|
Het Geheim Leger leidt het militaire verzet in België |
|
|
|
|
Tuesday 30 March 2004 |
|
Pagina 4 van 6
Het Geheim Leger in actie!
Eind februari 1944 vertrekt Kolonel Ivan Gérard terug naar Londen en draagt het bevel over aan Luitenant-generaal Jules Pire ('Pygmalion'). Het Belgisch Leger (voordien Belgisch Legioen) krijgt haar 'officiële' naam, Geheim Leger, pas op 1 juni 1944 van de Belgische regering in Londen. Alhoewel reeds vanaf 1943, met instemming van de SOE en de regering in Londen, sabotagedaden werden uitgevoerd, vooral door de groepen uit de Zones I, IV en V, is het toch vooral vanaf juni 1944 dat het Geheim Leger in actie trad.
Op 6 juni 1944 start Operation Overlord, de landing van de geallieerde strijdkrachten in Normandië. Twee dagen later zend de BBC het afgesproken signaal door: 'Le Roi Salomon a mis ses gros sabots' (Koning Salomon heeft zijn grote klompen aangetrokken), en dat is het sein voor het Geheim Leger om de eerste fase van het actieplan te starten: de verstoring van het treinverkeer en van de bruggen en de sabotage van de Duitse communicatielijnen. De 54.000 leden van het Geheim Leger zullen hard toeslaan!
Tussen 8 juni en begin september 1944 vernietigt of beschadigt het Geheim Leger: 95 spoorwegbruggen, 12 andere bruggen, 15 sluizen, 285 locomotieven en 1365 goederenwagons. Zeventien tunnels werden geheel of gedeeltelijk afgesloten, 116 ontsporingen werden veroorzaakt, talrijke ondergrondse kabels werden doorgesneden, en telefooncentrales buiten werking gesteld. Door het gebrek aan springstoffen werd het oorspronkelijke doel, de totale blokkering van de Duitse transporten en communicatielijnen, helaas niet bereikt.
Een speciale vermelding in verband met de sabotage verdient de 'Groep Hotton'. De sabotagegroep Dienst Hotton werd vanaf eind 1943 aan het Geheim Leger toegevoegd. Die sabotagedienst werd eind 1943 opgericht, waarvan de twee opeenvolgende chefs vrij vlug werden aangehouden. Begin 1944 werd ingenieur Albéric Maistriau van de speciale inlichtingendienst Clarence de chef. In mei 1944 werd voor de groep Hotton de agent François Mathot als instructeur geparachuteerd. Van de 350 leden van de groep Hotton schoten er 44 saboteurs hun leven erbij in en 27 anderen werden gewond.
Naast de sabotage was ook het behoud van een aantal infrastructuren essentieel voor de toekomende geallieerde opmars. Maar uiteraard ook bestond deze anti-destructieopdracht erin om te voorkomen dat de Duitsers bij hun aftocht strategische punten en verkeersknooppunten zouden vernietigen, met het doel de opmars van de geallieerden te vertragen.
In het bijzonder de vrijwaring van de Haven van Antwerpen werd essentieel. Dat werd de opdracht voor Luitenant Urbain Reniers die het hele verzet moest coördineren rondom de haven. Naast het Geheim Leger namen hier ook deel aan de Witte Brigade, de NKB, de Witte Brigade-Fidelio, Groep G en het OF/FI (Onafhankelijkheidsfront). Eigenlijke militaire acties tijdens de bevrijding bleven beperkt, gezien de snelle opmars van de geallieerde troepen.
Op 31 augustus 1944 ging op bevel van de Belgische regering in Londen, de tweede fase van start. Op 1 september 1944 zond de BBC het codewoord 'La jonquille jaune est en fleur' (ned.:De gele narcis staat in bloei - eng.:Yellow daffodil is a flower). De guerillafase in de strijd tegen de nazi's was aangebroken.
Het bestoken van de vijand door guerilla-acties heeft om geografische redenen echter slechts op beperkte schaal en enkel in de Ardennen plaatsgevonden. Alle leden werden per schuiloord gemobiliseerd. Zij slaagden erin vele Duitse soldaten gevangen te nemen en hun aftocht te bemoeilijken.Tijdens, en ook na de bevrijding, bood het Geheim Leger ook nog hulp aan de geallieerde troepen, zowel met verkennings- als met infanterieopdrachten.
|
|
Laatst geupdate op ( Sunday 11 May 2008 )
|