Op 12 juli 1944 wordt België opgesplitst in een Reichsgau Flandern en een Reichsgau Wallonien beide geannexeerd door het Duitse Rijk.
In Vlaanderen wordt de DeVlag van Jef Van de Wiele definitief de eenheidspartij, ten koste van het VNV van Henrik Elias dat nadien geen rol van betekenis meer speelt.
In de Reichsgau Wallonien (Wallonië) wordt Rex de Franstalige tegenhanger en de eenheidspartij onder de leiding van Léon Degrelle.
Op 15 december 1944 worden de Landsleiders Jef Van de Wiele en Léon Degrelle naar Berlijn geroepen voor een onderhoud met Von Ribbentrop. Het Von
Rundstedt-offensief staat voor de deur: de Slag om de Ardennen! Op 16 december 1944 vallen de Duitsers opnieuw België binnen. Eenheden van de Vlaamse en Waalse
divisies werden naar het frontgebied overgebracht, op de voet gevolgd door hun Landsleidingen.
SS-Oberstürmbannführer Léon Degrelle slaagde erin om als eerste België in te trekken. Hijwilde absoluut voor Jef Van de Wiele Brussel bereiken
en de nieuwe 'Chef' van België worden. De Rex-leider bracht Kerstmis 1944 door in een opgevorderd kasteel in de Ardennen; kort nadien voegden Matthys en Collard
zich bij hem aan het hoofd van een door henzelf opgericht Comité de Libération Wallon.
Maar het Ardennenoffensief was tot mislukken gedoemd en alle hoop van de collaborateurs op een triomfantelijke terugkeer viel in duigen. Al op 9 januari 1945
aanvaardde Hitler de nederlaag en de terugtocht van het Duitse leger uit de Ardennen. Het enige wat de collaboratieleiders nog konden doen was jonge mannen ronselen
voor het Oostfront. Nog tot de laatste oorlogsdagen werden nog vele Waalse jonge mannen in de strijd geworpen.
Na de onafwendbare nederlaag vluchtten de Vlaamse en Waalse SS-divisies westwaarts, de Amerikaanse geallieerden tegemoet. De meeste kopstukken trachtten te
ontvluchtten en sommigen slaagden ook definitief uit de klauwen van het gerecht te blijven, anderen waren minder fortuinlijk. Het Waals Legioen onder het bevel
van Degrelle nam weliswaar nog deel aan de laatste bloedige loopgravengevechten tegen het naar Berlijn oprukkende sovjetleger, maar verdere politieke activiteiten
leken zinloos. De rexistische beweging werd bijgevolg officieël ontbonden op 30 maart 1945 tijdens een vergadering van Matthys en Collard in Berckerode waar
Degrelle echter niet aanwezig was.
Nog in volle
oorlogstijd werd Léon Degrelle op 29 december 1944 bij verstek veroordeeld en door België beschouwd als “le traître”. Degrelle slaagt erin om te vluchten
en clandestien het Spanje onder generaal Franco te bereiken. In 1954 werd hij door een Spaanse wettig geadopteerd en verkreeg hij met deze 'truuk' de Spaanse
nationaliteit waardoor hij niet meer kon uitgeleverd worden vermits Spanje met België geen uitleveringsverdrag had. Hij noemde zich voortaan Leon-Jose de Ramirez Reina
en zou een fortuin verdienen met de bouw van woningen voor militairen. In 1964 werd in België, na de verjaring van zijn straf, de Lex Degrelliana afgekondigd waardoor Degrelle de toegang tot
België voor de komende tien jaar nogmaals geweigerd werd. Deze wet werd elk decennia en tot zijn dood steeds hernieuwd. Enkele jaren na de dood van zijn beschermheer
Generaal Franco in 1975, wordt het hem verboden nog langer politieke activiteiten te verrichten.
Ook na de Tweede Wereldoorlog kan Degrelle blijven rekenen op de vergane 'glorie' van Rex. Degrelle in ballingschap blijft voor controverse zorgen en
tot een symbool verheven voor de nationaal-socialistische bewegingen, die tot op heden verder borduren op zijn zogenaamde 'heldendaden'. Zo schrijft Degrelle in 1979
een brief aan de Paus in Rome over de Holocaust, die hij als een joods verzinsel beschouwde, het volgende: "Der Holocaust, wie groß auch seine Verbreitung und seine Massenwirkung gewesen sein mag, war nichts weiter als ein
'gigantisches Hollywood-Spektakel' von seltener Gewöhnlichkeit und vor allem dazu bestimmt, die Börsen von Hunderten Millionen Ahnungsloser zu leeren. Doch
die seelischen Schäden sind vergänglicher Natur, und sie werden nicht Bestand haben vor der sorgfältigen Prüfung durch den Historiker."
Voor die uitspraak werd hij in 1986 gerechtelijk vervolgd door een joodse vrouw die haar familie had verloren in de oorlog.
Eind jaren 1980 kwam Degrelle andermaal in het nieuws nadat BRT-journalist Maurice De Wilde hem heeft interviewde voor zijn documentaire reeks over de Nieuwe Orde.
Degrelle onderhield ook nauwe contacten met het Front National in Frankrijk en hij rekende de leider ervan, Jean-Marie Le Pen, tot zijn
beste vrienden. Begin jaren zeventig richt een oud-lid van het Waals Legioen, Jean-Robert Debbaudt, heel eventjes opnieuw een rexistische beweging op,
die bij de verkiezingen van 1974 tweeduizend honderdvierenzestig stemmen haalde in Brussel. Waals extreemrechts kan zich nog een tijd vinden in het UDRT
(Union Démocratique pour le Respect du Travail), dat kortstondig een succes behaalt in begin jaren tachtig, maar het heeft ondertussen plaats gemaakt
voor het Front National, naar het Franse voorbeeld van Le Pen.
Op 31.3.1994 overleed Léon Degrelle in Malaga (Spanje). Ook na zijn dood mag zijn stoffelijk overschot het Belgisch grondgebied niet
betreden. Degrelle schreef verschillende boeken na de oorlog die in België verboden werden.