Het gezin Laplasse stond in de oorlogsjaren algemeen aangeschreven als een familie van 'zwarten', Duitsgezinde collaborateurs zoals ze destijds werden genoemd.
Alhoewel Irma volhield dat zij bij geen enkele Nieuwe Orde-beweging was aangesloten, koos de rest van haar gezin voluit voor de Nieuwe Orde en joviale samenwerking
met de Duitse bezetter. Volgens haar geboorteacte is haar naam voluit Irma Elisa Swertvaeger, maar die wordt elders wel op verschillende wijze geschreven. Zelf
handtekende zij meestal met Zwertvaegher. Op haar grafsteen staat dan weer Swartvaegher, wat bij Johan Anthierens de smalende opmerking ontlokte:
"Oftewel verslikte de ambtenaar in Schore zich in de spelling, ofwel rust Laplasse -tot overmaat van rampspoed- onder een foute
steen.". Karel Van Isacker slaagde er zelfs in om in zijn boek er 'Irma Laplasse' Zwertvaegher van te bakken.
Irma werd geboren op 9 februari 1904 te Schore en verhuisde, na haar huwelijk met Henri Laplasse op 14 september 1924, naar Oostduinkerke in de Polderstraat nr 61.
Het arme landbouwersgezin kreeg twee kinderen Frederik en Angèle. De echtgenoot van Irma, Henricus Jacobus 'Henri' Laplasse, werd geboren
op 12 november 1899 te Oostduinkerke. Voor het begin van de Tweede Wereldoorlog trad Henri Laplasse toe tot het VNV van Staf de Clercq en nam bij het begin van de bezetting
dienst bij de gewapende en geuniformeerde Hulppolitie (Hilfsfeldgendarmerie) van het VNV.
Aanvankelijk was die Hulppolitie een ordedienst van het VNV, een zoveelste onderdeel van de Dietsche Militie (DM/Politie). Hulppolitie werd spoedig overal ingezet bij ordehandhaving in het algemeen. Henri Laplasse en zijn collega's, kon
je op gezette tijden met de revolver in broeksband of in een holster de orde in Oostduinkerke zien handhaven. Hij werd 2 dagen na het drama in Oostduinkerke, op
10 september 1944 aangehouden door leden van het verzet en zal pas in 1947 weer vrijkomen. Hij overleed in Oostende op 28 januari 1975.
De zoon van Irma en Henri, Frederik 'Fred' Laplasse (º2.07.1925), was tot 1943 lid van de NSJV (Nationaal Socialistische Jeugd Vlaanderen).
Nadien werkte hij als bouwvakker mee aan de Atlantikwall. Om te ontkomen aan de verplichte tewerkstelling in Duitsland sloot hij zich eind 1943 aan bij de
Vlaamsche Wachtbrigade, die voordien Fabriekswacht werd genoemd. Dat was een
paramilitaire collaboratie-eenheid die in mei 1941 werd opgericht door René Turcksin.
In 1943 veranderde de naam naar Vlaamsche Wachtbrigade, en in 1944 naar Flakbrigade.
De Fabriekswacht werd belast met het bewaken van (Duitse) militaire terreinen, fabrieken, luchthavens enz. De Fabriekswacht kwam al snel onder het gezag van het
VNV, als onderdeel van de Dietsche Militie: DM/WB. De leden ervan stonden bekend als Vlaamsche Wachters of Fabriekswachters. In september 1944
namen vele Fabriekswachters de wijk naar Duitsland, maar weigerden zich te laten inlijven bij de Waffen-SS. In maart 1945 zal een deel van de Fabriekswacht
-van dan af Flämische Flakbrigade geheten (luchtafweer)- nog wel ingeschakeld worden bij het verdedigen van de Rijn.
In het Noord-Franse Lomme moet Fred Laplasse opslagplaatsen van de Duitsers bewaken. Vanaf begin 1944 helpt hij het vliegveld van Chièvres in het Henegouwse
Maffle te bewaken. Op 2 juli 1944 werden de Fabriekswachters verplicht de eed van trouw aan de Führer Adolf Hitler af te leggen. Op 3 september 1944
ontvlucht om onbekende redenen Fred de Fabriekswacht en fietst terug naar huis. In feite was Fred van dan af de facto een deserteur. Fred was 19 jaar toen hij op die bewuste dramatische dag
door leden van het verzet werd aangehouden. Zijn tijdelijke aanhouding zal rechtstreeks de aanleiding worden tot het drama van die dag.
Dochter Angèle Laplasse (º6.07.1929), die ten tijde van het drama 15 jaar oud was, was van juni 1943 tot september 1944 lid als
kerlinneke bij de DMS Dietsche Meisjesscharen onder de locale leiding van Jeanne Schiettecatte. De DMS was bij het begin van de bezetting ontstaan uit het VNVV
(Vlaams Nationaal Vrouwenverbond) en werd op 8 juli 1941 samen met het NSJV (Nationaal Socialistische Jeugd in Vlaanderen) voor jongens o.l.v. van Edgar Lehembre,
onder de vleugels van het VNV opgericht. Van bij het begin werd de DMS-nationaal geleid door Jetje Claessens en dat tot aan het einde van de bezetting.