headerbanner
Aanbevolen boeken en AV-media:
De nazi's. Een waarschuwing uit het verleden (Laurence Rees)
De Joden. Geschiedenis van een volk; Nina Koshofer & Sabine Klauser; 2008; 2 x DVD; 260 min.
Monday 12 May 2008
Home
Actueel
Het Waanzinnige Rijk
Hitlers Handlangers
Hitlers Gewillige Beulen
Vergeten vervolgden
Ware Helden
Collaboratie in België
Het verzet in België
NS docs / wetten
Varia
Boekenbank
Link Partners
Gastenboek
Auteur
Contact
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
De Vlaamse Fabriekswacht van Christiaan Turcksin - a PDF Afdrukken E-mail
Tuesday 03 August 2004
Artikel index
a
1943: Vlaamse Wachtbrigade (DM/WB)
1944: Flämische Flakbrigade
Bronnen

 

 

 

 

1941: Christiaan Turcksin sticht de Fabriekswacht

Christiaan Hendrik Turcksin (1903-1987) was de oprichter van de Fabriekswacht. Hij werd geboren op 27 juni 1903 in het Vlaams Brabantse Peutie in een gezin van zestien kinderen. Zijn vader was landbouwer en verbouwde voornamelijk witloof en was oprichter van de Witloofbond. Hij volgt school aan het Institut Notre Dame te Vilvoorde en op zijn negende leerde hij het beroep van monteur mecanicien aan de vakschool Kardinaal Mercier in Schaarbeek. Hij kan aan de slag als mekanieker bij de firma Peeters-Lacroix. In Vilvoorde leert hij ook toneelspelen en werd lid van de Jonge Vlaamse Toneelspelers (JVT). Daar leert hij zijn vrouw Agnes Van den Berghe kennen en huwde haar begin jaren twintig. In de crisisjaren begin jaren dertig kan hij aan de slag bij het Belgisch bedrijf Chamebel als monteur. Tot aan 1940 is hij bij Chamebel aan de slag als chef-monteur in buitendienst.

Turcksin baatte intussen ook in Vilvoorde het Vlaamsgezind café 'De Volkslust' uit waar vele vlaamsgezinde verenigingen een onderkomen vonden en hun vergaderingen hielden. Na de inval van de Duitsers in mei 1940, werd dit vooral een pleisterplaats voor Duitse soldaten, voornamelijk van de Lufwaffe (luchtmacht). In het voorjaar van 1941 meldde Turcksin zich aan te Brussel bij de Militäverwaltung (het Duitse militaire bestuur voor België en N-Frankrijk) en heeft daar een onderhoud met Dr. Jur. Walter Reusch, een agent van de Abwehr (Duitse contra-spionagedienst). Het idee rijpt om een eigen bewakingsdienst op te zetten. Hij heeft eveneens een onderhoud met Generaal Wimmer, de bevelhebber van de Duitse Luchtmacht voor het gebied België en Noord-Frankrijk en ook met Oberst Erich Thomas, die Oberquartiermeister der Luftwaffe was.

Met zijn vele relaties, zowel met Staf de Clercq van het VNV en zijn nieuwe Duitse vrienden bij de Luftwaffe, zette Turcksin in april 1941 zijn eigen bedrijfje op, ook de 'Firma Turcksin' genaamd, dat personeel -aanvankelijk in burger- leverde aan zijn voornamelijk Duits cliënteel, vooral officieren van de Duitse Luchtmacht (Luftgau). Die zochten burgers om hun vliegvelden en militaire installaties in de omgeving van Evere en Melsbroek te bewaken.

Al spoedig werd dit voor Turcksin een erg lucratieve onderneming. Als koppelbaas incasseerde hij van het Luftgaukommando het totale loonpakket van de mensen die voor zijn bewakingsdienst werkten. Op elk werkuur van zijn bewakers hield Turcksin zijn commissie van 2% op de lonen van de Wachters in, en dat maakte dat hij al gauw vele honderdduizenden oude Belgische franken per maand binnenrijfde. In die tijd een reusachtig inkomen. De opdrachten beperkten zich niet langer tot de vliegvelden rondom Brussel maar Turcksins terrein breidde zich spoedig uit tot gans Vlaanderen en in Noord-Frankrijk waar hij in Laon zijn Franse hoofdkwartier installeerde. Aanvankelijk opereerde de bewakingsdienst onder vele namen maar vanaf oktober 1941 werd de benaming Vlaamse Fabriekswacht gemeengoed.

De relatie van Turcksin met het VNV en Staf de Clercq (later Henrik Elias) lag altijd erg moeilijk. Toch kreeg hij het van Staf de Clercq gedaan dat hij voor zijn bewakingsopdrachten personeel mocht ronselen bij de DM/ZB (Dietsche Militie/Zwarte Brigade), dat was de paramilitaire militie van het VNV. Het uniform van de Fabriekswacht verschilde maar nauwelijks van dat van de DM/ZB.

Het komt pas echt tot een officieel samenwerkingsakkoord tussen Turcksin en het VNV op 26 april 1942. De Fabriekswacht wordt dan het zgn 'gesalieerde' deel van de DM/ZB. Het VNV hoopte alzo ook haar eigen Dietsche Militie te verstevigen. Staf de Clercq schreef hierover in een circulaire van mei 1942: "Op dit ogenblik kunnen VNV-ZB 2.000 man inzetten bij de Fabriekswacht. Dit betekent voor ons 2.000 vrijgestelde, geoefende, gewapende en geschoolde manschappen. Deze wachters zullen worden ingezet in het binnenland, met eigen officieren."

De uitwisseling (lees: verstrengeling) tussen DM/ZB en de Fabriekswacht leidde regelmatig tot spanningen. Dietse Militanten die actief waren in beide organisaties, hadden dikwijls een verschillende graad. Zo kon bij de ene organisatie een militant het bevel voeren boven de anderen, en in de DM/ZB was het dan weer andersom. Bovendien konden de chef van de Fabriekswacht, Christian Turcksin en de commandant van DM/ZB Joris Vansteenland helemaal niet met elkaar opschieten.

In mei 1942 wordt ook een nieuwe commandant voor de Fabriekswacht aangesteld: Jozef Podevijn. Podevijn was heerbanleider in de DM/ZB en voerde een grondige reorganisatie door. Graden en uniformen tussen Fabriekswacht en DM/ZB werden gelijkgesteld, hij controleerde of iedereen wel lid was van het VNV, en organiseerde eind 1942 een militaire opleiding voor onderofficieren en officieren.

Jozef Podevijn zal het echter niet lang volhouden. Op 24 oktober 1942 pleegde het verzet een aanslag op Podevijn en werd hij door enkele Gewapende Partizanen voor zijn woning te Aalst neergeschoten. Podevijn overleed twee dagen later aan zijn verwondingen op 26 oktober 1942, dezelfde dag dat VNV-leider Staf de Clercq werd begraven.

In elk geval levert deze verbeterde samenwerking van de Fabriekswacht met het VNV de verhoopte resultaten op. In april telde de Fabriekswacht nog 250 leden maar enkele maanden later worden een duizendtal nieuwe rekruten aangeworven. Alhoewel Christian Turcksin aan macht moet inboeten, zal hij later opnieuw van zich afbijten want zijn persoonlijke goudmijn als koppelbaas zal hij kost wat kost trachten te behouden.

Het clandestien sluikblad "De Rode Vaan" had in juni 1942 de oproep van Stalin al beantwoord en dit soort aanslagen direct gericht tegen collaborateurs aangekondigd: "De oproep van Stalin zal ons volk beantwoorden door het doen toenemen der sabotage, der aanslagen tegen de nazi-oorlogsmachine en transporten, door de uitroeiing van de verraders (..) Vervolgt de verraders zonder genade. Dat hun huizen bejudast worden, hun ruiten ingegooid. Dat de granaten in hun woning ontploffen. Beeft verraders van het VNV! (..) Als honden zult gij creperen onder de kogels van de patriotten!"

De twee daders van de aanslag op Podevijn werden korte tijd later opgepakt en stierven op 5 december 1942 voor het vuurpeloton. Het bleef echter aanslagen tegen VNV'rs regenen. Datzelfde jaar stierven nog 5 VNV'rs, naast andere collaborateurs. Van oktober tot december 1942 werden er nog eens dertien bomaanslagen gepleegd tegen VNV'rs en/of tegen VNV-gebouwen.



Laatst geupdate op ( Tuesday 30 January 2007 )
 
addtofav
Verzet.org maakt dankbaar gebruik van Joomla! en krijgt de technische ondersteuning van Antifa.net, Ahmad Al Kasim en VEDEZE van Blokwatch.
Ga naar top pijltje