|
Mobiele vergassingswagens. Industriele moord op volle toeren |
|
|
|
|
Saturday 14 May 2005 |
|
Pagina 3 van 6

Mobiele Vergassingswagens
Voor het vergassen werden twee verschillende modellen gaswagens gebouwd. Er bestond de kleine Diamond en Opel Blitz, die 4,5 meter lang was, 2m50 breed, een hoogte mat van 1m70, en ongeveer 3 ton zwaar was. Deze hadden een capaciteit van 80 tot 100 personen. Daarnaast werden de grotere Magirus en Saurer vrachtwagens ingezet, 5m80 lang op 2m50 breedte en die tot 150 personen tegelijk konden vergassen. Tegen het midden van 1942, werden ongeveer dertig gaswagens geproduceerd door het private bedrijf Gabschat Farengewerke GMBH, Will-Walter Strasse 32-38 in Berlijn. De gaswagens werden meestal verhullend aangeduid als Sonder-Wagen, Sonderfahrzeug, Spezialwagen, S-Wagen en een enkele keer ook als Entlausungswagen (ontluizingswagen).
De werkwijze met de gaswagens was vrij eenvoudig. In Chelmno werden de joden aangevoerd en in een bouwvallig kasteel samengedreven. Onder het klappen van de zwepen werden ze naar de eerste verdieping gedreven waar ze zich moesten uitkleden en al hun bezittingen afgeven. Daarop werden ze via een laadperron de geopende vrachtwagen in geslagen en werden de deuren hermetisch gesloten. Vervolgens werd de motor van de vrachtwagen gestart. Via een slang werd de uitlaat van de vrachtwagen weer naar binnen geleid en het vergassingsproces kon beginnen. De vrachtwagen vertrok en reed naar de omliggende bossen waar andere joden reeds diepe graven hadden gedolven. Het vergassen van de mensen besloeg zo'n vijftien minuten tot een half uur.
Het getuigenis van de chef van Einsatzkommando 6, Ernst Emil Heinrich Biberstein, tijdens het naoorlogse proces in Nürenberg 1945 lijkt op een bijna vlekkeloze moordactie: De voor de dood bestemde personen werden, nadat hun geld, waardevolle voorwerpen en ook een deel van hun kleding waren ingenomen, in gaswagens geladen. In een gaswagen konden ongeveer vijftig, zestig mensen. De wagen reed dan naar een plek buiten de stad, waar leden van commando's al een massagraf hadden gedolven. Ikzelf heb het uitladen van de lijken gezien, de gezichten waren niet verkrampt. De dood van deze mensen was zonder krampverschijnselen ingetreden.
Maar het tegendeel van een vlekkeloze operatie was helaas meestal dichter bij de waarheid... De uitkomst van de vergassing met de vrachtwagens, was niet altijd zoals de bedoeling was. Hoewel de uitvinders van het systeem eerder geneigd waren om de schuld van de mislukking te zoeken bij de chauffeurs dan bij zichzelf. De dood zou na een kwartier moeten optreden, maar soms duurde het uren en vaak leefden er nog slachtoffers als de deuren werden geopend. Het gebruik van de gaswagens riep protesten op van de leden van de Einsatzgruppen zelf, omdat de onderhavige wreedheden moreel onverdedigbaar waren. Daar een schrijven met instructies voor het goed gebruik van de wagens het heeft over "...lichamen, besmeurd door uitwerpselen en met door verstikking verwrongen gelaatstrekken..." (in tegenstelling met de pijnloze verstikking die, naar men aannam, de gaswagens zouden teweegbrengen), kan men begrijpen hoe zelfs de meest geharde magen zich omdraaiden bij het zicht van de slachtoffers wanneer de deuren van de gaswagens werden geopend.
Een van de weinige overlevenden Pan Falborski zal hierover later te getuigen: Die vrachtwagens hadden een matige snelheid, nogal langzaam. Het was een berekende snelheid, omdat de mensen die binnenin zaten onderweg gedood moesten worden. Als de vrachtwagens te snel reden, waren de mensen nog niet helemaal dood als ze in het bos kwamen. Als ze langzamer reden hadden ze de tijd de mensen die binnenin zaten te doden. Op een keer slipte een vrachtwagen. Ik kwam een half uur later aan bij een boswachter die Sendjak heette. Sendjak vertelde: "Jammer dat je zo laat bent, je hebt wat gemist anders had je die wagen gezien. Hij slipte en de deuren achter vlogen open en de joden vielen op de weg. Ze leefden nog. Toen een man van de Gestapo de over de grond kruipende joden zag trok hij zijn revolver en schoot op ze. Hij heeft ze allemaal afgemaakt. Daarna lieten ze de joden komen die in het bos werkten. De wagen werd overeind gezet en de lijken werden er weer ingegooid."
Met de grotere Saurer-gaswagens waren aldoor problemen. Becker rapporteerde Walther Rauff hierover op 16 mei 1942: In tegenstelling tot de eerste serie S-Wagens die ook bij niet al te slechte weersomstandigheden kunnen gebruikt worden, zijn de vrachtwagens van de tweede reeks (Saurer) bij regenweer kompleet onbruikbaar. Een aantal technische verbeteringen worden overgemaakt en uitgevoerd.
|
|
Laatst geupdate op ( Monday 31 December 2007 )
|