De feitelijke gebeurtenissen zoals ze zich hebben afgespeeld, is een samenvatting van de onderzoeksresultaten
zoals ze tijdens het eerste proces in 1944-45 werden voorgesteld, alsmede de resultaten van het vooronderzoek dat tussen 1970 en 1975 werd gehouden en
dat naar het herzieningsproces zal leiden. In 1995 werd andermaal onderzoek gedaan en ook de resultaten van dat onderzoek werden in deze samenvatting opgenomen.
De zogenaamde echte feiten zoals die vakkundig werd vermassacreerd door Louis De Lentdecker ("die de botte bijl bezigt" dixit
wijlen Johan Anthierens) en door de jezuïet Prof. Karel Van Isacker ("die de snijbrander verkiest boven het scalpel",
werd eveneens in aanmerking genomen (lees verder in deel 2.)
Op 2 september 1944 waren de geallieerde strijdkrachten de grens tussen Frankrijk en België overgestoken. Het 2de Canadese Infanterieregiment onder
het bevel van generaal Charles Foulkes en de voorhoede, het 12de Manitoba Dragoons Regiment, hadden de opdracht gekregen om via de kust zo snel mogelijk door te stoten naar de havens van
Nieuwpoort en de strategisch belangrijke haven van Oostende. Zowel Veurne, Diksmuide en Nieuwpoort werden op 7 september 1944 bevrijd. Maar de strijd was nog lang niet beslecht
en Nieuwpoort zal uiteindelijk 3 keer door de Canadezen bevrijd worden.
De Duitsers die al die tijd Oostduinkerke bezet hielden en verschillende villa's, magazijnen en opslagplaatsen verspreid over het dorp in beslag hadden genomen,
beslisten op 6 september om zich volledig terug te trekken in de bunkers en de kustbatterij op de Groenendijk. Een paar honderd meter richting dorp hadden de Duitsers
in de duinen een uitkijkpost geplaatst, bemand door een onderofficier en twee manschappen, om vandaar de activiteiten in het dorp te kunnen observeren.
Dat was voor het verzet en de dorpelingen de aanleiding om in de opeenvolgende nachten van 6 en 7 september tot het plunderen van de voormalige Duitse bezittingen
over te gaan. Op 8 september namen leden van de locale afdeling van het Geheim Leger/Armée Secrète, die onder leiding stond van
André Counye en zijn eerste adjunct en schoonbroer Gerard Depape, het bestuur van Oostduinkerke over nadat zij de
oorlogsburgemeester Firmin Vermeersch en -politiecommisaris hadden gevangengezet. De verzetsleden hadden vernomen dat een aantal verdwaalde Duitse soldaten,
'Versprengten' zoals ze genoemd werden, zich hadden verschanst in de bunkers nabij de hoeve van Marcel Kinget aan de Polderstraat en bereid waren zich over te geven.
Het ging hier om een dertigtal uitgeputte en oorlogsmoeë Tsjechische en Sudeten-Duitse soldaten, op de vlucht uit Frankrijk.
Met een aantal verzetsleden togen Depape en Counye naar de hoeve om de Duitsers op te halen en op hun terugweg 'zouden ze nog wat collaborateurs oppakken'.
Zo hielden ze even halt aan het huis van de Laplasses waar Irma, Fred en Angèle vanuit het deurgat het hele gebeuren gadesloegen.
Madeleine Deleu, weduwe van August Corteel: "Bij de doortocht van de verzetslieden met de gevangenomen Duitsers kwam Fred Laplasse erbij, op straat.
Iemand zei: 'terwijl wij op weg zijn, nemen we alle zwarten mee. August Corteel wilde meteen Fred Laplasse oppakken doch
Irma zei: 'Hij heeft geen vest aan'. Gust liet haar het kledingstuk halen. 'Mag ik hem eten brengen vanmiddag?&', vroeg Irma nog. 'Ja, in de school', antwoordde Gust.
Irma fluisterde Fred toen nog iets in het oor, waarop Gust haar aanmaande: 'Irma, doe geen domheden, zoniet zult gij de uil zijn!'"
Na een venijnige opmerking van zoon Fred Laplasse, duwde verzetsman August Corteel Fred een revolver onder de neus en werd Fred Laplasse samen met de Duitsers opgesloten
in twee aparte klaslokalen van de jongensschool gelegen in de Dorpstraat.
Intussen maakten de dorpelingen zich klaar om de Canadese bevrijders feestelijk binnen te halen. Er werden overal vlaggen en bloemen opgehangen
en werden er tientallen lijnen met vlaggetjes over de belangrijkste straten gespannen. Met hun 'buit, opgesloten in de jongensschool, werd met toenemende spanning en
blijde verwachting uitgekeken naar de komst van de Canadezen...