|
De Verborgen Joodse Stad in Krasnaja Gorka (Wit-Rusland) |
|
|
|
|
Thursday 27 November 2003 |
|
Pagina 3 van 7
De Bielski broers worden Partizanen
Het idee om een eigen groep te vormen was gerijpt ergens in maart 1942 toen zij een paar Russische partizanen hadden ontmoet en in een gezamenlijke actie enkele wapens buitmaakten. Na de massamoorden van mei die over heel Wit-Rusland werden uitgevoerd begrepen ze dat zij alleen een overlevingskans maakten door te trachten in de bossen te overleven.
In juni 1942 telde de groep rond de Bielski broers nog een twintigtal leden. Toevja Bielski begreep dat enkel een grote groep in de bossen kon overleven. Hij wist dat de nazi's een twee grote massacre voorbereiden, en besloot om joden te helpen ontsnappen uit het getto van Novogroedok, waar alsmaar meer joden uit de hele omgeving naar toe werden gedeporteerd. Via geheime boodschappen spoorde hij de gettobewoners aan om het getto te ontvluchten en naar zijn kampement in het bos te komen. In zijn niet-joodse Wit-Russische vriend Konstantin Koslovski, vond hij een prachtige bondgenoot, die joodse vluchtelingen opving en hen door verwees naar het Bielski kamp.
Op 7 augustus 1942 vond er andermaal een grote massamoord plaats en werden ongeveer 3.000 joden uit het getto op vrachtwagens geladen, op de rand van grote kuilen geëxecuteerd en bedekt met ongebluste kalk en zand. Na deze tweede grote slachtpartij nam de Bielski groep het besluit om zich effectief te bewapenen, en zich te structureren op de militaire leest. Dit om zich beter te kunnen verweren tegen de nazi's en vooral om de overblijvende joden in het getto te helpen ontvluchten naar de bossen.
Aldus werd Toevja Bielski de commandant van de groep, Asaël Bielski werd onderbevelhebber en Zoes Bielski hoofd van het inlichtingenwerk. Pesach Friedberg werd verantwoordelijk voor de organisatie van de strijders en de voorbereiding van de missies. Dit was het begin van de Bielski groep die zichzelf de Maarschalk Zjoekov Eenheid doopte.
De groep bleef snel aangroeien en dat bracht ook problemen met zich mee zoals het vinden van voedsel bvb, dat zij meestal gingen halen bij bevriende Polen en Wit-Russen uit de streek. Toch raakten zij hier een eerste keer in aanvaring met een beginnende eenheid Russische partizanen olv. een jonge Russische luitenant Viktor Pantsjenkov, die rondom zich een kleine partizanengroep had gevormd, Eenheid nr. 96 genoemd, nadat het Russische leger onder de voet werd gelopen door de nazi's. Samen met de partizanen van Pantsjenkov voerden de Bielski eenheid op 1 september 1942 met groot succes hun eerste aanslag op Duitse voorraadschuren.
De groep was in de herfst van '42 al uitgegroeid tot meer dan honderd mensen, vrouwen en kinderen inbegrepen. Het bleek geen kinderspel om de hoofddoelen van de organisatie uit te voeren: het bemachtigen van voedsel, deelname aan gewapende acties tegen de Duitsers, locale politie en collaborateurs, en het laatste wat Toevja betreft zeker het belangrijkste: het bevrijden van joodse gevangenen uit de getto's. Toevja placht steeds te herhalen: "Ik red liever één oude joodse vrouw dan dat ik tien nazi-soldaten dood."
In februari 1943 werden Pantsjenkov en Toevja Bielski uitgenodigd op een vergadering bij een kapitein van het Rode Leger, Fjodor Sinitjskin, die commandant was van de Lenin Partizanen Brigade, en vanuit Moskou als opdracht had gekregen om de partizanen in het gebied Lida/Novogroedok te coördineren en onder te brengen onder één enkele commandostructuur.
Van dan af werd de Bielski groep, die dan reeds meer dan 250 mensen omvatte, officieël ingedeeld bij het Russische partizanenleger. De Bielski eenheid moest aldus ook meer samenwerken aan de communistische ideologie en kreeg ook een nieuwe naam: Tweede Compagnie van het Oktober Detachement binnen de Lenin Brigade van het District Lida van de Baranovitsj-tak van de Centrale Staf van de Partizanenbeweging.
Het werd er voor Toevja Bielski niet makkelijker op die bovenop al zijn taken, ook nog eens een communistisch sovjetcommando boven zich moest dulden, dat bovendien wantrouwig stond tegenover joden. Sommige Russische partizanen waren ronduit antisemiet en beroofden joodse vluchtelingen van hun bezittingen of voorraden.
|
|
Laatst geupdate op ( Sunday 08 June 2008 )
|