|
Raoul Wallenberg en de Hongaarse Joden |
|
|
|
|
Sunday 13 June 2004 |
|
Pagina 3 van 8
Voorjaar 1944 in Boedapest-Hongarije
Tot in het voorjaar van 1944 was Hongarije onder het regentschap van Miklos Horthy (1868-1957), een trouwe bondgenoot van het Derde Rijk. Het Hongaarse leger had een zevental divisies aan het Oostfront ingezet. Maar naarmate het fortuin zich tegen de nazi's keerde en het Sovjetleger de Hongaarse grenzen naderden, knoopte Horthy onderhandelingen aan met de Russen en ook met de Britten en de Amerikanen.
Dit was zeer tegen de zin in van Hitler en op 19 maart 1944, Operatie Margarethe, valt het Duitse leger Hongarije binnen en zonder slag of stoot wordt Hongarije de facto ingelijfd bij het Derde Rijk. In Boedapest installeren de nazi's een marionettenkabinet geleid door Döme Sztojay, die tot dan jarenlang de afgezant van Boedapest in Berlijn was geweest en meer het Derde Rijk had gediend dan zijn eigen regering.
Tot dan was de overgrote meerderheid van de Hongaarse joden ontsnapt aan deportatie en de Holocaust omdat Horthy en zijn regering zich tegen de deportatie verzetten. In augustus 1941 had het Hongaarse leger zo'n 20.000 joden die niet over de Hongaarse nationaliteit beschikten, over de grens richting Oekraïne gedreven, waar ze een gewisse dood wachtte. En het jaar daarop hadden overijverige Duitse en Hongaarse soldaten aan de oever van de Donau 2.000 joden bij elkaar gedreven en die door vuurpelotons laten executeren.
Horthy was beslist een antisemiet maar had met eigen ogen kunnen vaststellen welke barbaarse methoden de nazi's gebruikten om de joden te isoleren en uit te roeien en weigerde mee te werken met nazi-Duitsland om de joden actief te vervolgen. Dat zat Hitler en de SS vele jaren dwars, en daar moest spoedig verandering in komen.
Een week voor Operatie Margarethe had Adolf Eichmann, Hitlers organisatietalent achter de Endlösung, zijn mannen uitgekozen die tot taak kregen de Hongaarse joden uit te roeien. In Hongarije leefden op dat ogenblik bijna een miljoen joden, en die grootscheepse 'taak' vergde heel wat organisatie en voorbereidingen. Dieter Wisliceny, die voordien Slovakije en Griekenland 'Judenfrei' had gemaakt, werd Eichmanns plaatsvervanger in Boedapest.
Naast hem kreeg Wisliceny twee beruchte nazi's als handlangers. Hermann Krumey, die de joden van Warschau, Parijs en Amsterdam op zijn palmares kon schrijven en Theodor Dannecker, de doodsengel van het Franse platteland. Het Einsatzkommando installeerden hun Gestapo hoofdkwartier in het prestigieuze Hotel Majestic in Boedapest.
Ook in het concentratiekamp Auschwitz-Birkenau gaan de voorbereidingen voor deze grootscheepse operatie van start. Tussen het half en het miljoen mensen ombrengen in één klap is technisch geen eenvoudige zaak. In de zomer van 1944 wordt SS-Hauptsturmführer Rudolf Höss, die tot 1 december 1943 kampcommandant van Auschwitz was geweest, omwille van zijn groot organisatorisch talent opnieuw naar Auschwitz gezonden en belast met deze reusachtige 'klus': de massale uitroeiing van de Hongaarse joden. De operatie krijgt de naam "Aktion Höss" mee.
Höss weet van aanpakken en bereid het kamp grondig voor. De crematoria worden zorgvuldig vernieuwd, de ovens worden bedekt met vuurvaste stenen in klei en de schouwen versterkt met ijzeren ringen. Achter de crematoria worden diepe putten uitgegraven en het aantal leden van het "Sonderkommando" en van de kuisploegen worden drastisch opgedreven. Toch zal het niet voldoende blijken om de massa mensen en goederen die korte tijd later in het kamp toestromen 'ordentelijk' op te vangen en Höss zal zich daarover regelmatig persoonlijk gaan beklagen bij Adolf Eichmann.
De nieuwe regeringsleider Döme Sztojay, accepteerde de Duitse verzoeken en begon de joden samen te drijven in getto's en transitkampen in afwachting van hun deportatie naar Auschwitz-Birkenau. De eerste twee transporten verlieten op 29 april 1944 Kistarcsa (1.800 joden) en op 30 april 1944 Topolya (2.000 joden). Maar het grote 'werk' moest nog beginnen.
Na een onderbreking van twee weken begon op 15 mei 1944 de belangrijkste fase van Aktion Höss en worden de Hongaarse joden massaal naar het kamp gedeporteerd. Vanaf half mei vertrekken er elke dag 12.000 joden in veewagons per trein naar het vernietigingskamp van Auschwitz om rechtstreeks in de gaskamers te worden vermoord. Tegen einde mei 1944 werden reeds 116. 000 joden over de kling gejaagd, en tot 9 juli 1944, op nauwelijks 56 dagen tijd, zullen in het totaal 437 402 joden vanuit Hongarije naar Auschwitz getransporteerd en vermoord worden.
De gemiddelde reistijd voor de Hongaarse joden duurde minstens vier dagen. De veewagons waar ze in werden vervoerd waren altijd overvol, de mensen kregen geen zuurstof meer en geen eten of drinken tijdens de reis. Vele kwamen om tijdens het transport van de dorst. Vooral kleine kinderen, oude en zieke mensen stierven al tijdens deze onmenselijke transport condities.
Door het groot aantal transporten en de enorme toevloed van mensen, zagen de SS-mannen zich genoodzaakt om vele mensen uit te selecteren om hen pas later naar de gaskamers te sturen. Toch bleek het aantal vergaste mensen zo hoog te zijn dat de crematoria deze enorme aantallen lijken niet meer konden verwerken. Daarom werden door het 'Sonderkommando' de lijken opgestapeld op brandstapels en in putten verbrand (zie foto hiernaast).
Om het verbrandingsproces te bespoedigen werden geulen gegraven naast de brandstapels waarin het vet droop van de lichamen die verbranden. Het vet werd dan gebruikt om over de lichamen te gieten waardoor ze gemakkelijker vuur vatten. Sadisten onder de SS-mannen vermaakten zich door kinderen en oude vrouwen levend in het kokende vet te gooien of in de brandende vuurhaarden.
In Boedapest zelf verbleven in die periode 200.000 joden die als ratten in de val zaten en hen wachtte onvermijdelijk hetzelfde lot als niet spoedig redding opdaagde!
|
|
Laatst geupdate op ( Tuesday 01 May 2007 )
|