headerbanner
Aanbevolen boeken en AV-media:
Israël in het geweer (Jan P. de Graaf en Robbert Keegel)
The Story of Fascism; Gianni Ubaldo Canale; docu; 2008 ; 2 DVD's; speelduur 300 minuten; zw/wit
Sunday 20 July 2008
Home
Actueel
Het Waanzinnige Rijk
Hitlers Handlangers
Hitlers Gewillige Beulen
Vergeten vervolgden
Ware Helden
Collaboratie in België
Het verzet in België
NS docs / wetten
Varia
Boekenbank
Link Partners
Gastenboek
Auteur
Contact
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Vergelding door de SS: massamoord in Oradour-sur-Glane PDF Afdrukken E-mail
Wednesday 14 January 2004
Artikel index
Vergelding door de SS: massamoord in Oradour-sur-Glane
Oradour-sur-Glane 10 juni 1944
Epiloog en het Proces in Bordeaux
Bronnen
 
 
 
 


Oradour-sur-Glane 10 juni 1944
Het Voorspel


Roger Godfrin (º 4.08.1936-+11.02.2001) was toen 7¾ jaar oud en overleefde de massamoord, deze foto werd kort na het drama genomen Oradour-sur-Glane was in die tijd een kleine dorpje van ongeveer 650 inwoners, waaronder ook een aantal joodse gezinnen die op de vlucht voor de nazi's daar tijdelijk ondergedoken leefden. Oradour ligt aan de rivier de Glane, zowat 22 kilometer de noordwesten van Limoges, de stad die zo beroemd is om haar porselein.

Dag op dag precies twee jaar later zal Oradour-sur-Glane bijna precies hetzelfde dramatische lot ondergaan zoals dat op 10 juni 1942 het mooie dorpje Lidice was overkomen.

Omstreeks 13u30 op 10 juni 1944 brachten vijf pantservoertuigen en verscheidene vrachtwagens een detachement van 180 soldaten van de 3de compagnie naar het dorpje Oradour-sur-Glane. "Vandaag zal er veel bloed vloeien" had onderweg SS-Untersturmführer Heinz Barth tegen zijn manschappen gezegd.


De inwoners van het dorpje hadden op dat ogenblik helemaal geen idee van het hoe en het waarom van deze razzia. In Oradour was van enig verzet nooit sprake geweest en de enige keer dat er men Duitse soldaten had gezien, was tijdens de bezetting van Zuid-Frankrijk toen een Duitse eenheid het dorp was doorgereden zonder er zelfs halt te houden.

Sturmbannführer Adolf Diekmann hield halt op het marktplein en liet burgemeester Jean Desourteaux bij zich roepen, en sommeerde hem om alle identiteitspapieren van de inwoners te overhandigen zogenaamd om een identiteitscontrole te houden. Ondertussen waren de Duitsers meteen begonnen om de huizen alsook de geïsoleerde boerderijen en aanpalende stallen systematisch te doorzoeken, en joegen de mensen overal naar buiten waarna ze direct hun huizen in brand staken.
De hoofdstraat van Oradour, kort na massacre.

De inwoners werden samen gedreven op het marktplein. Zij die probeerden te vluchten of zich verzetten werden meteen neergeschoten. Oude en bedlegerige mensen werden eveneens ter plaatse doodgeschoten. Al bij al zullen slechts ongeveer 20 mensen de eerste dag kunnen ontkomen door zich te verschuilen in hun huizen en later, wanneer het even rustig was in hun tuinen om later wanneer het donker werd hun ontsnapping te wagen.

Ook in de Lorraine school werd binnengevallen en alle kinderen naar het marktplein gejaagd. Onder hen bevond zich ook Roger Godfrin die op dat ogenblik nog geen acht jaar oud was. Toen de soldaten de school binnen stormden en "Raus!" schreeuwden, probeerde Roger zijn oudere zusjes Jeanne (13) en Pierrette(11) te overtuigen om te vluchten, maar ze weigerden mee te gaan en liepen met de andere kinderen en de leraars naar het marktplein.

Roger besliste om alleen te vluchten en zag zijn kans schoon net op het ogenblik dat zijn leraar met een van de soldaten praatte. Hij dook weg in een lege speelkamer, kroop door een open raam en zette het op een lopen richting begraafplaats van het dorp. Tot hij plots werd opgemerkt door een SS-soldaat die meteen het vuurde opende op hem. Roger liet zich onmiddellijk vallen en hield zich voor dood.

De soldaat gaf hem nog een paar schoppen en liet Roger voor dood achter. Dat werd zijn redding. Hij zou één van de weinigen zijn die het drama zou overleven. Zijn ouders, zusjes en broer en zelfs zijn hondje Bobby werden allen door de nazi's doodgeschoten.

Op het marktplein

Omstreeks 15u00 waren de meeste overlevende bewoners van het dorp, zowat 590 mensen, samengedreven op het marktplein. De soldaten begonnen meteen de mannen te scheiden van de vrouwen en de kinderen. De vrouwen werden met hun kinderen naar de kerk gejaagd en moesten daar blijven wachten op wat zou gebeuren.

Volgens de Duitsers zou er zich een wapenopslagplaats bevinden in het dorp en ze eisten de mannen dat ze die zouden tonen. Daar er zich in Oradour geen wapenopslagplaats bevond kon uiteraard niemand aanduiden waar die zich bevond. Daarop werden de mannen in groepen van 40 tot 60 personen opgesplitst en op zes verschillende plaatsen bijeengebracht. In schuren, een garage en een wijnopslagplaats wachtten de mannen bang af op wat komen zou.

Buiten liet SS-Hauptsturmführer Otto Erich Kahn enkele machinegeweren opstellen en omstreeks 16u00 schoot Kahn met een revolver in de lucht, het afgesproken signaal, en bleven de machinegeweren een volle minuut hun dodelijke salvo's afvuren op de arme onschuldige mannen. Daarna schoten de Duitsers nog eens op iedereen die nog bewoog, wierpen stro, hout en hooi op de berg lijken en staken alles in brand, "want er mocht slechts asse overblijven".

Slechts zes overlevenden Robert Hébras, Marcel Darthout, Yvon Roby, Clément Broussaudier, Matthieu Borie en Pierre-Henri Poutaraud, slaagden erin zich nog bijtijds uit de schuur te slepen. Poutareaud werd hier door een soldaat opgemerkt en prompt doodgeschoten. De overige vijf slaagden erin zich enkele uren te verschuilen in de konijnenhokken, waarna ze rond 19u00 de velden invluchtten.



De Slachtpartij in de Kerk

De kerk van Oradour, korte tijd later na de dramatische gebeurtenissen Ondertussen wachtten de vrouwen en kinderen in grote angst de kerk hun lot af. Na anderhalf uur wachten brachten de SS-soldaten en grote zware kist de kerk binnen en plaatsten die voor het altaar en verlieten de kerk opnieuw. Na enkele minuten deed zich in de kist een enorme explosie voor waarna een zwarte, verstikkende rook de hele kerk vulde.

Vrouwen en kinderen voelden hoe ze geen zuurstof meer kregen en dreigden te stikken en schreeuwden luidkeels om hulp. Door de druk van de panikerende vrouwen en kinderen, bezweek de deur van de sacristie en konden ze weer even ademen. Maar de Duitsers hadden dit ook opgemerkt.

Plotseling zwaaide de kerkdeur open en begonnen de machinegeweren in de menigte te schieten. Kerkstoelen en bidbanken werden over de lijken en gewonden geworpen en daarna werd alles in de kerk in brand gestoken en de kerkdeur terug afgesloten.

Onherkenbaar verkoold lijk in de puinen van de kerk van Oradour Enkel de toen 46-jarige landbouwster Marguerite Rouffanche slaagde erin via een kerkraam te ontsnappen en maakte een val van meer dan drie meter. Zij merkte dat een andere vrouw met een baby op haar arm haar was gevolgd en ze vielen boven op haar.


Door het gehuil van de baby werden ze door een paar soldaten opgemerkt en vuurden hun geweren leeg op hen. De vrouw en haar baby waren op slag dood maar Marguerite, die ook vijf maal door schoten was getroffen, slaagde erin zichzelf naar een aanpalend tuintje te slepen.

Zij werd 's anderdaags, meer dood als levend, als enige overlevende van het bloedbad in de kerk vóór de ingang van de pastorie teruggevonden. Marguerite Rouffanche deed er ruim een jaar over om te herstellen van haar verwondingen maar was weer in staat om later, op 12 januari 1953, te getuigen op het proces dat tegen de moordenaars van Oradour in Bordeaux werd gehouden.


Het Einde

Na de moordpartij, die omstreeks 18u00 haar einde vond (er werd zeker na 19u00 niemand meer neergeschoten) zetten de nazi's met granaten de rest van de huizen in het dorp in brand en het dorp brandde nagenoeg helemal uit. De Duitsers starten een drinkgelag en dronken een grote voorraad champagne uit, zingend en brallend tussen de honderden vermoorde en verkoolde lijken.

Rond 20u00 riep SS-Sturmbannführer Adolf Diekmann zijn officieren samen en maakte hen duidelijk dat over de vergeldingsactie in Oradour niets mocht uitlekken. Mochten er toch lastige vragen gesteld worden, moesten ze maar verklaren dat er in het dorp hevige gevechten waren uitgebroken met het verzet, dat daarbij burgerslachtoffers waren gevallen en brand uitgebroken in het dorp.

Omstreeks 21u30 verliet de grootste groep van zo'n 100 soldaten Oradour en reisden naar het naburige Nieul om daar te overnachten. Een kleine groep van 20 à 30 manschappen bleef de wacht houden in Oradour. De volgende ochtend omstreeks 6u00 maakte de rest van de groep zich klaar om het dorp te vertrekken en rond 11u00 waren de laatste eenheden vertrokken.

Nog op maandag 12 juni en de dag erna op 13 juni 1944 kwamen de SS'rs terug om het bloedbad te verdoezelen, en begroeven de lichamen in massagraven. Maar al na de tweede dag zagen zij het nutteloze van hun pogingen in, en verlieten definitief de plaats van de misdaad.

De dagen na de aftocht van de Duitsers trokken Franse hulpverleners het dorp in, om de slachtoffers op te sporen, weer op te graven en waar kon de verkoolde lichamen te identificeren. Uiteindelijk kon maar van 52 lichamen de identiteit worden achterhaald. De leeftijd van deze 52 schommelde tussen een baby van 7 maanden en 78 jaar, waarvan 12 van het vrouwelijk geslacht waren. De Franse autoriteiten slaagden er in om een definitieve lijst te publiceren en kwamen uit op een lijst van 642 namen.




Laatst geupdate op ( Monday 31 December 2007 )
 
addtofav
Verzet.org maakt dankbaar gebruik van Joomla! en krijgt de technische ondersteuning van Antifa.net, Ahmad Al Kasim en VEDEZE van Blokwatch.
Ga naar top pijltje