|
Het grote mededogen van Chiune Sugihara met de Litouwse joden |
|
|
|
|
Saturday 04 October 2003 |
|
Pagina 4 van 8
Het Mirakel van Chanoeka van 1939
Chanoeka, het joodse lichtfeest Wat iemand ooit tot een Ware Held maakt zijn verschillend en complex, maar de beslissing van Sugihara om zijn carrière op het spel te zetten zijn in sterke mate beïnvloed geweest door een vriendelijk gebaar van een 11-jarig joods jongetje. Zijn naam was Zalke Jenkins (Solly Ganor).
Solly Ganor was de zoon van een mensjewistische vluchteling die aan de Russische Revolutie in de vroege jaren ´20 was ontkomen naar Kaunas in Litouwen. Voor de Tweede Oorlog deed deze familie zaken in de import en export van textielwaren. De jonge Solly Ganor, die bezorgd was om het lot van de Poolse joden die Kaunas binnenkwamen, stak hen steeds het grootste deel van zijn zakgeld en verdiensten toe. Nadat hij al zijn geld had weggeven, liep hij naar de voedingswinkel van zijn tante Anoeshka in Kaunas. Litouwse Litas
Hij wilde van haar een Litouwse lit (Litouwse munteenheid) lenen om naar de laatste film van Laurel and Hardy (de Dikke en de Dunne) te gaan kijken. In de winkel van zijn tante ontmoette hij toevallig de Japanse Consul Chiune Sugihara. Consul Sugihara had geamuseerd naar de conversatie geluisterd en gaf de jonge Solly twee blinkende litas. Impulsief nodigde de jonge Solly met vriendelijke ogen de Consul uit om met zijn familie de eerste dag van Chanoeka 1939 mee te vieren.
Aangenaam verrast en opgetogen accepteerde de Consul dankbaar de uitnodiging van de jongen, en de Consul en zijn echtgenote Yukiko beleefden en vierden aldus voor het eerst in hun leven het joodse Chanoeka of Lichtfeest mee.
Mr. Sugihara voelde zich aangenaam verrast door de beslotenheid van de joodse families en hoe hem dit herinnerde aan gelijkaardige Japanse feesten. Vierenvijftig jaar later zal Mevr. Sugihara nog graag herinneringen ophalen aan de lekkere cakes en koekjes die hen werden opgediend tijdens het Joodse Lichtfeest.
Solly Ganor en zijn vader werden spoedig bevriend met de Consul-generaal en zij converseerden onderling in het Russisch. Later waren Solly Ganor en zijn vader er getuigen van hoe Consul Sugihara in zijn kantoor de Russen contacteerde om hen om toelating te vragen om visa uit te reiken tot aan de Russische grens. Ook Solly Ganor en zijn vader ontvingen van Sugihara visa maar konden hen helaas niet gebruiken omdat zij Russische onderdanen waren.
De meeste leden van de familie Ganor kwamen om in de Holocaust. Solly's zuster Fanny en Tante Anoeshka overleefden de oorlog. Tante Anoeshka keerde terug naar Litouwen en overleed er in 1969. Fanny huwde Sam Skutelsky uit Riga en emigreerden naar de Verenigde Staten. Hun zoon Robert, Solly's enige nog in leven zijnde neef, woont in Boulder, Colorado.
Solly en zijn vader brachten eerst twee jaar door in het getto van Kaunas tot ze eind 1944 werden gedeporteerd naar Landsberg-Kaufering, de buitenkampen van Dachau. Zij overleefden de oorlog en emigreerden naar Israël. De vader van Solly stierf in vrede in Tel Aviv in 1966.
De ironie van het verhaal wil dat in mei 1945, Solly Ganor werd bevrijd door Japans-Amerikaanse soldaten van het 522de Field Artillery Battalion, mannen die voordien -wegens hun Japanse origine- geïnterneerd leefden in kampen en bewaakte woonzones in hun eigen land.
Maar voor Solly was het Japanse gezicht voor altijd het symbool geworden van vriendelijkheid en vrijheid.
|
|
Laatst geupdate op ( Sunday 11 May 2008 )
|