Het feit dat Van Severen niet herkozen werd met de parlementsverkiezingen van 1929 heeft ongetwijfeld een rol gespeeld in zijn grondige afkeer voor de parlementaire
democratie. Zo schrijft hij halverwege 1930 aan Carel Gerretson: "De echte Vlaams-nationale actie ligt buiten het parlement en buiten
het parlementarisme. Zij moet een staat in de staat vormen en wel op prefiguratieve wijze. Duizend mannen, geestelijk geschoold door een solide en coherente doctrine,
tuchtvol aaneengesloten in een falanks. Die duizend mannen zouden zulk een geweldige kracht uitstralen dat zijn in tien jaar er tienduizend van hun soort zouden
gevormd hebben. Alzo zou daar staan, paraat en dynamisch, de jonge Vlaams-nationale aristocratie die de komende staat in handen zou nemen en die de staat zou
leiden met een gezag en een beleid die overal bewondering zou afdwingen. Utopie? In geloof niet aan zulke dooddoeners. Kijk maar wat Mussolini heeft
gerealiseerd."
In het voorjaar van 1931 komt het tot concrete plannen voor het op te richten tot een nieuwe Verbond met als grondbeginselen: Tucht, Hiërarchie en Gezag.
Aan de besprekingen nemen vooral de schrijver/dichter Wies Moens deel, die de ideëen van Van Severen in een programma moet uitschrijven, en
Juul de Clercq de vakbondsleider van het N.A.S.-West Vlaanderen (Nationaal Arbeidssyndicaat). Daarnaast nemen ook deel aan de gesprekken de advokaat
Emiel Thiers en de accountant Pol van Herzeele. Wies Moens had in Oost-Vlaanderen een Vlaams Nationaal Verbond opgericht
(een vroege voorloper van het VNV) en de Gentenaar Jef François die daarvan de secretaris was vervoegde zijn vriend Wies Moens
tot bij het Verdinaso.
Net zoals Léon Degrelle in Wallonië, laat Joris Van Severen zich inspireren
door Mussolini en Maurras. In 6 oktober 1931 is het zover en richten Joris Van Severen en Wies Moens samen met Juul de Clercq, het Verbond van Dietse
Nationaal-Solidaristen op dat later wordt afgekort tot VERDINASO. De leiding van het Verdinaso wordt samengesteld en behalve Van Severen,
Wies Moens en Emiel Thiers, wordt Pol van Herzeele aangeduid om de financiën te beheren, verder nog Pol Le Roy, Jef François en
Leo Poppe die de jeugdformaties zal leiden. Jef Missoorten die in Antwerpen de Vlaamse Militie leidde, treedt met zijn militie toe tot het Verdinaso
en wordt commandant van de nieuw gevormde Dinaso Militie (zie verder). Het Verdinaso wordt verder uitgesplitst in Gouwen en Gewesten en staat onder het locale bevel
van Gouwleiders, Gewestleiders en Hoofdmannen.
Op de Landdag van 10 juli 1932 in Roeselare krijgt het publiek voor het eerst de Dinaso Militie te zien en naast de nieuwe vlag van het Verdinaso wordt ook het
programma voorgesteld dat Wies Moens in zeven haasten had uitgeschreven. Een jaar later zal Pol Le Roy dit in brochurevorm uitgeven. Het doel van Van Severen en
zijn Verdinaso in een notedop samengevat: "De Belgische Staat vernietigen om op de puinen ervan Groot-Nederland te
vestigen."
Het begrip solidarisme heeft in feite helemaal niets met solidariteit te maken. Hans de Witte vat het solidarisme van Joris Van Severen in oktober 1993 (in
een bijdrage aan het project Democratie op het einde van de twintigste eeuw van de Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten) als volgt samen:
"Centraal in het solidarisme staat de nadruk op de organische samenhang van de maatschappij. Allen die tot hetzelfde volk behoren, beleven daardoor in
deze visie een hecht en diepgaand gevoel van volksverbondenheid. Dit samenhorigheidsgevoel sluit belangentegenstellingen binnen eenzelfde volk uit. Deze visie
mondt dan ook uit in corporatisme: alle lagen van de bevolking dienen met elkaar samen te werken, vermits ze per definitie dezelfde belangen nastreven. Omwille van
de nadruk op de organische en homogene samenhang van de volksgemeenschap vormt deze sociaal-economische visie een typisch onderdeel van de uiterst-rechtse
ideologie.(..) Het solidarisme werd voor de oorlog door o.m. de Italiaanse dictator Mussolini uitgewerkt, en werd overgenomen door het Verdinaso."
Arthur de Bruyne, die tot juli 1934 bij het Verdinaso militeerde, vatte het programma van het Verdinaso op 12 juni 1975 in
onder de schuilnaam Emiel de Volder
aldus samen: "Het Verdinaso is een antiparlementaire, een antidemocratische, antiliberale, antimarxistische strijdformatie, die niet deelneemt aan de
verkiezingen. Het Verdinaso wil Groot-Nederland, 'zonder de Walen', maar mèt Frans-Vlaanderen. De Dinaso's zullen strijden tegen 'het geld
en de vrijmetselarij', tegen het liberalisme, de klassenstrijdpropaganda, het materialisme."
Historicus Bruno de Wever zei er dan weer dit over: "Het Verdinaso was antiliberalistisch, antimarxistisch en anticonservatief.
Het was tegen de democratie en tegen het partijenstelsel. Het had een pannationaal doel en ijverde voor een nieuwe staat met een totale transformatie"
van de sociale relaties: het nationaal-solidarisme (in feite een corporatieve staat). 'De vreemden' waren per definitie vijanden van de staat. De stijl
van het Verdinaso beantwoordde volledig aan die van een fascistische partij. Militarisme was er de hoofdtrek van. De geweldsfactor ontbrak niet."
Een pakje spijkers voor een concentratiekamp
Naast de politieke militie (de D.M.) krijgt de geschreven propaganda veel aandacht voor het Verdinaso. In december 1932 worden de twee bestaande Dinaso-weekbladen
De Vlag van Wies Moens en De West-Vlaming versmolten tot Hier Dinaso!, dat op haar beurt De Klauwaart van
Ward Hermans opslokte.
Het ledenaantal van het Verdinaso groeide gestaag aan. Eind 1932 werden er al 2.000 leden geteld, en op de Landdag van 10 september 1933 telde het Verdinaso
3.285 leden in 147 afdelingen. Het aantal leden zal echter nooit de 4.000 overschrijden en nà de nieuwe marsrichting van 1934 terug afnemen. Per 31
augustus 1939, een half jaar voor de Duitse inval, was het ledenaantal van het Verdinaso teruggelopen tot 2.453 leden.
Het Verdinaso verkeert voortdurend in geldnood. Van Severen heeft het altijd moeilijk om voor zichzelf de eindjes aan elkaar te knopen en wordt persoonlijk door
een aantal kapitaalkrachtige aristocraten materieel verder geholpen. Al in 1931 zocht Van Severen toenadering tot Hitlers partij de NSDAP die pas op 30 januari 1933
aan de macht zal komen. De NSDAP vertoonde aanvankelijk veel interesse voor het Verdinaso.
In mei 1933 reist Van Severen samen met Ward Hermans (die net Dinaso-lid was geworden) af naar Duitsland, voor een ontmoeting met kopstukken van de Duitse Stahlhelm.
Met deze organisatie van Duitse oorlogsveteranen van 14-18, knoopt Van Severen onderhandelingen aan om subsidies voor het Verdinaso los te krijgen. Maar die
onderhandelingen lopen op niets uit. Na de nieuwe marsrichting in 1934 groeit het wantrouwen van de nazi's tegenover het Verdinaso en tegen juli 1940 was
het Duitse militaire bestuur helemaal gekant tegen het Verdinaso dat het kapittelde als 'politiek en moreel onbetrouwbaar'.
Tijdens zijn nieuwjaarstoespraak van 1934 kondigt Van Severen een algemene financiële mobilisatie aan. In 1934 moeten er zesduizend leden en vijftienhonderd
militanten bijkomen en daar is geld voor nodig. Minstens 100.000 Belgische franken die vooral naar de Dietsche Militie moeten gaan want 'die moeten zich snel
kunnen verplaatsen, in vrachtwagens en niet langer per fiets'. In Hier Dinaso! worden de giften gepubliceerd en uit de mededelingen van sommige geldschieters
kan men makkelijk de denkbeelden en verwachtingen raden:
"De joden weg van de markten. 1 F." - "Voor een Dietse diktatuur. 5 F." - "België dood! Dietsland groot! 5 F." - "Opdat het
Verdinaso niet zou verwateren. (Geen vrees! -nota van de Redaktie) 10 F." - "Een pakje spijkers voor een concentratiekamp. 50 F."...