In de vroege ochtend van 1 augustus 1944 voerden enkele tientallen Vlaamse en Duitse SS'rs en SD'rs, onder leiding
van de commandant van het Veiligheidskorps SS-Obersturmbannführer Robert Verbelen, SS-Standartenführer Tony Van Dijck en de
jonge SS-Sturmbannführer Jozef Bachot in het gezelschap van twee gemaskerde mannen, een eerste wraakactie uit op de bewoners van Meensel. In
verschillende huizen waar leiders van het verzet woonden werd ingebroken en werden de bewoners uit hun bed gelicht en hardhandig aangepakt. Het was duidelijk dat ze
wisten waar ze moesten zijn. August Craeninckx werd van zij bed gelicht en hardhandig ondervraagd waar hij verzetstrijders zou hebben verborgen. Craeninckx werd recht
tegenover zijn woning koelbloedig doodgeschoten.
Oscar Beddegenoodts, commandant van de Gewapende Partizanen, werd zwaar aangepakt door Vlaamse SS'r Sturmbannführer Jozef Bachot. Ook Petrus Vander
Meeren die lid was van het Onafhankelijkheidsfront maar geen verzetsdaden pleegde behalve dan dat hij regelmatig mensen bij hem liet onderduiken, kwam toevallig
voorbijgereden en werd eveneens opgepakt. Een week vóór de razzia had hij een heftige ruzie gehad met vader Merckx over het feit dat zijn dochter
een onecht kind had van Maurice Merckx. Nadat een einde kwam aan hun hardhandige ondervragingen, werden Petrus en Oscar Beddegenoodts meegenomen naar het kleine bosje
gelegen aan de familie Bosmans, zogenaamd om de Vlaamse SS'rs te tonen waar ze de wapens van het verzet verborgen. Korte tijd later klonken enkele schoten en
werden de lichamen van de twee verzetsmannen over de omheining geworpen.
Uiteindelijk kostte de wraakactie van de Vlaamse SS aan drie mensen het leven, en werden 15 mensen gearresteerd en opgesloten in de centrale gevangenis van Leuven.
Onder de 11 mannen bevond zich ook Prosper Natens, de leider van de verzetsgroep N.K.B., drie vrouwen en een meisje van 16 jaar. De volgende dagen bleef het vrij
rustig in het dorp. Op 3 augustus 1944 werd Gaston Merckx begraven in aanwezigheid van opvallend veel SS'rs.
Moeder Clementine Merckx was nog niet tevreden en voor haar moesten er "honderd gegijzelden worden genomen, die maar van honger en ontbering moesten omkomen
in de zoutmijnen". Aan de SD-agenten Faignaert en de al even beruchte Lambert-Frans Janssens verklaarden moeder en dochter Maria Merckx dat "er naar geen
geld moest gezien worden, dat de schuldigen moesten gevonden worden en dat Gaston moest gewroken worden". Haar wens zou spoedig verhoord worden! De gebroeders
Marcel en Albert Merckx stelden een lijst op met aan te houden personen en daarna bood Marcel in Brussel aan de leider van het
Veiligheidskorps Robert Verbelen, een grote som geld aan om de daders van de aanslag op
zijn broer aan te houden.