|
De redding van de Deense Joden door het volk van Denemarken |
|
|
|
|
Friday 17 October 2003 |
|
Pagina 1 van 5

Inleiding
De eerste joden vestigden zich in de 1670-er jaren in Denemarken. Zij waren Askhenazi joden en waren vooral afkomstig uit Duitsland. Zij hadden zich verdienstelijk gemaakt aan het Deense Hof als goudsmeden. Onder hen bevond zich Meyer Goldschmidt, die er voor ijverde en uiteindelijk in 1684 de toestemming verkreeg om religieuze erediensten te houden in zijn eigen huis voor zijn volgelingen en dit ogenblik wordt algemeen gemarkeerd als het begin van de joodse gemeenschap van Denemarken.
Vanaf het begin van de negentiende eeuw assimileren de Deense joden vrij snel in de bevolking. Een decreet in 1814 schonk de joden gelijke rechten met de rest van de bevolking, wat hen toeliet om meer te participeren in het publieke leven. Van dan af oefenden zij een grote invloed uit op het culturele en het politieke leven en op de economie van het land. Vele goede sociale relaties ontstonden tussen Christelijke en Joodse families wat resulteerde in gemengde huwelijken, waarvan de joodse partner dikwijls tot christen werd gedoopt.
Het Voorspel
Toen de nazi's aan de macht kwamen op 31 januari 1933, was er in tegenstelling tot Duitsland, in Denemarken nauwelijks sprake van antisemitisme en de kleine joodse minderheid, die toen ongeveer 8.000 leden telde, was nagenoeg volledig geïntegreerd in de maatschappij.
De jodenvervolging in West-Europa was al enkele jaren in volle hevigheid aan de gang, en op het einde van 1943 had Aktion Reinhardt haar eerste doel bereikt. In augustus 1943 werd het laatste van de vier vernietigingskampen (Chelmno, Belzec, Sobibor en Treblinka) gesloten en werden alle sporen uitgewist. De balans was verschrikkelijk: ongeveer anderhalf tot twee miljoen joden waren in deze kampen omgekomen.
De SS-kopstukken oefenden nu sterke druk uit om de Endlösung verder uit te breiden naar alle hoeken van het nazi-rijk en de bezette gebieden zoals Denemarken zouden dra aan de beurt komen. De deportatie van de joodse gemeenschap van Denemarken zou echter een faliekante misser worden. Denemarken zal de geschiedenis ingaan als het enige bezette land dat actief weerstand bood tegen de door de nazi's voorgenomen deportatie van haar joodse bevolkingsgroep(!)
De Duitsers hielden Denemarken sinds 9 april 1940 bezet. Met de Deense regering hadden de nazi's een akkoord afgesloten waardoor Denemarken haar onafhankelijke status kon behouden en de regering kon aanblijven en het eigen leger intact bleef. Het akkoord bevatte ook een clausule waarin stond dat de joodse bevolking van vervolging zou gevrijwaard blijven. Nazis stonden zelfs in maart 1943 vrije verkiezingen toe, maar konstateerden ontsemd hoe ruim 90% van de stemmen naar de partij van de Sociaal-democraten gingen.
Ondertussen was in de zomer van 1943 het verzet, dat in de beginjaren van de oorlog nauwelijks bestond, enorm opgekomen. In de vorm van sabotagedaden en het organiseren van wilde stakingen (meestal met geallieerde steun) werd het openbare leven regelmatig ontregeld.
In augustus 1943 stelden de nazi's, geholpen door de kleine Deense Nazi Partij, nieuwe eisen aan de Deense regering om de acties van het verzet een halt toe te roepen. De regering weigerde in te gaan op deze nieuwe eisen en op 29 augustus 1943 trad zij na een regeerperiode van drie jaar af. De nazi's namen de Deense administratie over en besloten meteen om over te gaan tot de massale deportatie van de kleine joodse bevolking.
Uiteraard waren de nazi-autoriteiten er zich heel goed van bewust dat optreden tegen de Deense joden hoogstwaarschijnlijk tot openbare protesten zou leiden en de verhouding met de bezettingsmacht drastisch zou verslechteren. Een aanval op de joden zou in brede kring als een aanval op de Deense burgers worden beschouwd. Desondanks drong de Rijksgevolmachtigde in Denemarken, SS-Obergruppenführer Werner Best, aan op snelle actie.
In september 1943 stemde Hitler in met zijn verzoek tot deportatie van de Deense joden. Hoewel Von Ribbentrops vrees voor een algemene staking en andere vormen van burgerlijke ongehoorzaamheid niet uitkwam.
Georg Ferdinand Duckwitz, een Duits handelsafgevaardigde verbonden aan de Duitse ambassade in Kopenhagen, en lid van de NSDAP, verneemt op 11 september van de geheime voorbereidingen die de nazi's maken om de joodse gemeenschap te deporteren. Ontzet neemt hij prompt het vliegtuig naar Berlijn, en probeert tevergeefs de nazi-top te doen afzien van de geplande deportatie. Twee weken later reist hij clandestien naar het neutrale Zweden, en bereikt in het geheim een akkoord met de Zweedse Eerste Minister, Per Albin Hansson, om de Deense joden een veilige thuishaven te geven.
Uiteindelijk grabbelt Georg Duckwitz al zijn moed bij elkaar en laat op 28 september de deportatie uitlekken aan de Deense sociaal-democraat, Hans Hedtoft. Hedtoft verhaalt later over dit onderhoud: "Ik zat midden in een meeting toen Duckwitz mij om een onderhoud verzocht. "De ramp gaat zich voltrekken", zei hij. "Alle details zijn geregeld. Uw arme medeburgers zullen worden gedeporteerd naar een onbekende bestemming." Duckwitz gezicht was lijkbleek geworden van ontzetting en schaamte....
Volgens Duckwitz zou alles beginnen op 1 oktober en Hans Hedtoft waarschuwde onmiddellijk C.B. Henriques, het hoofd van de joodse gemeenschap en Dr. Marcus Melchior, de hoofdrabijn van de Krystalgade Synagoog in Kopenhagen. Zij traden meteen in actie...
|
|
Laatst geupdate op ( Saturday 18 October 2008 )
|