Het gezin Laplasse bleef intussen niet bij de pakken zitten. Van de verzetsman August Corneel, die trouwens een buurman was van de Laplasses, wist Irma Laplasse
ongeveer waar haar zoon Fred opgesloten zat. Henri Laplasse, echtgenoot van Irma die zich op geen enkel moment had laten zien, was de deur uitgeglipt en dook tijdelijk
onder bij zijn moeder die een paar straten verderop woonde. Samen met haar dochter Angèle, toog Irma Laplasse omstreeks 10u30 naar de uitkijkpost in de d
uinen van de Duitsers waar ze de onderofficier Peter Lenz aansprak omtrent de voorbije gebeurtenissen en verzocht hem om een onderhoud met Majoor
Corneille.
Corneille was de commandant van de Duitse batterijdivisie, het 1240ste Kustartillereregiment, die zich met zijn manschappen schuilhield in de bunkers aan de Groenendijk. De Laplasses waren al
geruime tijd goed bevriend met een aantal Duitsers die zich in de batterij bevonden en waren regelmatig te gast op hun boerderij die toen goede zaakjes deed. Even later
is Irma dan alleen naar de kustbatterij getrokken, terwijl dochter Angèle op haar bleef wachten bij de uitkijkpost.
Buurman Leo Corteel die het hele gebeuren zag was erg formeel tijdens zijn latere getuigenis voor het Krijgshof: "Irma en Angèle namen plaats tussen
de twee Duitsers. Eén van hen was een grote zware man. Irma maakte allerlei gebaren en leek zenuwachtig. De vrouwen bleven een tijdje zitten, waarna Irma alleen
naar de batterij trok; ze liet Angèle bij de twee Duitsers achter. Irma is toen zo'n twintigtal minuten weggebleven en dan, begeleid door een Derde Duitser,
tot aan Home Vandervelde teruggekeerd. Ze riep Angèle bij haar en samen zijn ze daarop naar huis gegaan."
Kleermaker en getuige Bert Mus: "Ik was die voormiddag van vrijdag 8 september 1944 in de Duitse batterij van Groenendijk en heb er Irma
Laplasse zien binnenkomen. Ik dacht: ze is hier naar toegevlucht uit schrik. Ik heb er mij nadien niks meer van aan getrokken. Ik ben er wel zeker van dat zij
het was."
In de batterij vertelde ze het hele verhaal aan de officier of de majoor over de gevangenneming van de 22 tot 23 Duitse 'Versprengten' en vooral over de aanhouding
van haar zoon Fred. Ze vertelde hen er meteen bij waar het verzet ze opgesloten hadden en dat ze 's middags eten zou brengen naar haar zoon, zodat ze bij haar thuiskomst
nog meer inlichtingen kon verstrekken omtrent de exacte locatie, de verdediging, hoeveel manschappen die de gevangenen bewaakten enz. Dit verklaart meteen ook wanneer
de Duitsers enkele uren later zullen oprukken naar het dorp, zij eerst nog even halt hielden bij de boerderij van Laplasse om er uit haar mond de laatste informatie
te verkrijgen.
Rond de middag heeft Irma omstreeks 13u00 eten gebracht naar haar gevangen zoon Fred in de jongenschool in de dorpskom. Getuige Oscar Herrewijn, schoonzoon van
de vermoorde Leopold Ureel: "Toen wij met de Duitser van de school aankwamen stonden Irma en Angèle Laplasse daar ook. Irma droeg een 'netzak'
met eten voor haar zoon Fred. Louis Vermote zei: 'Dat is Irma Laplasse, de vrouw van die grote zwarte'." Nadien gingen Irma en Angèle Laplasse
terug naar huis om er de komende gebeurtenissen af te wachten, niets vermoedend wat het dramatische resultaat zou zijn van haar verklikking aan de Duitsers....