|
Joris Van Severen en het Verdinaso |
|
|
|
|
Saturday 27 March 2004 |
|
Pagina 7 van 9
Leve de Koning! Vive le Roi!
Van Severen evolueert steeds verder in "Bourgondische" (vereniging van Vlaanderen, Wallonië en Nederland) en later Belgisch-nationale richting, maar blijft een rechts-autoritaire koers aanhouden. Hij wordt een hevig pleitbezorger van de neutraliteitspolitiek van koning Leopold III. In de late dertiger jaren en nog tot het begin van 1940 werd steeds de Belgische vlag meegetroond tijdens openbare vergaderingen en propagandatochten, als zinnebeeld van dit deel der Verenigde Nederlanden der 17 Provinciën
Deze Belgicistische houding, waarin het Verdinaso zich duidelijk afzette tegen het separatisme van de Vlaams-Nationalistische verenigingen zoals bvb het VNV, leverde hem wel de belangstelling op van het Hof, de Kerk en de Adel. Dat was onder meer het geval met de industrieel Léon Bekaert, de edellieden zoals Graaf de Renesse, de Prinsen de Croij, Harold d' Aspremont-Lynden, Thierry de Limburg-Stirum, Pierre d'Ydewalle, de bankier Louis Camu, de socialist Hendrik De Man en minister Philip Van Isacker.
Daarnaast onderhield Van Severen ook goede betrekkingen met Mgr. Lamiroy, de bisschop van Brugge, Beyaert (de drukker van het bisdom die een persoonlijke vriend van Van Severen was, en kanunnik Willy Cracco, die volgens Frantz Van Dorpe in het geheim lid was van het Verdinaso.
Tijdens de Sudetenkwestie in Tsjecho-Slowakije stuurde Van Severen op 28 september 1838 een telegram naar eerste minister Spaak: "Verdinaso-België in volkomen loyaliteit en tucht achter Koning Leopold, in de onvoorwaardelijke dienst van volk en land" en op 4 maart 1939 riep het Verdinaso zelfs op tot een koninklijke staatsgreep: "Koning Leopold. Het regime heeft het land, moreel en financieel, aan de rand van de afgrond gebracht. In U stelt het land zijn laatste hoop."
Enkele dagen vóór de Duitse inval zond Van Severen andermaal een telegram naar de Koning waarin hij deze verzekerde "dat de Dinaso's onder al Uwe getrouwen de getrouwsten waren."
Maar Koning Leopold III comprommiteert zichzelf door op eigen houtje onderhandelingen aan te gaan met de bezetter. In november 1940 heeft hij een onderhoud met Adolf Hitler in Berchtesgaden. Hij bekomt er de vrijlating van 50.000 krijgsgevangenen en een betere bevoorrading van de Belgische bevolking. Toch wordt deze houding hem in eigen land kwalijk genomen. De vorst blijft gedurende de oorlog in België maar wordt op 7 juni 1944 gedeporteerd door het terugtrekkende Duitse leger. Hij komt in Oostenrijk terecht, waar hij door het Amerikaanse leger bevrijd wordt op 7 mei 1945.
Koning Leopold kan echter niet terug naar huis komen, wegens het verzet van de regering en een deel van de bevolking, de zogeheten Koningskwestie. Zijn broer, prins Karel (1903-1983), wordt tijdelijk regent. In 1950 houdt de regering een volksraadpleging met de vraag of de koning kan terugkeren. Een meerderheid van 58 procent zegt 'ja' en de koning keert op 22 juli 1950 terug naar België. Er breken hevige onlusten uit en op het land staat aan de rand van een burgeroorlog. Op 11 1950 augustus draagt Leopold III de koninklijke macht over aan zijn zoon, Prins Boudewijn.
|
|
Laatst geupdate op ( Wednesday 12 December 2007 )
|