headerbanner
Aanbevolen boeken en AV-media:
Jood zijn is een avontuur (André Gantman)
Rosenstrasse; Margarethe Von Trotta; 2003; 1 DVD; speelduur 135 minuten; kleur
Tuesday 07 October 2008
Home
Actueel
Het Waanzinnige Rijk
Hitlers Handlangers
Hitlers Gewillige Beulen
Vergeten vervolgden
Ware Helden
Collaboratie in België
Het verzet in België
NS docs / wetten
Varia
Boekenbank
Link Partners
Gastenboek
Auteur
Contact
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Cyriel Verschaeve, waterdrager in dienst van het Derde Rijk PDF Afdrukken E-mail
Wednesday 21 July 2004
Artikel index
Cyriel Verschaeve, waterdrager in dienst van het Derde Rijk
Cyriel Verschaeve
Verschaeve en 10 mei 1940
Roemloze einde van C. Verschaeve
Bronnen



Cyriel Verschaeve

Cyriel Verschaeve werd geboren op 30 april 1874 in Ardooie, een klein dorpje in West-Vlaanderen. Zijn ouders waren helemaal niet Vlaamsgezind en, net zoals bv. de ouders van zijn aanvankelijke geestesgenoot Joris Van Severen (1894-1940), behoorden zij tot de kleine traditioneel-katholieke burgerij. De broer van Verschaeve bijvoorbeeld, die procureur van Kortrijk werd, is nooit Vlaamsgezind geweest.

Op zijn 12de volgt hij les aan het Klein Seminarie van Roeselare. In 1892 vat hij priesterstudies aan in het Seminarie van Brugge en zal vijf jaar later op 12 juni 1897, tot priester worden gewijd. Aan dit seminarie leerde hij ook een medestudent kennen, Robrecht De Smedt, die veel invloed op Verschaeve uitoefende en het was De Smedt die Verschaeve de Vlaamse Beweging binnenloodste. Het is ook De Smedt die tot 1914 al het schrijverswerk van Verschaeve op taalfouten zal zuiveren. Robrecht zag in Verschaeve de nieuwe Albrecht Rodenbach (1856-1880).

Hij schrijft zijn eerste stukjes voor het studentenblad De Vlaamsche Vlagge. Een jaar voor hij priester werd, wordt hij op 6 oktober 1896 leraar aan het college van Tielt. Stilaan raakt hij als getalenteerd schrijver en dichter bekend en volgt hij enkele vakantiecursussen in Duitsland. Duitsland maakt een diepe indruk op hem en hij raakt van dan af sterk beïnvloed door de Duitse cultuur en dat zal zo blijven tot aan het einde van zijn dagen.

Vanuit het totaal geïsoleerde, saaie West-Vlaanderen met zijn traditionele theologische denkbeelden, komt Verschaeve via Marburg dat hem te intellectualistisch leek, in 1898 in Jena (Duitsland) terecht. In Jena schrijft hij zich in voor een cursus filosofie en volgt er college bij de befaamde filosoof Rudolf Eucken. Het contrast met het gesloten en bekrompen West-Vlaanderen was enorm. Jena was de bakermat van het vitalisme.

Ook de beeldhouwwerken die Verschaeve maakte tijdens zijn leven waren steeds krachtige figuren alsook zijn Christusbeelden. In Jena kreeg hij een zeer sterke bewondering voor macht, vooral voor soldatenfiguren. Hier kan je al zijn latere grenzeloze bewondering voor de Oostfronters mee verklaren.

Vanaf 1907 produceert Verschaeve het ene werk na het andere, vooral vele gedichten en proza. Zijn faam neemt van jaar tot jaar toe. Aanvankelijk schrijft hij onder de schuilnaam Zeemeeuwe en later onder het pseudoniem I. Oorda, dat het omgekeerde was van zijn geboortedorp Ardooie. Hij publiceert regelmatig in de katholieke tijdschriften zoals Ons Leven, Dietsche Warande en Belfort en Jong Dietschland. In 1909 publiceert hij zijn 'Rodenbachstudie', in 1910 en 1911 zijn Artevelde-stukken en zijn Passieverhaal (1912). Zijn voorlopig hoogtepunt bereikt hij in 1913 met 'Ferdinand Verbiest'.

In werkelijkheid was Verschaeve een zwaarmoedige veelschrijver, wiens stijl meestal verzandde in onbegrijpelijke lintwormzinnen en amateuristische retoriek, op enkele vlijmscherpe en glasheldere uitschieters in zijn pamfletten na. Critici van zijn tijd omschrijven hem als een te laat geboren Rodenbach-adept maar in Vlaams-nationale kringen en zeker bij het studentkorps aan de katholieke universiteit, wordt hij als een idool vereerd. Elias schrijft over Verschaeve in zijn werk 'Geschiedenis van de Vlaamse Gedachte':
"Er gaat een Verschaeve-enthousiasme over het land dat de literaire critici met bezorgdheid vervult omdat zij, na de verruiming van 'Nu en Straks', een verenging vrezen in een conservatieve Rodenbachtraditie."

Verschaeve was intussen op zoek gegaan om een benoeming te bekomen in een kleine parochie, om zo meer tijd te hebben om zich aan studie en letterkunde te kunnen wijden. Op 4 november 1911 wordt hij als onderpastoor in Alveringem bij Veume aangesteld.

Wanneer in 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbreekt wil het toeval dat het Alveringem van Verschaeve achter het IJzerfront lag. De leiders van het activisme lopen binnen en buiten bij hem en zagen in hem de gedroomde raadgever.

Het zijn de grote dagen van
Dr. August Borms, één van de grondleggers van het zogeheten 'actvisme' waarin die vanaf januari 1915 het voortouw in neemt. Deze beweging in het door de Duitse bezette deel van Vlaanderen streeft naar Vlaams zelfbestuur onder Duitse vleugels. In deze frontbeweging zitten naast Borms ook andere activisten zoals Filip De Pilleceyn, Raf Van Hulse, Rob Van Roosbroeck enz. die ook tijdens de Tweede Oorlog voor een tweede keer de collaboratie induiken.

Het is hier in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog dat het radicaalste Vlaams-nationalisme wordt geboren. De Vlaamse Frontbeweging was progressief en pacifistisch en voor een radicale Vlaamse emancipatie. Fronters die de dienstbevelen van de slechts Frans sprekende officieren weigerden te verstaan, werden als dwangarbeiders te werk gesteld in het beruchte houthakkerspeloton. Ze werden letterlijk tentoongesteld en voor hun zware arbeid verkocht als slaven.

Na het einde van de oorlog duikt Borms maandenlang onder. Uiteindelijk wordt hij opgepakt en ter dood veroordeeld en zal tot januari 1929 in de cel verblijven. Intussen organiseren de Vlaams-nationalisten allerlei acties ten gunste van Borms om hem weer vrij te krijgen. Het zijn vooral Staf de Clercq en Cyriel Verschaeve die zich hier in de kijker werken. Verschaeve is intussen al tot een tweede koning van Vlaanderen naast Borms uitgegroeid.

De politieke rol van Borms is na zijn vrijlating in feite uitgespeeld. Hij wordt later nog wel lid van het VNV van Staf de Clercq maar vervult daarin voornamelijk een ornamentele en symbolische functie. Bij grote gelegenheden , demonstraties en betogingen is hij altijd ter plekke, dikwijls in het gezelschap van Cyriel Verschaeve en zijn grootste bewonderaar Ward Hermans. Borms is het grote symbool geworden van het leed en de strijd van de oude Vlaamse Beweging. Samen met Cyriel Verschaeve zet Borms zich in voor de realisering van het IJzermonument en bij de feestelijke eerste steenlegging van de IJzertoren in 1928 staat de figuur van Borms centraal.

In 1930 wordt de IJzertoren ingehuldigd en in vier talen het 'Nooit meer Oorlog' in gebeiteld. Vanaf 1931 drijft hij zijn culturele contacten op met Duitsland, wat hem niet altijd in dank wordt afgenomen. Al in 1932 neemt Joris Van Severen, de stichter van het Verdinaso, ontslag uit het IJzerbedevaartcomité en sluit zich aan bij de eerder aangenomen houding van Cyriel Verschaeve die beiden het pacifisme hekelen.
Van Severen omschreef de bedevaart als "een weerzinwekkende manifestatie van een verslagen, verslaafd en alle zelfeerbied verloren hebbend volk dat zijn te zwaar te dragen schande zoekt te verduiken."

Van Severen heeft intussen op 6 oktober 1931 het Verdinaso gesticht en Staf de Clercq sticht op zijn beurt op 7 oktober 1933 het VNV (Vlaams Nationaal Verbond). Verschaeve treedt tot geen van beiden toe maar wordt wel graag door alle partijen uitgenodigd bij allerhande manifestaties om het karakter en het aanzien ervan te verhogen.

Wanneer Van Severen in 1935 zijn Nieuwe Marsrichting afkondigt, komt het wel tot een breuk met Verschaeve die zijn 'Bourgondische visie' afwijst. Verschaeve krijgt verschillende onderscheidingen van het nationaal-socialistische Duitsland zoals in 1936 de Hamburgse Rembrandt-prijs (samen met Stijn Streuvels en René De Clercq) en de Goethe-prijs. In 1937 bekomt hij het doctoraat van de Universiteit van Leuven.

Aan de vooravond van WO III -april 1939 Verschaeve is dan reeds 65 jaar- krijgt hij eervol ontslag als kapelaan van Alveringem maar blijft er wel tot het einde van de oorlog wonen tot wanneer hij noodgedwongen in september 1944 naar Duitsland zal kunnen ontkomen aan vervolging.



Laatst geupdate op ( Wednesday 27 July 2005 )
 
addtofav
Verzet.org maakt dankbaar gebruik van Joomla! en krijgt de technische ondersteuning van Antifa.net, Ahmad Al Kasim en VEDEZE van Blokwatch.
Ga naar top pijltje