Léon Joseph Marie Ignace Degrelle werd geboren op 15 juni 1906 in het Ardense Bouillon in Wallonië. Hij was de zoon van een welgestelde brouwer die actief was in de locale gemeentepolitiek bij de Katholieke Partij. Zoals de meeste zonen van de katholieke bourgeoisie uit die tijd, studeerde hij vanaf 1925 aan de Universiteit van Leuven. Door zijn energieke verschijning en journalistiek talent werd hem door Monseigneur Picard, die het hoofd was van de ACJB (Association Catholique de la Jeunesse Belge) gevraagd om de leiding over te nemen van een kleine katholieke uitgeverij 'Christus Rex'.
Vol energie en overgave werpt hij zich op zijn uitgeverswerk en begint vele populaire katholieke bladen en magazines uit te geven. Vanaf 1933 begint de zaak goed te draaien en hij trekt jonge mensen aan van op de universiteit die zijn enthousiasme voor een militanter katholiek geloof delen. In 1934 richt hij samen met de Leuvense advocaat Maurice Schot, die later CVP-senator en beheerder van de Generale Bankmaatschappij zal worden, zijn eigen uitgeverij op: 'Les Editions de Rex'.
De katholieke kerk en de ACJB trekken echter officieel hun handen af van de kleine uitgeverij en Degrelle geraakt in financiële moeilijkheden. Hij ontpopt zich langzaam maar zeker tot een dissident binnen de katholieken en gaat de politieke toer op en droomt hardop van zijn drang naar verovering van de absolute macht. Hij dweept met de fascisten in Italië waarvan de leider Mussolini zijn grote voorbeeld is. Vanaf 1933 wanneer Adolf Hitler aan de macht komt flirt hij openlijk met het nationaal-socialisme. Zijn dictatoriale neigingen komen spoedig tot uiting.
Ondertussen geeft hij ook het dagblad Le Pays Réel uit dat het partijorgaan van REX wordt en begint via dat blad een venijnige campagne tegen de corruptieschandalen, waarbij politici van elke kleur tijdens de jaren '30 waren betrokken.
Zo valt hij in november 1935 samen hij met een aantal van zijn aanhangers binnen op een vergadering van de nationale partijleiders te Kortrijk. Hij werpt zich daar op als de grote zuiveraar van de katholieke partij, noemde minister van Staat Paul Segers een 'levend uitwerpsel' en wilde simpelweg zelf de leiding van de partij in handen nemen. De voorzitter van de katholieke partij Pierlot weigert te onderhandelen met de Rexisten en na die zogeheten'coup van Kortrijk' is de breuk tussen de katholieke partij en Rex definitief. Die 'coup' leverde Degrelle wel enorme publiciteit op.
Pas op het laatste nippertje besluit hij een eigen partij op te richten - REX- en kan nog net deelnemen aan de verkiezingen van mei 1936. Hij voert een opvallende rumoerige campagne, die de eenheid van de katholieke wereld bedreigde met ondermeer discrediterende lastercampagnes tegen de KAJ-JOC-beweging en de christelijke vakvereniging.
In een sfeer van scandalitis die goed aanslaat bij de burger trekt REX naar de Algemeene Verkiezingen. Later zullen veel rexisten toegeven dat een stem voor REX in 1936 hoofdzakelijk een proteststem was tegen het politieke etablissement. De resultaten zijn verpletterend voor de gevestigde partijen. De rechtse, autoritaire en corporatistische Rex-beweging behaalt in de Kamer van Volksvertegenwoordigers 11,49% van de stemmen en krijgt vanuit het niets op slag 21 zetels op 202 in de Kamer en 12 zetels in de Senaat.