headerbanner
Aanbevolen boeken en AV-media:
Nota bene '45. Een dagboek (Erich Kästner)
Israel's War History; prod. Sharon Schaveet; docu. 2007; 1 DVD; 120 minuten; engels; zw/w & kl.
Friday 03 September 2010
Home
Actueel
Het Waanzinnige Rijk
Hitlers Handlangers
Hitlers Gewillige Beulen
Vergeten vervolgden
Ware Helden
Collaboratie in België
Het verzet in België
NS docs / wetten
Varia
Boekenbank
Link Partners
Auteur
Contact




Hugo Van Minnebruggen's Facebook profiel
Advertisement
De Witte Roos - studentenverzet in München tegen de nazi's PDF Afdrukken E-mail
Tuesday 21 October 2003
Artikel index
De Witte Roos - studentenverzet in München tegen de nazi's
Het ontstaan van De Witte Roos
De Witte Roos in verzet
Opnieuw verzet en.. gearresteerd!
Proces en executie
Epiloog
Bronnen

 

 

 

 

De Witte Roos in verzet

In het begin waren enkel Hans en Alex actief. Flugblätter der Weißen Rose luidde het opschrift van de eerste vier vlugschriften van de Witte Roos, die Hans Scholl en Alexander Schmorell in mei en juni 1942 hadden samengesteld, gestencild en verspreidden. De vlugschriften werden achtergelaten in publieke telefooncellen, en verstuurd over heel Duitsland naar studenten en professoren. Op deze wijze konden zij hun antinazi ideeën verspreiden over de universiteiten over heel het land. Sommige vlugschriften werden opgepikt door de Gestapo (Geheime Staatspolizei) die meteen een intense speurtocht begon naar de oorsprong van dit verzetsmateriaal en de makers ervan.

Gelijkaardige stencilmachine uit de jaren dertig van de vorige eeuw waarmee de zes pamfletten van de Witte Roos werden gedrukt

In de eerste vier pamfletten werden de misdaden van het Hitler-regime bij name genoemd en aan de kaak gesteld. Ze maakten duidelijk dat het Duitse volk door de vernietiging van de Joden een blijvende schuld op zich geladen had. Dat leidde tot de vraag, hoe een heel volk zo apathisch kon zijn dat het iets dergelijks liet gebeuren. Tenslotte werden de Duitsers opgeroepen om op elke denkbare wijze passief verzet te bieden en sabotage te plegen, om zo het nationaal-socialisme ten val te brengen: Hans en zijn vrienden gingen volledig in hun nieuwe activiteiten op. De eerste twee pamfletten werden door Hans en Alex geschreven, waarbij ze op Christoph Probst rekenden om hen te becommentariëren en bekritiseren. Als het eerste vlugschrift nog enigszins "braaf" was en de Duitsers opriep tot passief verzet tegen het Derde Rijk, werd de toon bij elk nieuw pamflet scherper en aanvallender. Ook de Joodse kwestie en de Jodenvervolging kwamen aan bod zo bv. dit citaat uit het tweede vlugschrift van juni 1942:

"We willen in dit pamflet niets zeggen over het Joodse vraagstuk en het ook niet voor hen opnemen. Nee, we noemen alleen als voorbeeld het feit dat sinds de verovering van Polen 300.000 Joden in dat land op een buitengewoon beestachtige wijze zijn vermoord. Daarin zien we een afschuwelijke misdaad tegen de menselijke waardigheid, een misdaad waarmee in de hele geschiedenis van de mensheid geen andere te vergelijken valt. Want over het Joodse vraagstuk mag men denken wat men wil, maar ook de Joden zijn mensen, en men heeft dit deze mensen aangedaan. Sommigen zeggen misschien dat de Joden zo'n lot verdiend hebben, wat een ongelooflijk aanmatigende uitspraak zou zijn. Maar als we mogen aannemen dat iemand zoiets zegt, hoe staat hij dan tegenover het felt dat de hele jongere generatie van de Poolse adel is uitgeroeid (God zegge, dat het niet waar is!)?"

"Nicht über die Judenfrage wollen wir in diesem Blatte schreiben, keine Verteidigungsrede verfassen - nein, nur als Beispiel wollen wir die Tatsache kurz anführen, die Tatsache, daß seit der Eroberung Polens dreihunderttausend Juden in diesem Land auf bestialische Art ermordet worden sind. Hier sehen wir das fürchterlichste Verbrechen an der Würde des Menschen, ein Verbrechen, dem sich kein ähnliches in der ganzen Menschengeschichte an die Seite stellen kann. Auch die Juden sind doch Menschen - man mag sich zur Judenfrage stellen, wie man will -, und an Menschen wurde solches verübt. Vielleicht sagt jemand, die Juden hätten ein solches Schicksal verdient; die Behauptung wäre eine ungeheure Anmaßung; aber angenommen, es sagte jemand dies, wie stellt er sich dann zu der Tatsache, daß die gesamte polnische adelige Jugend vernichtet worden ist (gebe Gott, daß sie es noch nicht ist!)?"

Saul Friedländer in zijn boek Nazi-Duitsland en de Joden hierover: "Met andere woorden: deze militante vijanden van het regime beseften heel goed dat de massamoord op de Joden geen indruk zou maken op de meeste lezers van het pamflet zonder dat er misdaden tegen Poolse katholieken aan werden toegevoegd. Of daarin ook de houding van de Weisse Rose zelf tot uiting komt, is moeilijk te zeggen, maar het is een aanwijzing voor hun inschatting van de publieke opinie bij de katholieke Duitse middenklasse, ergens rond het midden van 1942."

Afbeeldingen links en rechts: Treinstation München, 23 juli 1942. Sophie Scholl neemt afscheid van haar broer Hans en zijn vrienden die naar het Oostfront trokken. Op de foto van links naar rechts: Hubert Furtwängler, Hans Scholl, bovenaan Sophie en met de rug naar de camera helemaal rechts Alexander Schmorell

Bij elk verschenen pamflet groeide de groep aan. Jürgen Wittenstein trad toe tot de groep en had in juli 1942 mee het derde en het vierde pamflet opgesteld en reisde met deze compromitterende documenten naar Hamburg en Berlijn voor verdere verspreiding. De leden van De Witte Roos werkten dag en nacht, slingerend aan een manueel bediende kopijmachine waar duizenden pamfletten uitrolden, die telkens in een enveloppe werden gevouwen, gezegeld en verzonden werden vanuit verschillende belangrijke steden in Zuid-Duitsland. Adressen werden uitgezocht in telefoonboeken en dat waren meestal studenten, geneeskundigen en café-eigenaars (wat blijkbaar de Gestapo in verwarring bracht, maar wie kon anders beter omtrent het pamflet het woord voeren of verspreiden!).

Na het succesvvol verschijnen en verdelen van de eerste vier pamfletten kwam in juli het militaire bevel dat de kernleden van de Witte Roos opnieuw voor enkele maanden naar het Oostfront moesten. De nazi-regering besloot om alle studenten voor geneeskunde, onze helden inbegrepen, naar het Russische front te sturen om er in de veldhospitalen de gewonde soldaten te verplegen. In de trein ontmoetten ze een ander toekomstig Witte Rooslid, Willi Graf (Saarbrücken, 2 jan. 1918 - 12 okt. 1943), die een belangrijke rol zal spelen in de organisatie. Net zoals de andere studenten was hij als soldaat naar het front gezonden.

Willi was een grote blonde kerel afkomstig uit het Saarland. Hij was de zoon van een gekende wijnhandelaar, en eveneens soldaat en student geneeskunde. Van huize uit zeer religieus opgevoed, weigerde om bij de Hitlerjugend te gaan en meed elk contact met hun leden. Hij was zo fel anti-nazi geworden, en keerde zich zo zeer tegen het regime dat hij elke naam uit zijn telefoonboekje schrapte van iedereen waarvan hij wist dat ze bij de Hilterjeugd. Voordien, in januari 1940 was Willi opgeroepen om zijn militaire dienst te vervullen bij de 'Wehrmacht' en werd ingedeeld bij een medische eenheid die opereerde aan de kust van het Noordzee-kanaal en in Zuid-Frankrijk. In maart en april van 1941 nam hij deel aan de campagne in Joegoslavië en van mei 1941 tot april 1942 diende hij aan het Oostfront. Hier was hij getuige van de oorlogsellende van de burgerbevolking en zelfs van de vervolging en moord op de Joden.
 
In april 1942 was hij terug in München waar hij zijn studie geneeskunde kon verder zetten. Hier leerde hij in de zomer 1942 voor het eerst Hans en Sophie Scholl kennen en hun vrienden Alexander Schmorell, Christoph Probst, Jurgen Wittenstein en wat later Professor Kurt Huber, die in de tweede periode van het Witte Roos-verzet een belangrijke rol zal spelen. Op de universiteit sloot Willi vriendschappen met andere medestudenten uit het Bach Koor en met diegenen waarmee hij aan de universiteit schermlessen volgde en hun dissidente opinies deelde.

Op de trein naar het Oostfront zaten aldus Willi Graf, Hans Scholl en Alexander Schmorell tesamen. Voor Alexander die van moederskant van half-Russische origine was, werd het Oostfront een speciale ervaring. Hij ervoer zijn 'tour of duty' in vijandelijk gebied als 'thuis komen'. Hij legde contacten met de plaatselijke bevolking en sprak er met de Russische inwoners. Willi Graf schreef over Alexander: "In het gezelschap van Alex begon ik zijn land door gans andere ogen te bekijken. Wij zaten dikwijls samen met de boeren, zongen samen met hen en luisterden naar hen hoe ze hun mooie oud liederen speelden."

De kernleden van de Witte Roos verbleven drie maanden aan het Oostfront en verlieten het strijdtoneel vol opgekropte woede en frustratie. Op hun terugweg naar Duitsland brachten zij een paar dagen door in de Poolse hoofdstad Warschau en waren geschokt toen ze zagen hoe de stad kompleet in puin lag, alhoewel ze nagenoeg zonder weerstand door de Duitsers was ingenomen. Jurgen Wittenstein was helemaal van de kaart toen hij het getto van Warschau bezocht. Hij was getuige hoe een Oekraïense soldaat voor een pakje sigaretten het vuur opende op de Joden en hoe SS-soldaten willekeurig de Joden in het getto zonder reden of oorzaak voortdurend sloegen en vernederden. Hij kon er stiekem enkele foto's maken van de verschrikkelijke toestanden die zich afspeelden in het getto. Dankzij zijn vriend Alex Schmorell, die vloeiend de Russische taal beheerste, kon hij wat communiceren met Russische arbeiders en boeren.

Alexander berispte een bewaker toen die zomaar een Russische arbeider sloeg, wat hem bijna voor de Duitse tuchtraad bracht. Hans Scholl gaf zijn tabaksdoos, een erg zeldzaam en kostbaar kleinood, weg aan een Joodse arbeider die hij in het getto had leren kennen. Iedereen viel letterlijk voor de Polen, Russen en Joden waarbij ze zich realiseerden dat enkel een Duitse nederlaag hun leven kon redden en ook hun land van de verwoesting kon redden. Wittenstein schreef dat dit een hard oordeel was voor iemand die zo van zijn vaderland houdt zoals hij en zijn vrienden van Duitsland hielden.

Professor Kurt Huber werd actief in de tweede verzetsperiode van de Witte Roos

Na hun terugkeer van het Oostfront in oktober 1942 keerden ze terug aan de universiteit waar ze hun tijdelijk onderbroken studies hervatten. Ze hadden gemerkt hoe gedemoraliseerd de Duitse bevolking was geworden vooral door de nederlaag in Stalingrad en de voortdurende bombardementen van de Geallieerden op de Duitse steden. Ze besloten om hun dissidente activiteiten voort te zetten en nog beslister dan voorheen de Duitsers tot verzet op te roepen. Zij stelden zich daarbij tot doel, dat de oorlog snel moest worden beeindigd. Daarvoor was echter een zorgvuldige voorbereiding nodig en moesten ze dringend ook meer leden werven voor hun kleine groepje om hun actieterrein te kunnen uitbreiden. In die periode, najaar 1942, kregen ze onverwachte steun van de 50-jarige professor Kurt Huber, die dra de Witte Roos vervoegde en mee de volgende pamfletten opstelde. Hij zal ruim de helft van het vijfde pamflet voor zijn rekening nemen en het zesde en laatste pamflet helemaal alleen schrijven. Zijn invloed op de groep zal in de laatste fase van de Witte Roos een beslissende rol spelen en mede de catastrofale afloop bepalen.

Professor Kurt Huber (24 okt. 1893 - 13 juli 1943) doceerde psychologie en filosofie aan de universiteit van München. Prof. Huber werd geboren in Zwitserland op 24 oktober 1893 te Chur. Vier jaar later was zijn familie verhuisd naar Stuttgart in Duitsland. Na het beëindigen van zijn middelbare studies studeerde de jonge Huber verder de vakken musicologie, psychologie en filosofie aan de universiteit van München. Hij behaalde zijn doctoraat in 1917 en begon drie jaar later zelf les te geven in dezelfde universiteit waar hij zelf was afgestudeerd. Prof. Huber stond aan de universiteit bekend als een felle anti-nazi. Hij was een uitstekend docent en doceerde telkens over verboden onderwerpen. Prof. Huber was een groot kenner van Herder en Leibniz en wanneer hij over Leinitz doceerde gebruikte hij diens ideeën om het naziregime te bekristiseren. Hij gaf zelfs les over de Joodse filosoof Spinoza wat ten strengste verboden tijdens het naziregime.

In 1941 hadden twee van zijn studenten, Alexander Schmorell en Hans Scholl, die kort voordien een eerste keer soldaat waren geweest aan het Oostfront, hun professor verhaald over de wreedheden die de SS-soldaten begingen in Polen en in de Sovjet-Unie. De reactie van Huber was navenant. Hij antwoordde hen dat het belangrijker was om het naziregime omver te werpen dan het communistische regime in de Sovjet-Unie. Na hun terugkeer aan de universiteit trad professor Huber toe tot de Witte Roos en raakte betrokken in het schrijven van de volgende (en laatste) twee pamfletten. Voor sommige leden werd hij zelfs hun spirituele leider en voor de verzetsgroep een van de belangrijkste mentoren en nam vanaf dan op hun uitnodiging deel aan al hun vergaderingen en gesprekken.



Laatst geupdate op ( Tuesday 30 September 2008 )
 
addtofav
Verzet.org maakt dankbaar gebruik van Joomla! en krijgt de technische ondersteuning van Antifa.net en VEDEZE van Blokwatch.
Ga naar top pijltje