|
DeVlag van Jef Van de Wiele zweert trouw aan den Fuhrer |
|
|
|
|
Thursday 22 April 2004 |
|
Pagina 4 van 9 Ideologie van de DeVlag Voor haar ideologie steunde de DeVlag zich volledig op de nationaal-socialistische leer van Bloed, Ras en Bodem. Van de Wiele deed wel aardig zijn best om dit in de Vlaamse context te verwoorden en te schetsen, dit om zijn aanhang niet te verliezen maar te vergroten. Uiteraard had de SS zo haar eigen plannen over de toekomst van Vlaanderen. Van de Wiele verwees steeds naar de de Noordsche afstamming en het Germaansche bloed. Een typische 'Noordsche' eigenschap zou de trouw zijn (zie ook kader rechts met stellingen van DeVlag). "Meine Ehre heisst Treue" (Trouw is mijne eer) was ook de lijfspreuk van de SS en dus ook van de Algemeene SS-Vlaanderen. Die trouw kon men niet verwerven: hij werd via het bloed doorgegeven. Het bloed was immers de drager van het ras, en met alle kenmerken daarvan. Dit bloed moest verder gegeven worden aan een kroostrijk gezin, want alleen zo bleef men trouw aan het bloed en kon men zich de ware nationaal-socialist noemen. Ook kon niet iedereen zomaar lid worden van de DeVlag: "Iedere volksgenoot van Noordsch-Germaansche afstamming en onbesproken gedrag en die niet tot een vrijmetselaarsloge of een hiermede gelijk te stellen besloten gemeenschap behoort, kan na voleinding van zijn 18de of haar 21ste levensjaar lid der ´DeVlag¸ worden." Om toe te kijken of de kandidaat-leden wel voldeden aan de voorwaarden van bloedafstamming werd de afdeling Sibbekunde opgericht: "Alle Kaderleden (Wijk- en Blokleiders inbegrepen), alle bedienden in dienst van de DeVlag aanzien het als een plicht zoo spoedig mogelijk te bewijzen dat zij van Arischen oorsprong zijn, dat zij werkelijk behoren tot de Groot-Germaansche bloedgemeenschap. De stamboom alleen kan bewijzen dat zij in dien zin volwaardige ambtsdragers zijn. Het niet-inzenden van den stamboom doet het tegenovergestelde vermoeden, en de gepaste gevolgtrekkingen zullen daaruit getrokken worden."
SS-Gruppenführer Gottlob Berger, President van de DeVlag, omschreef de taak van DeVlag in 1942 als volgt: "De Vlaamsch-Duitsche Arbeidsgemeenschap wil U deelachtig laten maken aan de geestelijke energie van het Groot-Duitsche Rijk; zij wil het geestelijke Vlaanderen weer naar het Rijk toehalen." Jef Van de Wiele, de Algemeenen leider der DeVlag, hertaalde dit in Vlaanderen aan zijn volgelingen aldus: "Gij zijt Vlaming, Nederduitscher, Germaan. Gij zijt het tweede en het derde omdat ge het eerste zijt. In het Groot-Germaansche Rijk der Duitsche natie zal Vlaanderen pas Vlaanderen zijn, indien het dit geheel en gansch is." Jef Van de Wiele vermijd lang het woord Anschluss (aansluiting) bij het Groot-Germaansche Rijk in de mond te nemen, maar in een lezing klinken de ware bedoelingen duidelijk door: "Waarlijk, men staat erover verstomd dat er in de schoot van een volk, dat prat gaat op zijn groot en grootsch verleden, dat eeuwenlang de geheele wereld heeft geleid, nog politieke denkers opkomen, ja fanatiek opkomen voor een eigen Staat. Voor den Dietschen Staat, voor Dietschland. Er komt geen Dietsche Staat. Er kan geen Dietsche Staat komen, omdat hij er niet komen mag. En zoo zal er ook geen Duitsche staat meer zijn, maar samen met de Duitschers, de Nederlanders, de Vlamingen, zullen wij deel uitmaken van het Groote Rijk, van de Germaansche Volkerengemeenschap, van het Komende Rijk. En de angstigen schreeuwen: maar zal daardoor onze volkspersoonlijkheid niet verloren gaan, onze eigendommelijkheid, ons volksdom? En onze Nederlandsche taal? Hebben zij vergeten dat dit Rijk nationaal-socialistisch zal zijn?" Vlaanderen moest volgens DeVlag aansluiting zoeken bij het Groot-Germaansche Rijk. Het Duits moest de eenheidstaal worden van het Rijk. De chef van het Militair Bestuur Eggert Reeder, die steeds in termen van 'Hoogduitsch' en 'Nederduitsch' sprak, en van mening was dat het Duits tegen de Franse dominantie moest ingezet worden, zal al in de zomer van 1942 een plan ontwerpen om het Duits in de Belgische lagere scholen in te voeren, maar door het gekende verloop van de oorlog werd dit plan nooit geconcretiseerd. Uiteraard maakten vele Vlaams-nationalisten zich zorgen omtrent deze ontwikkeling, waar zij terecht vermoedden dat de door hen zo gehate Belgisch-franskiljonse onderdrukking de plaats zou ruimen voor het Duitsche. De kreten 'onverfranst' en 'onverduitscht' zouden dan ook steeds harder gaan klinken. Vooral bij de VNV-aanhangers.
|
|
Laatst geupdate op ( Saturday 06 August 2005 )
|