|
Pagina 4 van 5
Een vrouw genaamd Annie
Op een dag in januari 1943 ontmoet Flore Dings toevallig Annie Laal (of mogelijk Anny Lall of Anny Lally), een verpleegster afkomstig uit Estland, die zij nog kende van voor de oorlog. Annie had een mooi figuur, was blond en erg knap. Zij was geboren op 22 december 1904 in Terlu in Estland en sprak vloeiend Frans met een aangenaam accent. Zij bewoonde een bescheiden appartement op de eerste verdieping van het nummer 7 in de Paul Segersstraat te Etterbeek, een buitenwijk van de Brusselse hoofdstad. Het appartement had een living room, een kleine keuken, een inkomhal en één slaapkamer. Het appartement en het meubilair was eigendom van haar Zwitserse verloofde. Op het ogenblik dat de oorlog was uitgebroken was hij opgepakt en ze hoopte hem te kunnen huwen van zodra de oorlog voorbij was. Zij ontving aldoor brieven van haar verloofde die haar door het Rode Kruis werden doorgezonden.
Om in haar onderhoud te voorzien, maakte Annie hoeden en naaide en herstelde ze kleren. Om haar financieel wat te ondersteunen, gaf Flore Dings haar af en toe wat naaiwerk. Alzo maakte Annie voor het eerst kennis met Prosper Dezitter. Dezitter zal haar later beschrijven als "betrouwbaar en.. beter een 'neutraal persoon' omdat ze geen Belgische was. Zij was totaal onschuldig - een toeschouwer van de gebeurtenissen" Omdat Annie altijd krap bij kas zat, stemde zij toe dat Flore en De Zitter haar appartement in de Paul Segersstraat gebruikte als postadres en tweede verblijf voor hun huis in de A.J.Slegerslaan. Zij installeerden ook een telefoonlijn met het nummer 48.51.19.
Listig en berekend... Flore en Prosper 'leenden' de naam van de straat en de naam van de laan: Paul Segersstraat en A.J. Slegerslaan. Het is vrij makkelijk voor iedereen om beide adressen met elkaar te verwarren. Telkens Annie een brief ontving moest zij Flore opbellen. Voor elke brief die zij doorspeelde, ontving zij honderd franken. Annie was niet bepaald nieuwsgierig en stelde ook nooit lastige vragen. Ook al vertelden ze haar nooit omtrent hun ware activiteiten, zij wisten dat zij hooguit kon veronderstellen dat Flore en Prosper deel uitmaakten een een ondergronds spionnennetwerk dat geallieerde soldaten hielp en dat zij slechts een schakel was in hun organisatie.
Annie verhuurde haar appartement twee keer voor kleine bijeenkomsten en op drie andere gelegenheden die gebruikt werden om radioverbindingen te leggen. Zij was daarbij nooit aanwezig geweest en had geen enkel idee wat er gebeurde tijdens haar afwezigheid. Ze ontving ook telkens honderd franken voor elk van deze sessies. Deze dienst, de talrijke brieven en rondslingerende kabels, lieten haar toe te menen dat ze haar eigen rol had in het steunen van deze organisatie. Tijdens de maanden dat haar appartement dienst deed als postadres, kreeg Annie bezoek van vele verschillende mensen, waarvan ze in haar verwarring meende dat het allemaal om agenten van de organisatie ging.
Vele geheime agenten dachten dat Annie en Flore één en dezelfde persoon waren. Dezitter en Flore moedigden deze persoonsverwarring aan. Flore had zelfs een valse identiteit aangenomen op naam van Annie Lall. De gevolgen daarvan zouden niet lang meer uitblijven. Het kostte Annie het leven. Zij werd vermoord en om haar dood hangt nog steeds een waas van geheimzinnigheid. Zij werd vermoord op 29 september 1943, buiten haar flat in de Paul Segerslaan nr. 7, door tweeëntwintig steken met een priem, een erg scherp en efficiënt handwapen.
Het had er alle schijn van weg dat Annie de persoon was die de valse ontsnappingslijn runde en het zgn. veilige onderduikadres had in de Slegerslaan. Als gevolg daarvan werd De Zitter gedwongen om zijn stek te verhuizen naar de Bosstraat. Het zou dus best kunnen dat Dezitter, Flore en hun bende haar vermoord hebben, maar het kan evengoed een Duitse organisatie hebben geweest. De oorzaak dat Annie werd vermoord kan ook het gevolg zijn geweest vanwege het feit dat Flore de identiteit van Annie gebruikte, en meenden dat Annie deel was van het Brusselse verzet. De waarheid, voor altijd verborgen in de duistere wereld van Dezitters troebele zaakjes, zal waarschijnlijk nooit onthuld worden.
Het Einde
In de zomer van 1943 komt de Belgische sectie van de SOE, in die tijd geleid door Hardie Amies in Londen, tot het besluit om een campagne uit te zetten om een aantal uitgeselecteerde verraders in België uit te schakelen. De operatie werd 'Rat Week' gedoopt en zou moeten plaats hebben op het einde van augustus '43. De Zitter werd genoemd op de zwarte lijst als topkandidaat voor liquidatie. De Zitter zou worden uitgeschakeld met een Welrod pistool met geluidsdemper. Ongelukkig genoeg was de Belgische regering in ballingschap te Londen helemaal niet opgezet met het idee om mensen te executeren zonder vorm van proces en de operatie werd afgelast.
Een memo van de Britse Geheime Dienst van november 1943 zegt over De Zitter: "Ik heb de Belgen duidelijk gemaakt dat het weinig consequent van hen is, om ons te blijven weigeren hem uit te schakelen. Zij stelden dat als hij werkelijk zo slecht is als hij wordt afgeschilderd, hij spoedig door het verzet als te liquideren doelwit zal aangeduid worden." De Zitter, zich van geen kwaad bewust, kan ongestoord verder gaan met zijn smerige handel en wandel en zal voor het einde van de oorlog nog talloze slachtoffers maken.
De Zitter bleek een zeer plausibel man. Zijn jaren in Canada hadden hem uitstekend de Engelse taal leren begrijpen en beheersen. De Belgen die met hem samenwerkten liepen met open ogen in de val, denkende dat hij werkelijk een echte Britse Geheime agent was en een echte ontsnappingslijn controleerde. De geallieerde vliegtuigbemanningen die hij kon verschalken, waren maar al te gretig om hem te vertrouwen en zijn zgn. ontsnappingslijn, was meestal ook hun enige hoop die ze nog hadden.
Naar schatting meer dan 70 RAF vliegeniers werden door middel van de valse onderduikadressen van De Zitter en Co in de val gelokt en opgepakt door de Gestapo. Daar moet je dan nog tientallen Amerikaanse vliegeniers en hun bemanningen bijtellen, andere vliegeniers in Antwerpen, Brugge enz. plus een onbekend aantal Britse soldaten, inclusief de meeste van al hun helpers en redders, agenten, verzetslieden enz. wat het totaal aantal slachtoffers van De Zitter doet oplopen tot verschillende honderdtallen.
Van een nevenorganisatie van het Geheim Leger, het Corps Franc, had Dezitter een lijst met ongeveer 10.000 namen gekregen die hij prompt aan de Duitse politie doorspeelde. De lijst was te groot voor hen en de politie kon de job niet aan. Ze moesten zich aanvankelijk beperken tot 300 aanhoudingen. Later kwamen daar nog eens 250 bij. De dodenlijst van het duo Dezitter-Giralt is eindeloos en ze werden er nog goed voor betaald ook: 1.000 Duitse Reichsmark per slachtoffer.
In juli 1944 wanneer de geallieerde legers hun opmars maakten en Brussel naderden, heeft De Zitter nog een onderhoud met Heinrich Himmler in de Shell-building in Brussel, waar hij door de Reichsführer van de SS de leiding krijgt toegewezen over de post-bevrijding 'verzetsbeweging' voor België, Nederland en Noord-Frankrijk (..)
Na het einde van de oorlog worden Prosper Dezitter en zijn vriendin Flore Dings opgepakt in Duitsland en uitgeleverd aan België en naar Brussel
overgebracht om voor de krijgsraad te verschijnen. Zij worden berecht en schuldig bevonden aan hoogverraad en misdaden tegen de menselijkheid. Op 17 september 1948 werd Prosper Dezitter in de Rijkswachtkazerne van Elsene gefusilleerd. Drie dagen later werd
hij op het kerkhof van Elsene begraven.
Zijn kompaan Jean Marcel Nootens en maîtresse Florentine Giralt [Flore Dings] werden
op 4 juni 1949 geëxecuteerd. Hiermee was Florentine de 4de en tegelijk ook laatste vrouw die voor het vuurpeloton haar
leven beëindigde. Hiermee was België definitief verlost van het beruchtste en meest gevreesde verradersstel dat ons land
ooit heeft gekend.
Voor wie nog altijd gelooft in de fabel van de '242 martelaars' die door de Belgische justitie
werden terechtgesteld na het einde van de Tweede Wereldoorlog, een fabel die tot op heden door de hedendaagse
Vlaams-nationalisten in stand wordt gehouden, bedenk dat deze drie opgepakte en geëxecuteerde verraders - naast de beulen van Breendonk-
eveneens tot die zogenaamde 242 'martelaars' behoren waarvoor door hen onvoorwaardelijke clementie worden geëist... Voor wie de discussie
omtrent amnestie nog eens wil openen... gedenk zij die vielen door het verraad van Prosper Dezitter en zijn kompanen.
|