|
Dietrich Bonhoeffer: 'Es ist schlimmer böse zu sein, als Böses zu tun' |
|
|
|
|
Thursday 08 January 2004 |
|
Pagina 4 van 6
Opgepakt en Executie
In 1942 verlooft hij zich met Maria von Wedemeyer (1924-1977). Ze hebben al trouwplannen, maar die worden doorkruist door de arrestatie van Dietrich. Maria van Wedemeyer werd op 23 april 1924 geboren in Pätzig (dat is gelegen in het huidige Polen). Dietrich leerde haar kennen via haar grootmoeder, met wie hij bevriend was. In de loop van 1942 ontwikkelt zich geleidelijk een verhouding tussen Maria en Dietrich: als Maria's grootmoeder een tijd ziek is, komt Dietrich geregeld op bezoek en praat veel met Maria.
"Hij is oud en wijs voor zijn leeftijd, het echte type van een geleerde. ... Moeder zegt dat hij een idealist is", schrijft Maria in haar dagboek. Dietrich is dan 36 jaar oud. Op verzoek van Maria's moeder gaan ze een jaar uit elkaar; zij vindt Maria te jong, het leeftijdsverschil te groot en ze vermoedt terecht, dat Dietrich betrokken is bij verzetsactiviteiten, waardoor hij teveel gevaar loopt. Maria is echter al begin 1943 vastbesloten om met Dietrich te trouwen en ze verloven zich per brief.
Intussen was het de Gestapo een doorn in het oog geworden dat ze de militaire Abwehr niet kon controleren. Door een onregelmatigheid met deviezen bij de vluchtelingenhulp aan joden werd uiteindelijk op 5 april 1943 Bonhoeffer gearresteerd op verdenking van verzetsactiviteiten. Ook zijn zuster Christel en zijn zwager Dohnanyi worden dezelfde dag opgepakt en opgesloten in de militaire gevangenis van Tegel.
Bonhoeffer wordt opgesloten in de militaire gevangenis Berlijn-Tegel. Langzaam komt er een berichtenstroom op gang tussen Dietrich en zijn familie en vrienden; er kunnen veel brieven gesmokkeld worden. Gelukkig voor hem heeft de Gestapo nog geen overtuigend bewijsmateriaal tegen hem kunnen vinden. Er zijn twee collecties brieven. De meest bekende zijn de brieven aan zijn ouders en zijn vriend Bethge en uitgegeven gebundeld tot Verzet en overgave. De tweede verzameling brieven zijn gericht aan zijn 19-jarige verloofde Maria von Wedemeyer, en werden verzameld in de bundel Bruidsbrieven uit de cel.
In Verzet en overgave zijn de theologische gedachten weergeven die hem na de oorlog in heel de wereld bekend zouden maken. In deze brieven vallen de trefwoorden niet-religieuze interpretatie van bijbelse begrippen, mondigheid van de mensen en de onmacht van God in deze wereld. Verder schreef hij er ook nog bijzonder mooie gedichten.
Een passage uit de laatste brief uit de gevangenis aan zijn vriend Eberhard Bethge zijn ontroerend: Wees alsjeblieft nooit bezorgd of angstig om mij; maar vergeet niet voor mij te bidden; ik weet dat je het niet vergeet! Ik ben er zeker van dat Gods hand mij leidt en ik hoop altijd in deze zekerheid bewaard te blijven. Je mag er nooit aan twijfelen, dat ik dankbaar en blij de weg ga waarlangs ik gevoerd wordt.
Hierna kwamen er geen brieven meer uit Tegel. De bewaking werd strenger. In September van dat jaar deed de Gestapo een vondst die uiteindelijk fataal bleek te zijn voor de leden van het verzet die bij de Abwehr geweest waren. Op 8 oktober werd Bonhoeffer overgebracht naar de Gestapogevangenis.
Na de aanslag op Hitler op 20 juli 1944 komt het verzet tegen Hitler zwaar onder vuur. In september dat jaar worden documenten gevonden, die de samenzwering tegen Hitler blootleggen. Ook Dietrich's rol wordt nu pas werkelijk duidelijk en hij wordt overgebracht naar de beruchte gevangeniskelder van het RSHA (Reichssicherheitshauptamt) in de Prinz-Albrechtstraat. Zijn invloedrijke beschermers zijn ondertussen ook al gevangengenomen.
De maanden in de Gestapogevangenis waren tijden van angst en hoop, geïsoleerd van zijn familie. Soms koesterde men hoop, hoop dat de oorlog zou eindigen en hij vrij zou komen. Vanwege de geallieerde luchtaanvallen wordt hij in februari 1945 op transport gesteld naar het concentratiekamp van Buchenwald. Hitler heeft ondertussen besloten de verzetsgroep van de Abwehr via snelprocessen uit de weg te ruimen en voor dat doel wordt Bonhoeffer samen met andere samenzweerders naar het concentratiekamp Flossenbürg vervoert. Gedurende de hele nacht werd Bonhoeffer verhoord en korte tijd later ter dood veroordeeld.
Op 5 april 1945 beval Hitler persoonlijk dat Bonhoeffer niet mocht blijven leven. Bonhoeffer werd overgebracht naar Flossenbürg op 8 april. Na een korte dienst van Bonhoeffer, op het verzoek van de gevangenen, werd gevangene Bonhoeffer opgehaald. Zijn laatste woorden waren gericht tot een medegevangene: een boodschap voor zijn vriend bisschop Bell. "Zeg tegen hem", sprak hij "dat dit voor mij het einde betekent, en dus ook het begin."
De volgende dag, op 9 april 1945, precies veertien dagen voor het kamp van Flossenürg door het U.S. Army 90th Infantry Division zal bevrijd worden, wordt Bonhoeffer uit zijn cel gehaald en samen met een aantal andere belangrijke deelnemers van de samenzwering terechtgesteld. Onder hen: Admiraal Wilhelm Canaris, Generaal-majoor Hans Oster, Rechter en Advocaat-generaal Carl Sack, Kapitein Ludwig Gehre, en een man Strunk genaamd.
Het laatste wat over Bonhoeffer bekend werd, is afkomstig van de kamparts H. Fischer-Hüllstrung die vele jaren later schreef: "Op de morgen van de bedoelde dag, ongeveer tussen 5 en 6, werden de gevangenen, waaronder admiraal Canaris, generaal Oster en Reichsgerichtsrat Sack, uit de cellen gehaald en werd hun het standrechtelijk vonnis voorgelezen. Door de half open deur van een kamer in de barakken zag ik pastor Bonhoeffer, voordat hij zijn gevangeniskleding uittrok, neergeknield in innig gebed met zijn God. De wijze van bidden, zo vol overgave en zo zeker van zijn verhoring, van deze buitengewoon sympathieke man, heeft mij zeer diep aangegrepen. Ook op de plaats van de terechtstelling bad hij nog kort en besteeg toen moedig en beheerst de trap naar de galg. De dood volgde na enkele seconden. Ik heb in mijn 50-jarige praktijk als arts zelden iemand zo vol overgave aan God zien sterven."
|
|
Laatst geupdate op ( Sunday 29 April 2007 )
|