Op de 2de Landdag van het Verdinaso op 9 september 1933 is voor het eerst een buitenlandse delegatie aanwezig. Captain Holliman van de Union of Britisch Fascists,
geleid door Mosley, wordt uitgenodigd om de Dinaso's een riem onder het hart te steken. In zijn nieuwjaarstoespraak van 1934 dweept Van Severen andermaal met
zijn buitenlandse voorbeelden en stelt hij dat: "[..] het Verdinaso de enige vertegenwoordiger in Dietsland is van de internationale
fascistische beweging." De stijl en de rituelen van de nazi's met hun SA (Sturmabteilungen) en Benito Mussolini's fascistische Zwarthemden
Militie (La Milizia Nazionale opgericht in 1923) wordt klakkeloos overgenomen in zijn Dinaso Militie.
Die 25.000 benodigde politieke militanten om zijn droom van een militaire staatsgreep te plegen zal Van Severen echter nooit bij elkaar krijgen. De wet op de
privé-milities van 29 juli 1934 steekt het Verdinaso stokken in de wielen. Joris Van Severen wordt gedwongen om zijn Dinaso Militie te ontbinden. Van Severen:
"De Dinaso Militie bestaat niet meer, het gehate demo-liberalistisch regime zocht ze te vernietigen omdat het haar vreesde, goed!
Wij hebben ze niet laten vernietigen; wij hebben ze ontbonden. Er komt een tijd dat zij op de puinen van dit regime haar onverbiddelijke macht zal vestigen. De
militie is ontbonden maar de geest van de militie kan men niet ontbinden. Hij leeft, en krachtiger dan ooit."
Echter al tijdens de 3de Landdag van 1934 andermaal te Tielt, wordt de D.M. omgevormd tot de Dietsche Militanten Orde, die aanvankelijk onder leiding van
Jef Missoorten stond, maar na onderlinge wedijver vanaf het voorjaar van 1936 definitief onder het commando van Jef François zal komen.
Dietse Militianen worden voortaan Militanten genoemd. De militaire indeling krijgt andere namen: compagnieën werden ingedeeld in vendels, scharen en cellen.
Het uniform verdwijnt gedeeltelijk, ttz geen kepi's en vesten meer en de geduchte lange knuppels werden noodgedwongen opgeborgen. De Nederlandse Dinaso
Joris van Amstel in Hier Dinaso! van 4 augustus 1934, steekt zijn frustratie en onverholen antisemitisme niet weg:
"De uniforme kleding is verboden, maar de uniforme Dinaso-wil tot Dietsland en orde kan zelfs de duivel niet verbieden, laat staan zijn
kinderen uit Juda. Ook zonder uniformen kunnen wij Joden en hun rotgenoten onderscheiden van Dietsers. Desnoods naakt zullen wij Dietsland heroveren, eens breekt
de dag van het Verdinaso aan!"
De wet op de privémilities wordt op 4 mei 1936 nog extra aangescherpt en ook het dragen van uniformen werd strafbaar om te beletten dat de manschappen het
voorkomen hebben van militaire troepen. Het is diezelfde wet die veel later in de jaren zeventig een tweede keer uit de kast zal worden gehaald en tot een verbod zal
leiden van de Vlaamse Militanten Orde (V.M.O.) van Bert Eriksson, die tijdens de Tweede Wereldoorlog ooit nog lid van de Hitlerjugend is geweest. De Dinaso-uniformen
verdwenen vanaf augustus 1934 van het straatbeeld maar ze zullen binnenskamers nog regelmatig gedragen worden, weliswaar zonder bewapening met de gevreesde lange
bamboestokken.
In 1936 werd naast de D.M.O. de Reserve Militanten Orde (R.M.O.) opgericht. Een soort werfreserve waar Dinaso's boven de 40 jaar deel van
uitmaakten evenals politieke functionarissen (afdelingshoofdmannen, gewestcommisarissen enz.), die konden ingeschakeld worden om te colporteren
(geldinzamelingsacties, ledenwerving enz.). Ze konden tevens opgeroepen worden bij openbare optochten e.d.m. om de D.M.O. wat groter te laten lijken dan ze was.
Naast de D.M.O. bestond ook sinds begin 1933 het Verbond van Dinaso Knapenvendels (Dinasok) dat later werd omgedoopt tot Jongdinaso
(ook Dinasojeugd genoemd) en die geleid werd door Leo Poppe. De allerkleinsten konden terecht bij het Kleindinaso. Daarnaast bestond er ook een vrouwenafdeling bij
de Dinaso's, Verdivro genoemd, die in september 1934 was opgericht en onder de leiding stond van Cecile de Langhe.
Zij zal in 1937 worden opgevolgd door Jo de Vil. Het Verdivro zal echter nooit meer dan enkele tientallen leden tellen.
Stilaan begonnen zich ook steeds meer spanningen voor te doen tussen enerzijds de politieke leden en functionarissen van het Verdinaso en anderzijds de politieke
militie de D.M.O. Jef François in een interview op 1 aug. 1985 te Gent: "De politiekers zijn beginnen intrigeren: Ik was te streng,
het was te militair, de mensen hadden dat niet graag,... Zij waren in feite democraten. Ze hebben zelfs Van Severen voorgesteld om aan de verkiezingen in Antwerpen
deel te nemen. Van Severen heeft dat radicaal afgewezen. Ik was natuurlijk akkoord met Van Severen, he, ik ben nooit een democraat geweest. Maar die groep is altijd
blijven integreren tegen de militie..."
Voor Van Severen was de keuze duidelijk. Voor hem waren de militanten de voorafbeelding van het ideale soldatentype, van de nieuwe Dietser:
"Niet aan de massa en hare vleiers komt de heerschappij toe, maar aan de keurploegen van het volk, aan de elite, aan de verscheidene
aristocratieën van een natie voor zover zijn hun taak begrijpen en volbrengen die er één is van de alleredelste dienst. De aristocratie van het
bloed, de aristocratie van het verstand en van de nauwgezette arbeid, de aristocratie der waarachtige wellevendheid, de militaire aristocratie van de Dietse
Miltanten Orde en van de DPO." (DPO=Dinaso Propaganda Orde)
De spanningen bleven en zullen blijven toenemen zeker toen Commandant Jef François begin 1940 van alle functionarissen en het VDC eiste dat ze verplicht zouden
toetreden tot de R.M.O. (de Reserve Militanten) om bij nationale verzamelingen met de D.M.O. tot een indrukwekkender machtsvertoon te komen. Dinaso Juul de Clercq
bekloeg zich hierover bij Van Severen: "Ik zie intussen dat geheel het Verdinaso de militantenorde wordt. Ik kan me in dezes groei
verheugen. Echter niet in de mentaliteit die zich van sommige groepen meester maakt." Voor Van Severen vormde de D.M.O. de ruggegraat van het Verdinaso
en moesten de politieke functionarissen zich maar plooien naar de D.M.O.
Tegen 1940 zal de D.M.O. al naargelang de bronnen op haar hoogste piek zowat 800 militanten tellen. Een officieël cijfer van maart 1939 maakt melding van
433 militanten verspreid over heel Vlaanderen waarvan 156 in Antwerpen. Het ledenaantal van het Verdinaso bedroeg einde 1936 2.428 leden, waarvan 364 D.M.O.-militanten.
In april 1940 telde de Dinaso's 2.278 leden waarvan velen al dan niet verplicht werden om deel uit te maken van de R.M.O. (Reserve Militanten Orde). Al bij al
toch een numerieke machtsfactor. In vergelijking met de Zwarte Brigade, de militie van het VNV, die veel talrijker was, werd de D.M.O. meer geducht inzake opleiding
en tucht, waar commandant Jef François en Van Severen wel zorg voor droegen.
Het einde van de D.M.O. kwam na de bezetting van ons land door de nazi's snel naderbij. Door de dood van Van Severen in mei 1940 zal de D.M.O. -of wat er dan nog
van overbleef- in mei 1941 nadat het Verdinaso is opgegaan in het VNV, worden samengevoegd met de Zwarte Brigade, de militie van het VNV. Die wordt omgedoopt tot
DM/ZB en wordt aanvankelijk geleid door commandant Jef François, die boven zich toch nog Reimond Tollenaere (VNV) moet dulden. Jef François zal
korte tijd later de militie van het VNV verlaten en net zoals vele andere Dinaso's en VNV'rs naar de Algemene SS-Vlaanderen trekken en/of dienst nemen in
het Vlaams Legioen.