Op 10 mei 1940 werd België aangevallen door het Duitse Rijk. Amper 18 dagen later (De Achttiendaagse Veldtocht) is het pleit
beslecht en werd op 28 mei 1940 de capitulatie van België ondertekend. Het land zal bezet gebied blijven tot begin
september 1944. Stichter van de Witte Brigade, Marcel Louette (Antwerpen 24.02.1907-23.02.1978), voerde tijdens
die 18-daagse veldtocht als jonge luitenant bij het Belgisch Leger het bevel over de 10de Compagnie van het 36ste linieregiment.
Maar het snelle einde van de veldtocht betekende voor Marcel nog niet het einde van de oorlog. De Antwerpse onderwijzer
werd na 28 mei gedemobiliseerd en besluit vanuit zijn gemeente het verzet te organizeren.
Marcel was actief in de liberale jeugdbeweging De Jonge Geuzenwacht en hield in zijn thuishaven een bijeenkomst met een aantal
betrouwbare vrienden. Op 23 juni 1940 richtte Marcel Louette samen met zijn vriend Léon Boumans en zijn pleegdochter
Maria Michiels als koerierster, richtten zij de Geuzengroep op. Die groepering telde vooral personeelsleden van de verschillende stadsdiensten, van het
onderwijs en uit het havenbedrijf. Eind 1940 was de beweging reeds in Antwerpen volledig gestructureerd.
De belangrijkste activiteiten waren anti-Duitse propaganda, het aanleggen van lijsten van collaborateurs (de zogenaamde zwarte
lijsten), vaderlandslievende manifestaties op de Nationale Feestdag en op de herdenking van de wapenstilstand, het vergaren van
militaire inlichtingen over de Antwerpse haven en over een mogelijke Duitse invasie in Engeland. Samenwerking met de
inlichtingendiensten Luc en Bravery werd op punt gesteld, en mevrouw Van Nitzen zorgde voor de verbindingen met de groep Zero,
om de informatie naar Groot-Brittannië en de geallieerden over te brengen. De groep hield zich ook bezig met hulp aan
geallieerde piloten en Russische krijgsgevangenen.
Als enige groepering had de Witte Brigade contacten met zowel de regering in ballingschap als de Britse overheid.
Gedetailleerde plannen van Duitse militaire installaties en troepenbewegingen, informatie over de beruchte V-bommen en zelfs
persoonsbeschrijvingen van Duitse spionnen in Groot-Brittannië werden doorgespeeld aan de contacten overzee. Zo vermeld
Winston Churchill in het 4de deel van zijn 'Gedenkschriften': "Onze kennis van het Duitse verdedigingssysteem werd reeds
in 1942 vollediger. Het past in dit verband meer speciaal de Belgen te vermelden. In 1942 bezorgden zijn ons ongeveer tachtig
procent van al de inlichtingen door agenten op dit gebied overgemaakt, inbegrepen een kaart van kapitaal belang, ontstolen aan de commandant
van de projecteurs en de radars van de meest noordelijke van de twee sectoren van de Duitse luchtverdediging."
Vanaf eind 1940 startte de Witte Brigade eveens met het uitgeven van een eigen sluikblad,
Steeds Verenigd/Unis Toujours, onder de redactie van Willy Luyten, Van Gaver, Van Noten en de gebroeders
Crutzen. In totaal verschenen -naast talrijke pamfletten- 80 nummers van dit sluikblad, dat bij duizenden exemplaren door de sektoren
onder de bevolking werd verspreid tot aan de Bevrijding. Deze uitgave zal tot het einde van de oorlog het orgaan blijven van
de Witte Brigade. Naast haar eigen sluikblad verdeelde de verzetsgroep ook andere sluikbladen zoals bijvoorbeeld 'La Libre Belgique'.
De groep die typisch Antwerps was, groeide uit over de hele provincie Antwerpen. Vanaf 1941 maakten ook veel politieagenten
deel uit van de brigade. Vooral het politiekorps van Deurne was buitengewoon goed vertegenwoordigd. Stelselmatig groeide de
Witte Brigade uit naar alle Vlaamse provincies en stichtte al begin 1941 nieuwe vertakkingen in Aalst, Brussel, Gent, Lier,
het Waasland en aan de kust. Ook over de taalgrens in Wallonië en zelfs tot in Frans Vlaanderen ontstonden eind 1943
nieuwe afdelingen. En hoewel Louette van liberale oorsprong is vinden leden van alle politieke strekkingen onderdak bij hem.
Ook het Kortrijkse OF-KP en de Witte Brigade bestonden uit een groot aantal jonge leden, voornamelijk studenten aan het
Koninklijk Atheneum te Kortrijk. Opvallend was dat de leidersfiguren binnen het verzet veel ouder waren. Dit was bijvoorbeeld
het geval met Gustaaf Naessens, leider van de sector en gepensioneerd rijkswachter.
Pas in 1942 verandert Louette de naam van de Geuzengroep in de Witte Brigade. Marcel neemt tevens de oorlogsnaam Fidelio aan, naam
die later zal toegevoegd worden aan de naam Witte Brigade. De Witte Brigadisten werden ook 'de Witten' genoemd, die
verwees naar het verzet van de groep tegen de collaboratie van ondermeer de Zwarte Brigade, 'de Zwarten', van
SS-Untersturmführer Reimond Tollenaere, die tevens propagandaleider van het VNV was.