|
De Straatrepressie in Vlaanderen na het einde van de oorlog |
|
|
|
|
Sunday 27 June 2004 |
|
Pagina 3 van 9 Over 'Moffenmeiden', zwarten en collaborateurs De tijd der verschrikkingen Zodra de Duitsers vertrokken waren, kwamen de mensen naar buiten om te feesten maar ook de jarenlange opgekropte haat kwam eruit. Vermits er nagenoeg niemand overbleef om de orde te handhaven, zelfs vele mensen die er de laatste dagen en weken plotseling allemaal zich lid van het verzet noemden, schuimden de straten en de huizen af op zoek naar zwarten op wie ze hun woede konden botvieren. Ze beukten de deuren van de collabo's in, sloegen alles kort en klein. Ze gooiden de meubelen en boeken door de vensters op straat en staken alles in brand, maar ook veel werd gewoon gestolen. Vrouwen die thuis achtergebleven waren werden dikwijls zwaar aangepakt. Als ze 'geluk' hadden, moesten ze enkel het gekende 'ritueel' ondergaan: kaalgeschoren worden en beklad met hakenkruizen. Na die ene dag zouden ze verder met gerust gelaten worden en verder een normaal leven kunnen leiden. Maar elders waren echte sadisten aan het werk.
Zo werd de leidster van de Dietse Meisjesscharen van Zoutleeuw kaalgeschoren en daarna werd haar met hete pek hakenkruizen op haar hoofd gebrand. Van ellende heeft ze later zelfmoord gepleegd. In Bree werd bij een 15-jarig DM-meisje bij haar aanhouding de borsten doorboord met gloeiende priemen en werd ze acht keer verkracht. Haar vader die in bedwang werd gehouden met een machinegeweer, moest machteloos toezien. Bij sommige DM-meisjes werden brandende sigaretten uitgedrukt op hun borsten of naalden onder hun nagels gestoken. Een zwangere vrouw werd op een tafel vastgebonden en met een matrak afgeranseld tot ze stierf. Een andere acht maanden zwangere vrouw werd door dronken verzetsleden mishandeld, verkracht en aan zwarte Amerikaanse soldaten afgeleverd. Ze overleed later in het ziekenhuis. De lijst van mensonterende vernederingen en martelingen is eindeloos. In de gevangenissen en in de haastig opgerichte kampen gingen de mishandelingen verder. De gevangenen moesten uren met de armen in de hoogte staan, gaan liggen in een doodskist die dan werd dichtgenageld. Sommige gevangenen werden verplicht elkaar tot bloedens toe te slaan. Mannen werden verplicht hun eigen uitwerpselen op te eten, zich voort te bewegen als dieren, te blaffen en te wateren in houding zoals honden.
Vrouwelijke gevangenen, dikwijls meisjes van 17 of 18 jaar oud, kregen het hard te verduren. Tepels werden met sigaretten verbrand en allerlei voorwerpen, zoals geweerlopen, werden in het geslachtsdeel gestoken. Een ander meisje kreeg een prop in de mond, werd met geweld op een bed neergeduwd en verkracht, terwijl drie andere 'verzetsleden' haar benen en armen vasthielden. De verkrachting werd daarna nog eens door drie anderen overgedaan. In Hasselt werden twee meisjes onder bedreiging van machinegeweren aan Amerikaanse soldaten 'aangeboden'. Eén meisje werd door negen en het andere door elf Amerikaanse soldaten verkracht. Ook berucht was het interneringskamp in de Wollestraat in Gent waar op zeker ogenblik 4.500 mannen en 1.500 vrouwen zaten opgesloten. Op het middenplein stond een hondenhok waar een SS'r in lag. Om het kwartier moest hij blaffen en water uit het bakje oplikken, net als een hond. Ook in de kampen van Lokeren en Beverlo ging het er nagenoeg hetzelfde aan toe.
|
|
Laatst geupdate op ( Thursday 04 August 2005 )
|