Op 6 april beleven de Antwerpse cinemazalen in Antwerpen (en de rest van de Belgische steden) de première van de
antisemitische propagandafilm Der Ewige Jude van Fritz Hippler. Met meer dan 250.000 bezoekers is deze gore anti-joodse
filmprent (samen met Jud Süss) de meest bekeken Duitse film tijdens de bezetting. Al op 10 april gooien militanten van
Volksverwering vele uitstalramen van joodse winkels in de Lange Kievitstraat in diggelen. De onlusten blijven het hele
Paasweekeinde voortduren tot Paasmaandag, de 14de april 1941, het geweld op zijn hoogtepunt geraakt. Op die dag stroomt cinema
Rex op de Keyserlei vol voor een extravertoning van Der Ewige Jude, gefinancierd door Volksverwering. Advocaat Lambrichts
spreekt de 1.500 genodigden toe en zweept het publiek op.
Na de filmvertoning trekken zo'n 200 relschoppers van de Vlaamse SS, de Zwarte Brigade, VNV en
Volksverwering/Anti-Joodse Liga de straat op en vernielen 200 uistalramen van joodse winkels in de wijken gelegen rondom
het Antwerpse Centraal Station. Waarna de opgehitste meute optrekt naar de joodse synagogen aan de Van den Nestlei en de Oostenstraat. De hele inboedel
wordt kapot geslagen, de Torah-rollen worden op straat verbrand. Beide synagogen en het nabijgelegen huis van rabbijn Rottenberg
gaan op in de vlammen. Daarna trok de hele bende jodenjagers naar de Somerstraat 22, waar de redactielokalen van Volk en Staat
(de partijkrant van het VNV) waren gevestigd, en hieven een 'dreunende' Vlaams Leeuw aan, die doorheen de ganse
joodse wijk galmde.
René Lambrichts verspreid in juli 1941 een rondzendbrief om zoveel mogelijk namen van joden die zich niet hadden laten
registreren, door te geven aan Volksverwering, of hun bordje "Koop niet bij joden" of "Joodsche
Handelsonderneming' niet hadden uitgehangen of hun radio niet hadden aangegeven [het bezit van een radio was voor joden verboden]. Ook last Lambrichts een speciale kolom in het
blad in 'Ons Jodenregister' in, waarin hij vanaf 1942 adressenlijsten van joden in publiceert.
Al in augustus 1941 werd
door Volksverwering een 'Jodencontrole' opgericht. Die speciale staf van een kleine twintig 'controleurs' schuimden de straten af,
op zoek naar joden die zich niet aan de Verordnungen hielden. De controleurs waren voorzien van een kaart
'Controll-Auftrag' afgeleverd door de Duitse autoriteiten. Volksverwering ondernam uit eigen beweging ook een vorm van registratie
van joden. Uiteraard speelde ze alle inlichtingen die ze bekwamen over Joden, systematisch door aan de Antwerpse en later aan de Brusselse
Judenabteilung van de SIPO-SD.
De Duitsers wilden uiteraard dat die versnipperde en elkaar beconcurrerende vlaams-nationale en nationaal-socialistische
groeperingen en verenigingen zouden fusioneren, in navolging van hoe het er in nazi-Duitsland aan toe ging. René Lambrichts
weigerde echter om samen te gaan met de DeVlag van Jef Van de Wiele, en krijgt in februari 1943 verbod van de nazi's om
enkele andere bladen, Volksche Aanval en L'Ami du Peuple nog langer uit te geven.
Op 4 augustus 1942 verlaat het eerste konvooi Mechelen richting Auschwitz. 14% onder hen zijn kinderen. De Antwerpse krant
Volk en Staat, partijkrant van het VNV van Staf de Clercq, bericht cynisch op 13 augustus: "De zuiveringsmaatregelen
tegen de joden volgen mekaar sterker op en worden met de dag strenger toegepast. Het schijnt zo dat we stilaan rondom onze
redactiekantoren weer ruimer zullen kunnen ademhalen en nu er week na week huizen en appartementen in de buurt leegkomen
kunnen we tenminste eens rustig van huis naar kantoor en van kantoor naar huis wandelen."
In dezelfde maand slaagt Lambrichts erin om een samenwerkingsakkoord tussen Volksverwering en de DOB (Dietsche Opvoedkundige
Beweging) van Bert Van Boghout af te sluiten. Van Boghout zal in augustus 1944 dienst nemen bij de Waffen-SS en naar het
Oostfront trekken. Van Boghout zullen we enkele jaren na de oorlog opnieuw tegenkomen, wanneer eind 1977 de VNP van Karel
Dillen en de VVP van Lode Claes worden opgericht, die later beide zullen samensmelten tot het hedendaagse Vlaams Blok, dat
zich sinds november 2004 -na een veroordeling voor het aanzetten tot racisme en discriminatie- om tactische en electorale redenen
hernoemd heeft naar Vlaams Belang.
In het voorjaar van 1943 boterde het hoe langer hoe minder tussen de DeVlag en Volksverwering en het draaide er uiteindelijk
op uit dat René Lambrichts in februari 1943 door de nazi's verplicht werd om zijn publicaties stop te zetten. Mede ook
als gevolg van de machtsstrijd die zich tussen Pierre Beeckmans en Lambrichts de voorbije jaren had ontwikkeld. Beeckmans
verhuisde zijn 'centrale' naar Brussel en plaatste ze rechtstreeks onder de hoede van Kurt Asche, die de Judenabteilung over gans België leidde.
Per 1 maart 1943 doopte Beeckmans zijn Centrale om naar 'Bureau voor Ras- en Sibbekundige Opzoekingen'. Beeckmans legde zich toe op het onderzoeken van Joodse 'twijfelgevallen'. Hierbij ging het om mensen
die ervan 'verdacht' werden Jood te zijn maar dat ontkenden. Beeckmans zal zijn 'onderzoek' later uitbreiden naar de Dossinkazerne van waaruit
de Joden van België naar Auschwitz werden gedeporteerd. Lambrichts rol was hierna uitgespeeld. Naar het einde van de bezetting
toe, opteerde Lambrichts voor het VNV (Vlaams Nationaal Verbond) waar hij voor het dagblad Volk en Staat artikels publiceerde
met als thema het zionisme. De Duitsers hadden inmiddels gekozen voor de DeVlag, als de enige nationaal-socialistische partij
in Vlaanderen en de Algemeene SS-Vlaanderen als haar militaire oorlogs speerpunt.