Meensel-Kiezegem is een typisch dorpje in het Hageland, gelegen in het midden van de driehoek Leuven, Tienen en Diest. Al bekend van in de middeleeuwen toen het nog
twee afzonderlijke dorpjes waren, werden de dorpjes Kiezegem en Meensel in 1824 samengevoegd door koning Willem I ten tijde van de kortstondige hereniging van de
Nederlanden. In 1977 werd Meensel-Kiezegem gefusioneerd met Sint-Joris-Winge, Houwaert en O.L.V.Tielt en maakt het sindsdien deel uit van de gemeente Tielt-Winge.
Alhoewel beide dorpjes slechts op een half uur loopafstand van elkaar liggen, slechts gescheiden door een heuvelrug de Mannenberg genoemd, waren het toch aparte
leefgemeenschappen en die verschillen zouden tot het gekende dramatische hoogtepunt leiden tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog.
Tot begin jaren tachtig van de vorige eeuw was Meensel-Kiezegem enkel bekend als het geboortedorp van wielerlegende Eddy Merckx. Wanneer op 21 juli 1969 weer
een Belg voor het eerst sinds dertig jaar de Ronde van Frankrijk wint, staat gans België op zijn kop, en Meensel-Kiezegem wordt een bekende dorpsnaam. Twintig
jaar later haalt deze dorpsnaam opnieuw pers en beeld wanneer Maurice De Wilde het schokkend relaas brengt van een onverkwikkelijke verhaal van collaboratie en verzet
tijdens de Tweede Wereldoorlog. Sinds die spraakmakende documentaire op de televisie wordt Meensel-Kiezegem thans algemeen geassocieerd met het drama van collaboratie en
verzet, terreur en contra-terreur.
In tegenstelling tot Kiezegem was Meensel eerder een dorpje van vrije ondernemers en zelfstandigen. Zowel het postkantoor, de meisjesschool, de dokter, de notaris alsook
het treinstationnetje (zowat de enige verbinding met de buitenwereld in die tijd), bevonden zich in Meensel. Enkel het gemeentehuis en de jongensschool bevonden zich
strategisch op de scheidslijn tussen beiden dorpjes en de burgemeester werd eeuwenlang geleverd door... Meensel. Zelfs de streektaal verschilde onderling. In
Kiezegem werd een Leuvens dialect gesproken en in Meensel neigde het dialect meer weg naar dat van Tienen. Tot na WOII telde het katholieke Meensel-Kiezegem altijd
minder dan 1.000 inwoners.
Kiezegem was een dorp dat vooral gedomineerd werd door grote landerijen zoals die van de families Broos, Merckx en Pypen en waar veel dorpelingen werden te werk
gesteld. Een aantal van hen werkten in loondienst van de gekende suikerfabriek van Tienen. Het sociale leven werd er gekenmerkt door een spontaan gevoel van
samenhorigheid.
Voor de oorlog waren vele dorpelingen reeds lid van het VNV (Vlaams Nationaal Verbond) van Staf
de Clercq en de vergaderingen van het VNV gingen steevast door in het café van Jules Stroobants in Kiezegem. Twee families in Kiezegem collaboreerden
openlijk met de nazi's: de families Felix Broos en Remi Merckx. Bij de familie Merckx was Marcel wijkleider van het VNV in Kiezegem, Gaston was lid van de
Vlaamse Wachtbrigade. Zijn dochter Maria was lid van de
Dietsche Meisjesscharen en
zoon Ernest was lid van het N.S.J.V. (Nationaal-Socialistische Jeugd Vlaanderen). De familie
Broos zette zich eerder in voor inzamelingsacties voor de Vlaamse Oostfrontsoldaten en het VNV.
Overigens heeft Eddy Merckx verder maar weinig te maken met de collaborerende tak van zijn familie. Eddy's vader, Jules Merckx, was een verre neef van de clan
Remi Merckx en zat tijdens de dramatische gebeurtenissen ondergedoken. Zijn moeder, Eugenie Pittomvils, en haar twee broers Jef en Petrus (nonkels van E. Merckx)
steunden het verzet. Zij werden beiden opgepakt tijdens de tweede razzia. Beiden werden voor de rest van de oorlog opgesloten in het Duits concentratiekamp Bergen-Belsen
waar nonkel Jef op 14 maart 1945 omkwam. Nonkel Petrus woog nauwelijks 45 kilogram toen hij na de oorlog weerkeerde.