Omstreeks 15u00 trokken de Duitsers in twee aanvalsgroepen in een tangbeweging naar de dorpskom van Oostduinkerke. De eerste en zwaarst bewapende groep rukte doorheen de Polderstraat
naar de school. De tweede groep Duitsers, die onder leiding stond van Majoor en Stützpunktkommandant Peter Corneille, was uitgerust met een PAK
(Pantzerabwehrkanone-anti-tankkanon) en een machinegeweer. Deze groep was iets later was vertrokken dan de eerste, en trok via de Albert I laan en de Leopold II laan
naar het centrum.
In de Polderstraat hield de eerste Duitse gevechtsgroep even halt aan het nr 61, het woonhuis van de Laplasses en maakten een praatje met Irma en Angèle
om nog een laatste overleg te plegen en aanwijzingen te verkrijgen en vandaar ging het snel richting centrum. Op het ogenblik dat de Duitsers aan de jongensschool
toekwamen openden verschillende verzetsleden het vuur. Maar de overmacht en de sterkte van de vuurwapenkracht van de Duitsers was te overweldigend, op nauwelijks een
half uur was het afgelopen. Een aantal verzetsleden raakten in paniek en ontdeden zich van hun herkenningsarmband van het verzet, wierpen hun wapens weg en vluchtten
naar de achterkant van het schoolgebouw. Enkelen mengden zich onder de collaborateurs die opgesloten zaten en ontkwamen zo aan executie.
André Counye was voor de feitelijke schermutselingen begonnen, samen met Jeroom Gevaert naar Nieuwpoort gefietst om hulp te zoeken en had het voorlopig
leiderschap over het verzet overgedragen aan zijn schoonbroer Gerard Depape. André kreeg hiervoor later veel verwijten 'omdat hij zijn mannen in de steek zou
hebben gelaten'. André zou pas de volgende dag terugkeren nadat hij de nacht had doorgebracht in de koeienstal van Albert Florizoone in Wulpen waar ook Canadese
soldaten de nacht doorbrachten.
Gaston Counye, broer van André werd als eerste door de Duitsers onder vuur genomen en werd voor de schoolpoort doodgeschoten.
Marcel Coussaert werd door zijn hand geschoten en vluchtte naar de Hazebeek. Hij is daar bewusteloos in elkaar gezakt en toen even later de Duitsers
bij hem kwamen hebben zij Marcel met een enkel schot door het hoofd afgemaakt. De schoonbroer van André, Gerard Depape die zich had verscholen bij veldwachter
Leopold Pylyser werd naar buiten gedreven en doodgeschoten tegenover het schoolgebouw.
Vier bewakers van de gevangen Duitsers en collaborateurs sprongen toen over de schoolmuur maar de Duitsers konden nog net Jean Torreele treffen, die nog diezelfde nacht
aan zijn verwondingen zal bezwijken. Zijn tweelingbroer, Polydoor Torreele was inmiddels zwaargewond geraakt en werd samen met Louis Delanghe
en Leopold Ureel aangehouden. De laatste twee werden gedwongen om de gewonde Torreele naar een dokter te brengen maar botsten op de hoek van de
Vrijheidsstraat en de Leopold II-laan op de commandant van de batterij Majoor Peter Corneille. Die gaf onmiddellijk het bevel tot executie van het drietal.
Dat bevel werd onmiddellijk door een inderhaast samengesteld executiepeleton uitgevoerd tegen de muur van de bakkerij van André Warreyn. Georgette Torreele,
zuster van de tweeling Polydoor en Jean, had alles kunnen zien vanuit de bakkerij: "Mijn broer Pol, die gekwetst was, werd op de vensterbank
van onze etalage gezet en daar neergekogeld. Pol Ureel werd terechtgesteld tegen de muur ernaast, Louis Delanghe tegen de poort." Na de dodelijke raid van
de Duitsers bevrijdden zij hun Versprengte kameraden alsook Fred Laplasse. De Duitsers keerden terug naar de kustbatterij aan de Groenendijk. De collaborateurs
interesseerden hen niet en die verstopten zich in de kelder van molenaar Marannes. Verzetman Gaston Puystiens had zich inmiddels bij hen gevoegd (wellicht om zichzelf te
beveiligen). In de loop van de avond kroop het gezelschap uit de kelder en keerden weer naar huis. Puystiens, die toen nog niet wist dat de aanhouding van Fred de aanleiding was
geweest voor het verraad van zijn moeder, werd omstreeks 21u00 door Pusytiens weer naar huis begeleid.
De balans van deze zinloze slachtpartij was bijzonder zwaar. Vier verzetsleden werden geëxecuteerd: Gerard Depape (32), Leopold Ureel (47) die een weduwe na met zes kinderen
achter liet, Polydoor Ureel (18) en Louis Delanghe (18) die niet eens lid was van het verzet. Daarnaast sneuvelden nog drie andere verzetsmannen in de strijd:
Gaston Counye (28), Jean Torreele (18) de tweelingbroer van Polydoor Torreele en Marcel Coussaert (27).
Begrafenis van de vermoorde verzetsleden