headerbanner
Aanbevolen boeken en AV-media:
Nota bene '45. Een dagboek (Erich Kästner)
Israel's War History; prod. Sharon Schaveet; docu. 2007; 1 DVD; 120 minuten; engels; zw/w & kl.
Friday 12 March 2010
Home
Actueel
Het Waanzinnige Rijk
Hitlers Handlangers
Hitlers Gewillige Beulen
Vergeten vervolgden
Ware Helden
Collaboratie in België
Het verzet in België
NS docs / wetten
Varia
Boekenbank
Link Partners
Auteur
Contact




Hugo Van Minnebruggen's Facebook profiel
Advertisement
De Zaak Irma Laplasse. Deel 2: Het Herzieningsproces Irma Laplasse PDF Afdrukken E-mail
Wednesday 28 July 2004
Artikel index
De Zaak Irma Laplasse. Deel 2: Het Herzieningsproces Irma Laplasse
Het dagboek van Irma Laplasse
Het herzieningsproces
Extremistische frustratie
Ook slachtoffers hebben een naam: Leopold Ureel
Berthe Ureel schreef een brief
Bronnen

 

 

 

 

 

Inleiding

In het najaar van 1995 en het voorjaar van 1996 zorgde de heropening van een oude rechtzaak voor enorme beroering bij zowel verzetsorganisaties van de Tweede Wereldoorlog alsook bij extreemrechtse Vlaams-nationalistische organisaties: de Zaak Irma Laplasse. Het proces van deze landbouwersvrouw uit Oostduinkerke, thans een fusiegemeente van Koksijde in West-Vlaanderen, moest ruim vijftig jaar later worden overgedaan. De toenmalige Waalse Minister van Justitie Melchior Wathelet (º1949) onder de regering van premier Jean-Luc Dehaene, verzocht op 23 februari 1994 om de herziening van het proces Laplasse. Onder druk van een gedeelte van de publieke opinie, die jarenlang misleid werd door allerlei verzinsels, halve waarheden en hele leugens, zette Wathelet met een brief van 16 maart 1995, definitief het licht op groen voor de herziening van het proces, een unicum in de annalen van de geschiedenis van WOII en de nasleep ervan.

Sinds de journalist Louis De Lentdecker in 1949 het gevangenisdagboek 'Het dagboek van Irma Laplasse' had gepubliceerd, werd dit dagboek door elke collaborateur en vooral hun naoorlogse erfgenamen, aangehaald als 'bewijs' dat Irma Laplasse onschuldig was aan de haar ten laste gelegde feiten en dus onterecht zou veroordeeld en terechtgesteld zijn. Louis De Lentdecker die notabene zelf lid is geweest van het verzet bij het Geheim Leger, en daar onmiskenbaar altijd spijt van heeft gehad, zoals blijkt uit zijn boek 'Tussen twee vuren' uit 1985. Enkele maanden voor de uitspraak van het 2de proces (14 februari 1996) zal hij op 26 oktober 1995 zijn lidmaatschap bij de Verbroedering van het Geheim Leger opzeggen.

De journalist Jean-Marie Pylyser, die in de aanloop van het herzieningsproces zelf een onderzoek opende en in 1995 zijn ophefmakende boek 'Executie zonder vonnis' uitbrengt, vatte het treffend samen: "De schuld of onschuld van de betrokkene wordt al sinds het verschijnen van 'Het dagboek van Irma Laplasse' in 1949 niet meer in vraag gesteld, vermits men haar toen al zag als een Vlaamse heldin. In veel publicaties wordt geschreven dat zij het weerloze slachtoffer geworden was van de hatelijke repressie en onschuldig werd terechtgesteld."

Pas in 1970 neemt de jezuïet Prof. Karel Van Isacker de draad weer op waar Louis de Lentdecker hem had losgelaten. Zijn boek 'De Zaak Irma Laplasse' uit 1970 blijkt een schot midden in de roos te zijn, en wordt een ware bestseller in Vlaams-nationale kringen, van progressieve flaminganten tot en met ultrarechtse en neo-nazibewegingen. Het boek wordt sinds het verschijnen ervan, overal aangeboden op verkoopstandjes op IJzerbedevaarten, Zangfeesten, manifestaties allerhande en wordt Laplasse dankzij de jezuïet het symbool van van de naoorlogse zogeheten 'anti-Vlaamse repressie'.

Ook extreemrechts springt op de trein van vergoelijking en minimalisering van de collaboratie, en de zogenaamde schande van de naoorlogse repressie noemen, waarvan Irma Laplasse het ideale voorbeeld werd. Broederband -de vereniging voor en door collaborateurs- hield al een jaar voordien op 1 mei 1970 in de crypte van de IJzertoren een herdenking. Op 43ste IJzerbedevaart van 5 juli 1970 werden zowel Dom Modest Van Assche als Irma Laplasse als zogenaamde repressieslachtoffers herdacht. Maar op 4 juli 1971 n.a.v. de 44ste IJzerbedevaart wordt de verklikster Irma Laplasse voluit gehuldigd. Niet toevallig is het de jezuiet Karel Van Isacker die op de IJzerweide de eucharistieviering mag opdragen.

Voorafgaand aan deze IJzerbedevaart van 1971 was de jezuiet enorm populair geworden sinds zijn boek over Laplasse was verschenen en werd hij de nieuwe 'Heraut van Vlaanderen' genoemd. Overal werd hij sindsdien gevraagd om lezingen te geven, en zijn agenda is overvol geboekt met voordrachten en interviews. Met het citaat 'met rouw en verdriet in het hart, het schone leven en de heldhaftige dood van een edele dame: Irma Laplasse' blijken alle stoppen van redelijkheid en schuldig besef compleet door te slaan bij het IJzerbedevaartcomité tijdens deze 44ste bedevaarteditie. Als kers op de taart mag dochter Angèle Laplasse het 'Gebed voor Vlaanderen en de Wereldvrede' uitspreken op de IJzerweide.

Het verzet staat er sprakeloos en woedend van machteloosheid op toe te kijken en weet niet wat ze meemaken. De verbittering en onbegrip slaan toe en maandenlang zorgt het boek van Van Isacker voor de nodige commotie in de media. Uit verontwaardigde boosheid en verdriet schrijft Berthe Ureel op 5 augustus 1970 een schrijnende brief (zie verder) naar Prof. Van Isacker waarin ze om opheldering vraagt. Bertje Ureel is de dochter van Leopold Ureel, één van de zeven slachtoffers die, als gevolg van het verraad van Irma Laplasse bij de Duitse bezetter, bij zijn aanhouding koelbloedig ter plekke werd terechtgesteld. Het toeval wil dat kort na het verschijnen van het boek van Van Isacker en de brief van Bertje Ureel, de schoonzuster van Prof. Karel Van Isacker te Muizen wordt vermoord. Onmiddellijk wordt Berthe 'Bertje' Ureel verdachte nummer één van die moord. Zij had het namelijk aangedurfd om Van Isacker een open brief te schrijven en het boek ter discussie te stellen. "Bertje kan het doen van 'lelijke dingen' niet laten", klonk het toen venijnig.

Gestimuleerd door het succes van zijn boek uit 1970 heeft Karel Van Isacker zich sindsdien ontpopt als een ware onderzoeksjournalist. Aanvankelijk werd het verraad van Irma Laplasse aanvankelijk nog uitgelegd als een verschoonbare daad uit 'moederliefde' want zij had haar zoon Fred willen beschermen die was opgeleid door het verzet. In haar gevangenisboek (blz. 36) had ze toch geschreven: "Indien ik iets misdaan heb, is het wel uit liefde tot u geweest, maar ik reken dat niet als een misdaad, want wie mijne kinderen onrechtveerdig misdoen, zijn voor mij mijne vijanden." Van Isacker, overmand en geïnspireerd door zoveel 'moederliefde', komt tot de conclusie dat Laplasse wel onschuldig moèt zijn.

Immers ook De Lentdecker, die haar in zijn boek al op de titelpagina 'Een Vlaamse Heldin' noemde, had in zijn inleiding in 1949 geschreven: "Is ze schuldig? Ik weet het niet. Wie haar dagboek leest, kan zoiets niet geloven. Dat mens was te eenvoudig om te verklikken, teveel moeder om andere jongens de dood in te jagen." Noch De Lentdecker noch Van Isacker leken zich te storen aan het feit dat deze voorbeeldige Vlaamse moeder, nergens in haar dagboek ook maar één enkel woord van leedwezen of spijt neerschreef over de moord op drie minderjarigen verzetslieden die door de Duitsers op 8 september 1944 werden omgebracht.

Hoedanook, Karel Van Isacker, neemt zich van dan af voor om haar volledige onschuld te bewijzen en gaat op historisch onderzoek uit om die feiten te vinden die zijn vooringenomen oordeel over de Zaak Laplasse moeten bewijzen. De omgekeerde bewijslast dus. Het resultaat van dat onderzoek verscheen, als smaakmaker in de aanloop naar het herzieningsproces dat pas op 7 december 1995 van start zal gaan, in maart 1994 in zijn boek 'Irma Laplasse, De Kritiek op haar strafdossier'. Het boek wordt opnieuw een bestseller in extreem nationalistische kringen, maar wordt korte tijd later kompleet onderuit gehaald door Jean-Marie Pylyser, die als antwoord op Van Isackers boek, zelf een onderzoek had geopend en in 1995 zijn kritiek publiceerde in 'Executie zonder vonnis'.

De controverse neemt daardoor alleen maar toe en zelfs de buitenlandse pers begint zich te interesseren voor deze merkwaardige zaak. Van Isacker wordt in Nederland spottend als Von Isacker geciteerd omwille van 'zijn oerconservatieve ideeën en een soort Vlaamse versie van Monseigneur Lefevre die door zijn religieuze bespiegelingen zich zelfs keert tegen de ietwat progressieve Paus Johannes de XXIIIste'. Irma Laplasse staat in één klap in de schijnwerpers, en dat zal zo blijven tot na de uitspraak in het herzieningsproces. Alle ogen zijn van dan af gericht op de start van het 2de Proces Irma Laplasse.

Angèle Sigmans-Laplasse, dochter van verklikster Irma en in die tijd lid van de Dietsche Meisjesscharen, keek intussen met nauwelijks verholen nostalgie terug naar de tijd van de bezetting: "Het was plezierig: we wandelden, volksdansten, zongen liedjes.(..) Ik heb er de schoonste tijd van mijn leven meegemaakt. Die zomer van 1944. Toen kwam september 1944. Ongelooflijk hoe zo'n vredig dorp in enkele dagen tijd zo kan veranderen."

Ook haar zoon Fred Laplasse die bij de Fabriekswacht was, laat zich nog eens horen bij de herziening van het proces van zijn moeder Laplasse vijftig jaar later. Journalist Peter Boeckx vroeg op 5 mei 1994 aan Fred: "Hebt U spijt van Uw oorlogsverleden?" Waarop Fred Laplasse enthousiast antwoordde: "Neen! Ik wil morgen opnieuw beginnen! Ik heb mijn volk gediend, ik heb Vlaanderen gediend. In 1954 heb ik als een der eersten de Volksunie helpen oprichten en ik blijf haar trouw tot in de dood. Vlaanderen Eerst! Vlaanderen, mijn volk! Vlaanderen de toekomst! Onze kinderen en kleinkinderen moeten nu maar zien dat zij de teugels in handen houden en ze moeten Vlaanderen bevrijden van de joden!"

Alle ogen zijn van dan af gericht op de start van het 2de Proces Irma Laplasse.



Laatst geupdate op ( Sunday 06 January 2008 )
 
addtofav
Verzet.org maakt dankbaar gebruik van Joomla! en krijgt de technische ondersteuning van Antifa.net en VEDEZE van Blokwatch.
Ga naar top pijltje