|
Luitenant De Winde-Kring (LDWK) en de Vlaamse Wacht |
|
|
|
|
Saturday 10 April 2004 |
|
Pagina 1 van 5 
Luitenant Juul De Winde (1893-1918)
Juul De Winde werd op 13 mei 1893 geboren in de kleine Vlaamse gemeente Merchtem, gelegen in de driehoek Dendermonde, Willebroek en Brussel. Als in 1909 de cultuurvereniging 'De Vlaamsche Kring' wordt gesticht door de toondichter August De Boeck, wordt naast zijn ontluikende dichtkunst, ook zijn Vlaamsgezindheid aangewakkerd. Hij publiceert zijn eerste jeugdverzen in de Gazet van Merchtem.
Op 16 september 1913 wordt Juul De Winde opgeroepen om zijn militaire dienstplicht te vervullen. Hij wordt ingelijfd bij het 1ste regiment Karabiniers en wordt al op 5 april 1914 tot korporaal gepromoveerd. Ondertussen neemt de oorlogsdreiging toe en niettegenstaande de neutraliteitspolitiek van Belgié, mocht het niet baten en al op 4 augustus 1914 trekken de eerste Duitse soldaten ons land binnen.
Vanaf oktober 1914 heeft het Belgische leger zich teruggetrokken in de Westhoek en kan de vier jaren durende loopgravenoorlog beginnen. Inmiddels werd De Winde op 18 november '14 sergeant. Hij ontpopt zich tot een moedige soldaat en onder de strijdkreten 'Vliegt de Blauwvoet' en 'Storm op Zee' moedigt hij zijn mannen aan. Op 15 november 1915 wordt hij tot adjudant benoemd, op 8 september 1916 onderluitenant en op 26 september 1917 luitenant en wordt hij toegevoegd aan de legerstaf.
In augustus 1918 stichtte hij onder de schuilnaam Juul Liseron, samen met Onderluitenant Pol Knaeps, het frontblaadje 'Merchtem Boven' dat echter slechts éénmaal zal verschijnen. In april 1917 publiceerde hij aan het front, eveneens onder zijn pseudoniem zijn eerste dichtbundel Granaatscherven, met een voorwoord van Cyriel Verschaeve. Nog verscheidene verzenbundels lagen op de plank maar werden nooit uitgegeven, de oorlog maakte een vroegtijdig einde aan deze prille flamingant, dichter en schrijver.
Eind 1918 is Juul De Winde ingedeeld bij het 3de Karabiniers regiment, dat onder de 6de Infanterie divisie ressorteerde. Op eigen aanvraag was Juul De Winde uit de Vlaamsvijandige stafleiding opgestapt en koos hij ervoor om bij zijn Vlaamse soldaten in de vuurlinie te staan. Op 28 september 1918 wordt hevig slag geleverd met de Duitsers in de driehoek Westrozebeke, Passendaele en Langemark. In de moerassige ondergrond woeden hevige man tot man gevechten.
Juul De Winde is één van de dertien officieren die die dag sneuvelden. Nauwelijks zes weken voor de Wapenstilstand van 11 november 1918. Hoe De Winde precies aan zijn einde is gekomen lijkt niemand met zekerheid te kunnen zeggen. In het gedenkboek (zie bronnen) worden tientallen pagina's besteed aan het hoe en waar Juul De Winde zou omgekomen zijn zonder echter tot een eensluidend antwoord te komen.
De mythevorming ontstaat en na het einde van de Eerste Wereldoorlog wordt deze jonge Vlaamsgezinde dichter, en moedige officier, één van de zovele duizenden Vlaamse soldaten die hun leven lieten in de vlakte van de IJzer, spoedig tot symbool van de Vlaamse strijd verheven. Hij wordt door de Vlaamsgezinden in één adem vernoemd met Joe English en bvb de gebroeders Van Raemdonck.
De mythevorming, olv. van een aantal activisten, geeft voedsel aan het naoorlogse flamingantisme. Al in 1920 vind de eerste IJzerbedevaart plaats en in 1928 wordt met de bouw van de eerste IJzertoren aangevat. In 1930 wordt de IJzertoren ingehuldigd en in 1932 worden de stoffelijke resten van 8 frontsoldaten, o.a. de gebroeders Edward en Frans Van Raemdonck en Joe English, naar de IJzerweide overgebracht. In 1937 worden grafkamers ingericht in de crypte van de IJzertoren en op 22 augustus 1937 tijdens de 18e IJzerbedevaart te Kaaskerke worden met veel ceremonie en vlaggenvertoon, de stoffelijke resten van Luitenant Juul De Winde in de IJzercrypte bijgezet.
|
|
Laatst geupdate op ( Wednesday 19 September 2007 )
|