|
Luitenant De Winde-Kring (LDWK) en de Vlaamse Wacht |
|
|
|
|
Saturday 10 April 2004 |
|
Pagina 3 van 5
De Vlaamsche Wacht
De oprichting van de Vlaamsche Wacht gebeurde onder impuls van het Duitse Militaire Bestuur en met de medewerking van het VOS (Verbond van Vlaamse Oud-strijders). In augustus 1940 had het VOS de Nieuwe Orde verwelkomt en begin 1941 werden de statuten van het VOS aangepast en werd het een autoritaire organisatie. In mei 1941 zegt het VOS haar steun toe aan het Militair Bestuur om de Vlaamsche Wacht in het leven te roepen.
Het opzet van de Duitsers was om Landeseinwohern (locale bevolking) in te schakelen als 'Hilfstruppe für die Landesschützen-Bataillone'. De Duitsers waren al in december begonnen met de voorbereiding van Operatie Barbarossa, de invasie van Rusland die op 22 juni 1941 begon, en daarvoor had het al zijn Duitse soldaten nodig.
Op 28 april 1941 heeft een eerste vergadering plaats tussen het Militaire bestuur en de oudstrijdersvereniging VOS. Aan het VOS maken de Duitsers duidelijk dat het de bedoeling is om een wachtafdeling op te richten, bedoeld als een hulptroep (Wehrmachtsgefölge) van het bezettingsleger in het raam en onder het bevel van het Duitse Leger. Als tegenprestatie beloven de Duitsers aan de VOS-leiding dat de vrijwilligers voor die Vlaamsche Wacht een mogelijke carrière bij de rijkswacht of bij de Vlaamse politie in het verschiet ligt. De Duitsers hopen zo via het VOS betrouwbare medewerkers te vinden met militaire ervaring.
Het VOS wordt belast met de werving. In een circulaire van 2 mei 1941 wordt opgeroepen voor een nieuw op te richten politiekorps voor bewakingsopdrachten in Vlaanderen. De werving is meteen een groot succes en in mei 1941 zijn er al 3.000 kandidaturen binnen waarbij het hoofdzakelijk ging om leden en sympathisanten van het VOS en het VNV. Begin juni volgen 950 kandidaten een opleiding in de kazerne van Maria-ter-Heide (Brasschaat). Bij hun indiensttreding nemen de Wachters "de verplichting op (...) waakdiensten onder de Duitsche Weermacht en in verbinding met haar te vervullen op het grondgebied van België en Noord-Frankrijk".
In Duitsland wordt eveneens uitgekeken naar kaderpersoneel voor de Vlaamsche Wacht bij de krijgsgevangen Vlaamse officieren. In opdracht van het Militair Bestuur vertrekt Dr. Walter Reusch naar Lückenwalde om te onderhandelen over de repatriëring van de eerste lichting Vlaamse officieren. De Luitenant De Winde-Kring (LDWK) lijkt hen een geschikte werfreserve. Herman Verreydt was in mei 1941 toegetreden tot het VNV en doet in juli 1941 aan Staf de Clercq het voorstel om een aanvang te maken met de oprichting van een Vlaams Leger. Later zal blijken hoe utopisch dat wel zal zijn, want de Wehrmacht houdt alles strikt onder controle.
Op 31 mei 1941 vertrekken de eerste Lückenwalders naar België. Einde juli 1941 worden er nog eens 151 'Lückenwalders' van de LDWK door het Militair Bestuur uitgekozen en worden zij op 5 augustus 1941 op transport naar België gezet. Journalist Maurice De Wilde die naging waar die 150 officieren terecht kwamen schrijft dat er 31 bij de Vlaamsche Wacht terecht kwamen (ook Verreydt en Tack werden officier bij de Vlaamsche Wacht), 6 officieren in de Vrijwillige Arbeidsdienst voor Vlaanderen, 2 in de Zwarte Brigade van het VNV, 5 in de politie als commissaris, enkelen gingen naar het Oostfront en anderen gingen vrijwillig in Duitsland werken. 28 officieren werden actief in het verzet(!!), 2 ontvluchtten naar Engeland, 8 werden opnieuw in krijgsgevangenschap gestuurd en 29 gingen bij de Rijkswacht.
Al spoedig blijkt dat niet veel vrijwilligers op de hoogte zijn van de ware bedoelingen achter de oprichting van de Vlaamsche Wacht. De meeste gingen ervan uit dat het een begin was van het Vlaams Leger of een Vlaamse Rijkswacht. Maar spoedig wordt het de Wachters duidelijk dat de Vlaamsche Wacht wordt ingezet als een reservekorps van de bezetter. De Vlaamsche Wacht wordt geleid door een Duits kader onder het bevel van de Duitse legerofficier Majoor Baumann, wordt in het Duits bevolen en duldt vooral geen bemoeienissen vanuit de Vlaams-nationale politieke organisaties. Al van bij het ontstaan van de Vlaamsche Wacht wordt er door de Duitsers gerekruteerd om dienst te nemen bij de Vlaamse SS.
Het VNV dat van bij het begin de politieke controle over de Vlaamsche Wacht probeert te verkrijgen zal bot vangen. Ex-Verdinasogouwleider Luc Delafortrie, die in mei 1941 tot het Eenheidsbeweging-VNV was toegetreden, wordt door het VNV als verbindingsman bij de VW aangesteld en die contacteert hierover Frans Tack van de LDWK maar dat loopt op niets uit. Delafortrie is ook meer geïnteresseerd om leden voor de Wacht te rekruteren bij de DM/ZB, de militie van het VNV.
Ook in andere paramilitaire organisaties zoals de Vlaamsche Fabriekswacht (bewaking van Duitse vliegvelden en militaire installaties), de Organisation Todt (militaire infrastructuurwerken) en het NSKK (Nationalsozialistisches Kraftfahrkorps-militair transport) wordt de werving gepolitiseerd en schakelen het VNV en later ook de De Vlag van Jef Van de Wiele hun volgelingen in.
Begin mei 1942 verliezen zowel het VOS als het VNV elke politieke greep op de Wacht en het VOS wordt de wervingsactie afgenomen. Het VNV probeert in juni 1942 nog Wachtofficier en LDWK-leider Herman Verreydt uit te spelen om haar politieke invloed opnieuw te vergroten maar het blijkt dat slechts 25 van de 31 LDWK-leden die in de Vlaamsche Wacht actief zijn, achter Verreydt bleven staan. Echter, de Vlaamse officieren waren de politieke machtsspelletjes duidelijk beu en sturen de VNV'rs wandelen.
Op 14 juli 1942 sluit Herman Verreydt, officier bij de Vlaamsche Wacht, de ganse LDWK officieel en eigenhandig aan bij het VNV. Verreydt krijgt binnen het VNV de leiding over een nieuw VNV-onderdeel, de Dienst Verweer. Op 18 september 1942 doet Herman Verreydt aan Staf de Clercq het voorstel om een 'verweerapparaat', een soort 'oproerpolitie' of 'verweerkorps', op te richten die in staat moest zijn om de openbare macht uit te oefenen en klaar staan om ernstige ordeverstoringen bijtijds te kunnen onderdrukken.
Volgens Verreydt moest die nieuwe zgn 'oproerpolitie' gevormd worden uit de Vlaamsche Wacht, de DM/ZB en de DM/WB, de VAVV, de Boerenwacht, het Vlaams Legioen, de Vlaamse NSKK en de nieuwe Rijkswachteenheden, alles samen zowat 25.000 manschappen. Het doel was duidelijk om alle paramilitaire formaties die onder de invloed van het VNV stonden, samen te smelten en een eventuele machtsgreep van het VNV mogelijk te maken. Die manschappen moesten uiteraard onder de leiding komen van 'betrouwbare' officieren en daarvoor moest beroep worden gedaan op de officieren uit de LDW-Kring. Dit alles onder de coördinatie van Herman Verreydt zelf. Maar de Duitse bezetter trekt de invloed binnen de Vlaamsche Wacht meer en meer naar zich toe en Verreydt vist achter het net.
|
|
Laatst geupdate op ( Wednesday 19 September 2007 )
|