Afbeelding links: Antwerpen, Koningin Astridplein 10 december 2005. Amnestiemanifestatie georganiseerd door het racistische Voorpost, broedkast voor het Vlaams Belang.
Medemanifestanten uit het Vlaams Belang waren onder meer: gemeenteraadslid Sandy Neel; Frank Vanhecke VB-voorzitter; VB-parlementsleden Johan Deckmyn, Koen Bultinck en
Stefaan Sintobin enz. Grote kopstukken komen uit Voorpost: oud-senator en vicevoorzitter Roeland Raes die moest aftreden voor negationistische uitspraken was de
oprichter ervan, samen met de Gentse kopman en huidig VB-kamerlid Francis Van den Eynde; VB-kamerlid Hilde de Lobel; overleden stichter en voorzitter Karel Dillen was ook voorzitter Were Di, de
ideologische tak van Voorpost; Johan Van Slembrouck, tevens Vlaams Belang en vooriztter van IJzerwake N.V., een extreemrechtse versie van de IJzerbedevaart; Luc Vermeulen,
was leider van Voorpost, is de commandant van zowel de ordedienst van het Vlaams Belang als van die van IJzerwake, waarvan hij tevens bestuurslid is enz.
Wie hoopte dat met deze 2de veroordeling van Irma Laplasse voor de Vlaams-nationalisten, de Zaak Irma Laplasse
definitief geklasseerd werd, vergiste zich schromelijk. De teneur die door de bewezen volksverlakkers Louis De Lentdecker en Prof. Karel Van Isacker werd aangeheven,
met in hun zog de erfgenamen van de collaboratie, blijft hen tot op heden motiveren om elk ernstig onderzoek waarbij de schuld van collaborateurs zou kunnen bewezen
worden, steeds hardleers te contesteren want volgens hen was collaboreren met de Duitsers helemaal niet fout maar een goed bedoelde deugd voor het heil van Vlaanderen.
Daarom hun de steeds weerkerende eis voor onvoorwaardelijke amnestie. De controverse omtrent Laplasse (alsook omtrent het lot van andere terechtgestelde collaborateurs
zoals bijvoorbeeld Dr. August Borms en Leo Vindevogel) duurt tot op heden (december 2007) voort.
Vandaar dat tot op heden de erfgenamen van de collaboratie elk vonnis omtrent collaboratie, dat ooit door een Belgische Rechtbank werd uitgesproken,
weigeren te aanvaarden en, met een brede grimas van diepe minachting voor het Belgische regime, verwerpen. Zij beschouwen nog steeds elke terechtgestelde en/of
veroordeelde collaborateur als een slachtoffer van het repressief Belgisch regime. Sommigen grijpen nog steeds elke pijnlijke of betwiste affaire aan om de collaboratie
met de Duitse bezetter tijdens de oorlogsjaren goed te praten.
Zo bij voorbeeld werd na de herziening van het proces in 1996 en de vernieuwde veroordeling, zij het dan levenslange gevangenisstraf ipv de doodstraf,
door de weg kwijnende Vlaamse Kring Turnhout, door de locale VB-afdeling o.l.v. volksvertegenwoordiger
Bert Schoofs nieuw leven ingeblazen
en werd in mei 1996 de Stichting 'Eerherstel Irma Laplasse' opgericht.
Recent, 13 september 2003, werd er andermaal een Herdenkingsmis en aansluitende Bloemenhulde gehouden als huldebetoon aan 'Irma Laplasse - slachtoffer van een repressief Belgisch regime'.
Tijdens de naoorlogse repressie werden effectief 242 collaborateurs terechtgesteld voor een executiepeloton. In feite waren het er 237 want er waren ook 5 buitenlanders bij
zoals bv de kampcommandant van Breendonk, Sturmbannführer Philip Schmitt die in 1950 werd terechtgesteld. Van de 237 terechtgestelde collaborateurs waren er
115 Nederlandstaligen uit Vlaanderen en Brussel. Bij de Vlamingen waren de bekendste geëxcuteerde collaborateurs Dr. August Borms (12 april 1946 in Elsene),
Irma Laplasse (30 mei 1945 in Brugge) en Leo Vindevogel (25 september 1945 in Gent). Onder de terechtgestelde collaborateurs bevonden zich ook elf kampbeulen van
Breendonk die na een geruchtmakend proces tussen 16 en 17 april 1947 in het openbaar werden gefusilleerd.
Onder de 242 collaborateurs die effectief werden terechtgesteld, bevonden zich ook vier vrouwen. De boerin Irma Laplasse geniet de twijfelachtige eer om als
eerste vrouwelijke collaborateur te worden geëxecuteerd op 30 mei 1945. De zesentwintigjarige Maria-Magdalena Huygens werd
op 21 juni 1945 geëxecuteerd voor haar samenwerking met het hoofdkwartier van de Gestapo in de Vital Costerstraat waar zij de folteringen van gevangenen bijwoonde
en er soms aan deelnam. Op 9 februari 1946 was het de beurt aan de eenentwintigjarige Lucrece-Marie Vanbillemont die geëxecuteerd werd na
bewezen beschuldiging dat ze opereerde als verklikster voor de Gestapo. Veel later op 4 april 1949, werd dan de beruchte
Florentine Giralt , de bijzit van Prosper De Zitter terechtgesteld.
Ongeveer 20 tot maximaal 100 mensen stierven tijdens de 'straatrepressie' van september 1944 en mei 1945. Ongeveer 1.100 echte of vermeende collaborateurs
werden door leden van het Verzet tijdens de oorlogsjaren omgebracht. En naar schatting 4.500 collaborateurs (3.000 Vlamingen en 1.500 Franstaligen) sneuvelden of werden
als vermist opgegeven aan het Oostfront. Meer dan duizend collaborateurs konden aan hun vervolging ontsnappen door naar het buitenland te vluchten, vooral dan naar
Zuid-Amerika.
Ontnuchterend daarentegen zijn de aantallen omgekomen leden van het Verzet. 2.000 verzetsleden die omgebracht werden door de nazi's, 12.000 verzetsleden en
politieke gevangenen die omkwamen in de concentratiekampen, en niet te vergeten 180 verzetsleden die vermoord werden door collaborateurs. Vele van hen werden
standrechtelijk vermoord, maar de meeste stierven in de folterkamers van de Gestapo, in het Kamp van Breendonk en in de concentratiekampen in de Duitse bezette
gebieden.