Al op 17 september 1932 werd het idee geopperd om het Verdinaso naar Nederland uit te breiden. In de loop van 1933 worden er voor het eerst pogingen ondernomen om
zich in Nederland in te planten. De naar Nederland uitgeweken Vlaamse pater-dominicaan Carlos van Sante had veel invloed op de katholieke studenten.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog was Van Sante gedeserteerd uit het Belgische leger en had nadien in bezet gebied contact opgenomen met de Aktivisten. Na het einde van
de Eerste Wereldoorlog werd hij hiervoor bij verstek ter dood veroordeeld. Tot de kring van Van Sante behoorde ook de redactie van het integralistische tijdschrift
Christophore, met de letterkundigen Henri Bruning uit Nijmegen, de dichter Ernst Michel en eveneens de beeldhouwer Ernst Voorhoeve Ernst Voorhoeve (Rotterdam, 27 maart 1900 - Nijmegen, 9 november 1966)
afkomstig uit Groesbeek.
In het voorjaar van 1934 maakt Van Severen een eerste propagandareis doorheen Nederland en spreekt in Rotterdam, Den Haag, Nijmegen en Amsterdam voor slechts weinig
toehoorders. Ernest Michel wordt de propagandaleider voor Verdinaso-Nederland, Van der Horst werd rijkssecretaris en en Ernst Voorhoeve werd rijksorganisator voor
Nederland en sticht in zijn gemeente Groesbeek een plaatselijke afdeling.
Mettertijd ontstonden er een half dozijn plaatselijke Dinaso-groepen, met 425 leden in het begin van 1940, vergelijk met Vlaanderen toen dat 2.278 waren.
Verdinaso-Nederland richtte ook een locale afdeling van de Dietse Militanten Orde op die in handen was van de Antwerpse vendelleider Oscar Van Keirsblick.
De Nederlandse afdeling zou echter nooit meer dan 70 aangesloten militanten tellen waarvan er nauwelijks 20 tot 40 echt actief bleken. Half december 1935 zag Voorhoeve
zich wegens gebrek aan belangstelling genoodzaakt om zijn D.M.O. te ontbinden en richtte hij op 1 januari 1936 de D.P.O. op (DPO=Dietse Propaganda Orde).
In Nederland was de beweging al bij al nagenoeg onbeduidend, maar het feit dat ze daar bestond, had een propagandistische waarde in Vlaanderen en kreeg in de
verbondsorganen veel aandacht. Ernst Michel spreekt op verschillende Dinaso- vergaderingen in Vlaanderen en ook Ernst Voorhoeve is regelmatig te zien in Vlaanderen
en op de jaarlijkse Dinaso-Landdagen. Andersom spreekt Juul de Clercq regelmatig op verschillende locaties in Nederland.
Verdinaso-Nederland moest in eigen land vooral opboksen tegen een reeks fascistische partijen ondermeer het Zwarte Front van
Arnold Meyer (later Nationaal Front geheten) en het N.S.B. van Anton Mussert en dat met het verwijt dat ze
niet 'Diets' en antisemitisch genoeg waren. De Nederlandse inbreng in Hier Dinaso! heeft het uitgesproken antisemitisme dat het blad vanaf mei
1933 kreeg door bijdragen van ingenieur Jef de Langhe en van Ward Hermans, onderhouden of nog versterkt, ook nadat die anti-Belgen het blad verlaten hadden.
In het weekblad Hier Dinaso! uit 1934 kon je dit lezen over de NSB van Mussert: "Voor ons is de NSB een vals-nationale, volksverlakkende
Jodentroep van wie wij niets verwachten voor de heropleving van ons ene, zuivere, Dietse volk." Die kritiek op de NSB zal echter niet kunnen beletten
dat in 1939 het Nederlandse Verdinaso, en dit met de instemming van Joris Van Severen, los van Vlaanderen een onafhankelijke koers gaat varen. Alle pogingen om
een doorbraak van het Verdinaso in Nederland te forceren, liepen echter op niets uit en de beweging bleef stagneren.
In september 1939 fusioneerde Verdinaso-Nederland op een kaderdag in Utrecht met de Nederlandse Volkspartij tot Verbond der Nederlanders.
Het weekblad 'Dinaso-Orde' was reeds eerder omgedoopt tot Ons Volk. Na de bezetting door de Duitsers zal in november 1940 het Nederlandse Verdinaso
samensmelten met de Nationaal Socialistische Beweging (NSB) van Anton Mussert. Ernst Voorhoeve werd NSB-propagandaleider en zal
later als SS-officier vechten aan het Oostfront.
SeniorPlaza: "Musserts politieke doel — de staatsmacht voor de NSB in een met België verenigd onafhankelijk Nederland als lid van een Germaanse statenbond — werd niet bereikt,
al bepleitte hij zijn zaak hardnekkig bij Hitler. Op steun van het Nederlandse volk kon hij zich bij de Duitsers niet beroepen; integendeel, de NSB werd algemeen
gehaat (zo leidden de anti-joodse acties van de heropgerichte WA indirect tot de Februaristaking van 1941). Bovendien werd zijn streven tegengewerkt door het op
"verduitsing" gerichte Groot-Germaanse annexatiestreven van de SS, dat ook binnen de NSB ondersteuning vond (bij Rost van Tonningen, alsmede bij de in september
1940 opgerichte Nederlandsche SS onder leiding van Henk Feldmeijer).
Na mei 1943 kreeg de SS-richting onder de bezetters geheel de overhand en was de kans op een
NSB-regering verkeken. De feitelijke rol van de NSB tijdens de bezetting was slechts die van hulptroep van de Duitsers. Vele NSB-ers aanvaardden bestuursfuncties
(burgemeester, commissaris, secretaris-generaal, enz.). Duizenden van hen namen dienst bij de Waffen-SS, vooral aan het Oostfront. Vanaf de zomer van 1943 waren de
meeste mannelijke leden georganiseerd in de Landwacht, die de bezetters hielp de bevolking te 'beheersen', wat zich veelal uitte in terreuracties tegen burgers.
Na Dolle Dinsdag pakten veel (kader)leden van de NSB hun biezen en vluchtten naar Duitsland. Deze overhaaste vlucht bezorgde de NSB veel negatieve publiciteit.
Mussert installeerde daarom op 2 oktober 1944 een 'tijdelijke bijzondere rechtbank'. De drie rechters kregen de opdracht "te onderzoeken en te beoordelen, welke
leden der Beweging, die op 1 September jl. belangrijke vertrouwensposten innamen, zich in de maand September in positieve of negatieve zin hebben onderscheiden."
De Districtcommandeur van de Landwacht voor Overijssel, F.L. Rambonnet, werd benoemd tot leider van opsporing en vooronderzoek. Veel landelijke dagbladen namen
het bericht uit "Volk en Vaderland" over, dat Mussert tien vooraanstaande NSB-ers, "in afwachting van de beoordeeling van hun gedragingen in September jl.",
had geschorst. De lijst bevatte allemaal bekende namen als de Graaf de Marchant et d'Ansembourg (gemachtigde voor Limburg), Ernst Voorhoeve
(oud-propagandaleider), F.W. van Vloten(leider Nederlandsche Volksdienst) en L. ten Cate (hoofd van het afstammingsonderzoek).
Hen was het verboden het uniform met uitmonsteringsstukken te dragen en namens de NSB op te treden. Later zouden nog twaalf leden geschorst en vervolgd worden.
Deze 22 waren echter slechts het topje van de ijsberg. Van de eerste tien werden overigens maar twee zaken afgerond. In vier gevallen waren de verdachten tevergeefs
opgeroepen. Daarnaast werd één beklaagde, NSB-penningmeester F.W. Bilderbeek, als gevolg van de tirade van Rambonnet tijdens de zitting, door een lid van Musserts
lijfwacht, die kort daarvoor als getuige tijdens de zitting gehoord was, neergeschoten. Het in Nederland achtergebleven deel van de NSB viel uiteen door onderlinge
onenigheid (begin 1945 werden Rost van Tonningen en Van Geelkerken nog door Mussert geroyeerd). Na de bevrijding werd de NSB verboden en werden veel van haar
leden wegens landverraad berecht (Mussert zelf kreeg de kogel, Van Geelkerken levenslang.) Ernst Voorhoeve werd na de oorlog veroordeeld tot 11 jaar gevangenisstraf
wegens dienstname in een vijandig leger en het verspreiden van het nationaalsocialisme. Van pogingen om de beweging (NSB of Verdinaso.nl) clandestien voort te zetten
is nauwelijks sprake geweest, beide bewegingen verdwebeb roemloos uit de geschiedenis en de Nederlandse politiek."