Vanaf eind 1943 kwamen er massale arrestaties omdat de ledenlijst tijdens een huiszoeking was gevonden. 39 van de 58 personen
die naar Duitsland werden gevoerd overleefden hun gevangenschap niet. In Lier begonnen de arrestaties reeds vanaf mei 1943.
In januari 1944 werden 62 leden van de politie van Deurne gearresteerd, 59 onder hen werden naar Duitsland gedeporteerd,
42 kwamen nooit meer naar België terug. Een derde van de Witte Brigade werd tijdens deze periode gearresteerd.
Van de 125 leiders werden er uiteindelijk 81 aangehouden waarvan er 40 het niet zullen overleven.
De aanhoudingen van april, mei, juni en juli 1944 leidden tot de arrestatie van Marcel Louette, sinds juni 1942 ondergedoken
samen met vele belangrijke kopstukken. Marcel Louette werd op 9 mei 1944 werd opgepakt en zwaar onderhanden genomen worden
en een lange lijdensweg doorheen de kampen tegemoet gaan. Marcel Louette verhaalt hier veel later zelf over die verschrikkelijke
dagen:
Breendonk stond sinds 27 november 1943 onder de nieuwe kampcommandant, de Oostenrijkse SS-Sturmbannführer
Karl Schönwetter. Op 12 mei 1944 werd Marcel Louette door de Antwerpse SD'rs Herman Veit en Ferdinand Frankenstein
in het A-Lager Breendonk gemarteld. Ze dompelden zijn hoofd onder water tot hij bijna stikt en goten vervolgens enkele druppels
ammoniak in zijn mond en neus. Ten slotte werd Louette halfdood in cel 9 op een plank gelegd en met een deken toegedekt.
Op 10 juni 1944 werden alle gevangenen uit Breendonk naar de gevangenis van Sint Gillis gevoerd, want D-Day is op 6 juni
aangevangen, en de SS laat alle gevangenen centraliseren. Op 20 juli werd Marcel Louette andermaal naar Breendonk overgebracht
en opnieuw gefolterd. Op 31 augustus 1944 werd het kamp ontruimd en werd hij naar Vught afgevoerd. Van daar uit werd Louette
op 8 september 1944 naar het concentratiekamp Sachsenhausen-Oraniënburg nabij Berlijn gedeporteerd.
Louette werd andermaal half lamgeslagen en werd zo toegetakeld dat hij zich niet eens meer kon bewegen. Zijn makkers van de
Witte Brigade die daar ook werden vastgehouden, onttrekken hem zoveel mogelijk aan de aandacht van de SS'rs opdat ze hem
niet zouden afmaken. Op 15 januari 1945 kon Louette voor het eerst zich weer moeizaam met een stok voortbewegen. Op 22 april
'45 werd het kamp bevrijd door soldaten van het Rode Leger. Louette bleef, ondanks zijn lamentabele gezondheid, nog
drie maanden als verpleger in de ziekenboeg (Revier) van het kamp werkzaam.
Einde juli 1945 komt Louette eindelijk terug aan in Antwerpen. Na zijn terugkeer uit het concentratiekamp KZ Oranienburg verklaarde
Marcel: "Geen gelukwensen voor mij persoonlijk a.u.b. Mijn werk is onafscheidelijk van dat der Witte Brigade.
Wij allen, mannen en vrouwen van de Witte Brigade, wij allen hebben onze plicht gedaan tegenover het land. Wij zullen dat
blijven doen!"
Marcel zal slechts langzaam herstellen van de mishandelingen
en ontberingen. Hij moet onderdak zoeken bij vrienden, want op zijn eigen huis was een V-bom ingeslagen. Voor en tijdens
de oorlog was Marcel Louette opvoeder in de gemeentelijke jongensschool aan de Keistraat te Antwerpen, en na de oorlog werd hij
directeur van diezelfde school. Louette bleef tot aan zijn dood in 1978 de symbolische leider van het verzet.
De Witte Brigade-Fidelio geldt tot op vandaag nog steeds als het voorbeeld van de verschillende anti-Duitse activiteiten
die konden uitgevoerd worden en van de hoge tol die de verzetsmensen hiervoor betaalden. Van de 3.578 erkende leden tellende
verzetsgroep werden er ongeveer 700 opgepakt en een 400-tal zouden de kampen niet meer overleven. Een aantal werd
geëxecuteerd of doodgemarteld.