In november 1942 werd Podevijn opgevolgd door Joris van Steenlandt, die sinds 22 januari 1942 Reimond Tollenaere
was opgevolgd als commandant van de DM/ZB, nadat die was gesneuveld under friendly fire aan het Oostfront.
Het eerste wat van Steenlandt op 30 november eist is dat de Fabriekswacht niet enkel formeel maar ook in feite werd
samengesmolten met de Dietsche Militie. Henrik Elias, die Staf de Clercq was opgevolgd in oktober '42, bereikte in januari een akkoord met
van Steenlandt en de Fabriekswacht werd op 15 januari 1943 omgedoopt naar Vlaamsche Wachtbrigade, afgekort als
Dietsche Militie/Wachtbrigade (DM/WB).
De dagelijkse leiding over DM/WB werd verdeeld over verschillende personen. In feite was de echte baas, de leider van het VNV
Henrik Elias, met direct onder hem Joris van Steenlandt als commandant en Christian Turcksin als algemeen dienstoverste en
heerbanleider. Bert Meuris werd als commandant bevoegd voor de politieke en militaire leiding van de DM/WB en stond onder het
directe commando van van Steenlandt. Turcksin die zijn macht binnen de DM/WB drastisch beperkt zag, wachtte zijn kans af.
Wanneer einde maart 1943 Bert Meuris, geveld door ziekte, zijn functie tijdelijk moet neerleggen, mag Turcksin in overleg met
Elias op 17 april 1943 Meuris opvolgen als commandant van de Vlaamsche Wachtbrigade DM/WB.
Ondertussen speelde zich op hoger niveau andere ontwikkelingen af. De chef van het Militair Bestuur,
Eggert Reeder, stelde midden 1943 een rapport op van Belgen die inzetbaar waren in het Duitse Leger en ging
daarvoor op zoek bij de collaborerende paramilitaire formaties. Eerste stap daarbij was het depolitiseren van deze milities.
De Vlaamsche Wachtbrigade moest terug los worden gemaakt van het VNV. Het VNV zag al enkele jaren met lede ogen een geduchte concurrent
naast zich opdoemen in de vorm van de Algemeene SS-Vlaanderen
en de DeVlag van Jef Van de Wiele en comprommiteerde
zich in de collaboratie door de opbodpolitiek waar ze verder in verwikkeld raakte.
Christiaan Turcksin ziet, door deze manoeuvres van de Duitse Legertop, zijn kans schoon en kan de Vlaamsche Wachtbrigade uit de
handen van het VNV trekken en rechtstreeks plaatsen onder het Luftgaukommando, een luchtmachtonderdeel van de Duitse
Wehrmacht. Zowel commandant van Steenlandt als Bert Meuris worden door dit manoeuvre volledig buiten spel gezet, maar het VNV bereikt
nog wel dat het verplichte lidmaatschap bij het VNV behouden bleef. Vanaf dan zijn de Fabriekswachters niet langer meer gewone
burgers die door het Duitse Leger werden betaald, maar worden zij rechtstreeks onderworpen aan de Duitse krijgswetten. Elias
probeert in de loop van 1943 herhaaldelijk zijn VNV-pionnen (van Steenlandt en Meuris) opnieuw binnen het commando van de Vlaamsche
Wachtbrigade te loodsen maar tevergeefs: het Militair Bestuur wijst Elias categoriek van de hand. De WB moest gedepolitiseerd
blijven.
Vanaf januari 1944 behoort de Vlaamsche Wachtbrigade formeel niet langer meer bij DM/ZB. Het VNV zal nog wel blijven recruteren
onder haar leden voor de Vlaamsche Wachtbrigade, om natuurlijk niet helemaal uit de gunst van de bezetter te vallen. Het VNV
rekruteerde daarnaast ook al een tijd voor het NSKK-Nationalsozialistische Kraftfahrerskorps
(als onderdeel van Dietsche Militie/Motorbrigade - DM/MB) en eveneens voor de Hilfsfeldgendarmerie
(Dietsche Militie/Politie) die het VNV had opgericht om het verzet te bestrijden naast haar eigen geheime inlichtingendienst:
VNV/Dienst.
De golf van aanslagen op VNV'rs (en andere collaborateurs) breekt pas goed door vanaf 1943 en vooral tijdens de zomer van 1944.
In de loop van 1943 komen 57 VNV'rs om door het verzet waaronder acht leden van de Vlaamsche Wachtbrigade, een lid van de
Vlaamse Wacht, een NSKK'rs en een VAVV'r. Daarnaast
werden veertien DM/ZB'rs geëxecuteerd door het verzet. VNV-burgemeesters, schepenen en zelfs gewone VNV-leden
waren niet meer veilig. Vooral in de streek van Leuven en in de Provincie Limburg ging het er bijzonder hard en bloedig aan toe.
Zo werd op 27 mei 1943 in Diepenbeek de DM/ZB'r Jozef Zwerts met enkele nekschoten afgemaakt. Ook de
achttienjarige NSJV-gouwleider
Roeland Lanoote werd doodgeschoten evenals korte tijd later zijn opvolger Clement Peyffers.
De maand december 1943 was bijzonder bloedig in Limburg. Tien VNV'rs werden afgemaakt alsook twee VNV-sympathisanten.
De terreur die het verzet zaaide bij het VNV miste haar effect niet. VNV-leiders namen ontslag en VNV-leden zegden massaal hun
lidmaatschap op. Theo Brouns, die VNV-gouwleider was in Limburg, beklaagde zich op 11 december 1943 per brief bij
het Militair Bestuur om drastische maatregelen te nemen tegen het verzet, maar vond geen gehoor. Brouns verwoordde de toenemende
paniek van de Limburgse VNV'ers: "De kameraden uit de beweging (...) vragen met aandrang naar
beschermingsmaatregelen en naar bewapening."
Het VNV-Limburg raakte in paniek en wilde zelfs de collaboratie stopzetten. Het eiste de inzet van eigen 'weerbrigades'.
Op 22 december 1943 komt VNV-Leider Elias naar Hasselt, de precieze inhoud van zijn discours is niet bewaard gebleven. In elk
geval: enkele dagen later komen 150 Antwerpse VNV-Hulpfeldgendarmen in Limburg helpen bij het uitvoeren van wegcontroles en
razzia's, waarbij ook de Sipo-SD (Sicherheitsdienst) met de beruchte verrader Max Günther werd ingeschakeld. Niet
zonder succes: binnen enkele weken arresteert de Sipo-SD zo'n 80 verzetslui, vooral in het noorden van Limburg.
Het VNV zal -ondanks vele protesten in eigen rangen- haar Hulppolitie/Hilfsfeldgendarmen blijven inzetten om verzetsleden op
te sporen en te liquideren. Ook werd toestemming gevraagd door de VNV-leiding om zowel de Vlaamse Wacht als de Vlaamsche
Wachtbrigade in te schakelen bij het beteugelen van het verzet en vroeg zelfs "..om de opeising
in de geterroriseerde gewesten van gijzelaars die buiten alle twijfel, door hun ophitsende taal, door ondersteuning,
hulpverlening of andere daden, als medeverantwoordelijk dienen beschouwd te worden."