De gebroeders Himmler (Katrin Himmler)
• Mijn vader was een nazi (Norbert en Stephan Lebert)
• Vader, ik haat je. Een afrekening (Niklas Frank)
• Mijn Vader Rudolf Hess 1894-1987 (Wolf Rüdiger Hess)