|
De Gewapende Partizanen/Partisans Armées |
|
|
|
|
Friday 30 April 2004 |
|
Pagina 3 van 5 De Acties De activiteiten die de Gewapende Partizanen ontplooiden waren enorm en zeker als je rekening houdt met de aanhoudende problemen waarmee deze verzetsgroep dagelijks te kampen had. De partizanen speelden een beduidende rol bij sabotages maar werden vooral berucht omwille van moordaanslagen op verraders, collaborateurs, Duitse militairen en officieren van de SIPO. Zo voerde de Partizanen zeker 74 verkenning- en guerrilla-acties uit tegen personen. Hierbij werden 965 vijandelijke soldaten en officieren omgebracht en nog eens 1.017 werden verwond.
Daarnaast werden 1.137 collaborateurs terechtgesteld en 255 gewond. Ergens tussen maart en april 1943 kwam het bevel van het Nationaal Commando van de Partizanen dat "iedere Partizaan het individueel recht verleende voortaan, eigenmachtig, waar en wanneer ook, de SS-verraders te executeren". Wat men precies onder 'SS-verraders' verstond is niet bekend. Vanaf augustus 1942 regent het aanslagen op collaborateurs. Onder hen bevonden zich 8 Rexisten, 3 Waalse Wachters, 1 Waalse NSKK'r, 4 VNV'rs, 2 Vlaamse Wachters en 1 veldmeester van de Vrijwillige Arbeidsdienst voor Vlaanderen. Op 6 september 1942 werd een aanslag gepleegd op de bioscoop Marivaux in Brussel plaats waar op dat ogenblik een voorstelling van de DeVlag plaatsvond met één dode en verscheidene gekwetsten. Op 19 november 1942 werd de Rexistische burgemeester van Groot-Charleroi, Jean Theugels, omgebracht en op 4 december August Schollen. Tussen 23 december 1942 en 12 januari 1943 werden nog eens zes Duitse Militairen (of ambtenaren?) door de Partizanen neergekogeld. Eén van de spectaculairste aanslagen tegen collaborateurs was wellicht de moord op 14 april 1943 op de journalist Paul Colin, die directeur was van de kranten Le Nouveau Journal en Cassandre
Naast hevige activiteit in Leuven was er ook intense Partizanenactiviteit in het Limburgse. Van mei tot december 1943 vielen 19 doden waaronder 12 VNV-leden; afdelingsleiders, Zwarte Brigademannen en jeugdleiders. Uiteraard lokten dergelijke acties op hun beurt weer zware vergeldingsgmaatregelen uit waarbij willekeurig gijzelaars werden geselecteerd, waaronder vele uit eigen rangen, die zonder pardon of proces werden geëxecuteerd. Zo werden als vergelding voor de moord op Theugels en Schollen niet minder dan 50 willekeurige gijzelaars door de nazi's terechtgesteld. In het voorjaar van 1944 sloeg de bezetter hard toe en werden er 24 Limburgse Partizanen als represaille-maatregel in Breendonk gefusilleerd. Het was dus vooral zaak om uit de handen van de SIPO of de Gestapo te blijven, want eens in hun handen was er nagenoeg geen ontkomen meer aan. Zo werden in de Borinage einde 1941 zestien Partizanen "van het eerste uur" aangehouden die beticht werden van vijftien ernstige sabotageacties. Richard Soupart, de leider van de groep, werd korte tijd later terechtgesteld. Georges Cordier, de politieke leider en communistisch volksvertegenwoordiger, werd op 8 december 1941 in de gevangenis van Mons doodgemarteld. De Partizanen ondernamen soms ook acties om hun gevangen kameraden te bevrijden. Zo bijvoorbeeld op 15 juli 1944 te Gent waarbij 2 gevangen Partizanen tijdens hun overbrenging naar het Gerechtshof werden bevrijd en waarbij 2 bewakers werden gedood. Op 5 mei 1943 trachtte een Partizanencommando 8 gekwetste kameraden te bevrijden uit het hospitaal te Tienen. Toen ze het ziekenhuis wilden verlaten botsten ze op 35 Feldgendarmen. De zaak was verklikt. Al schietend baanden ze zich een weg naar buiten waarbij zeker 7 Feldgendarmen werden gedood en 5 anderen gewond werden. Men kan discuteren over de zin van deze acties, terreur en contraterreur, maar voor de Partizanen hadden deze acties wel degelijk een betekenis en zeker ook een militaire, waarbij het er op aankwam om de bezetter te laten voelen dat hij niet alleen de baas was, en ook de terreur ten aanzien van de collaborateurs die vooral psychologisch zwaar doorwoog waardoor zij zich nooit veilig voelden tijdens de bezetting en zeker niet gedurende de twee laatste oorlogsjaren. Behalve de acties tegen personen voerde de Partizanen enorm veel sabotageacties uit. Zo deden zij 1.268(!) aanvallen tegen het transport waardoor 58 seinhuizen werden vernield, 641 locomotieven werden beschadigd of vernietigd, 17 bruggen instortten, 10.305 wagons gesaboteerd werden alsook 68 ontsporingen veroorzaakten. Daarnaast werden ook 15 vliegtuigen vernietigd. 346 aanvallen op waterwegen en kanalen waardoor 1 stuwdam werd vernietigd, 1 ophaalbak, 9 tractors, 36 sluizen en 309 verschillende sleepboten werden vernield. De Partizanen voerden eveneens 497 aanvallen uit tegen fabrieken, arsenalen en garages, waarbij 118.500 m3, 2.000 bussels, 4 opslagplaatsen en 2 stocks hout werden verbrand. Daarnaast werden er ook aanslagen uitgevoerd op elektriciteitsvoorzieningen waarbij 11 centrales werden vernield, 1.681 pylonen werden omgelegd en 236 kabels gesaboteerd. De lijst is indrukwekkend en verre van volledig! Naar het einde van de oorlog toe werden zowel de Patriottische Milities als de Gewapende Partizanen ingeschakeld bij de bevrijding en waren zij intussen integraal, met behoud van hun kaders, opgenomen in de Binnenlandse Strijdkrachten, onder leiding van Luitenant-generaal Gérard van het Geheim Leger . Hun taak was het opruimen van Duitse verzetshaarden, gevangenneming en bewaking van omsingelde Wehrmachtsoldaten, bewaking van strategische punten, lokalen en gebouwen, en de gevangenneming en bewaking van collaborateurs.
|
|
Laatst geupdate op ( Saturday 30 July 2005 )
|