headerbanner
Aanbevolen boeken en AV-media:
De nazi's. Een waarschuwing uit het verleden (Laurence Rees)
De Joden. Geschiedenis van een volk; Nina Koshofer & Sabine Klauser; 2008; 2 x DVD; 260 min.
Thursday 15 May 2008
Home
Actueel
Het Waanzinnige Rijk
Hitlers Handlangers
Hitlers Gewillige Beulen
Vergeten vervolgden
Ware Helden
Collaboratie in België
Het verzet in België
NS docs / wetten
Varia
Boekenbank
Link Partners
Gastenboek
Auteur
Contact
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Opstand in het Getto van Warschau, 19 april 1943 PDF Afdrukken E-mail
Thursday 16 September 2004
Artikel index
Opstand in het Getto van Warschau, 19 april 1943
De Opstand in het Getto van Warschau
Na de opstand
Bronnen
De schedingsmuur in het getto van Warschau wordt opgetrokken

Inleiding


Op 1 september 1939 valt Duitsland Polen binnen. Twee dagen na de inval in Polen, verklaren Groot-Brittannië en Frankrijk de oorlog aan Duitsland en het begin van de Tweede Wereldoorlog is een feit. De slag om Warschau woedde nog enige tijd verder maar na drie weken eindeloze beschietingen en 30.000 gesneuvelde Poolse soldaten, gaf de hoofdstad van Polen zich op 29 september '39 aan de Duitsers over.

Op het kaartje hiernaast kan je zien hoe Polen werd opgedeeld. Het westelijk gedeelte van het land werd Ostgebiete genoemd en werd de facto bij Duitsland aangehecht. Het centraal gedeelte werd voortaan Generalgouvernement genoemd en kwam onder Duits bestuur te staan onder Gouverneur Hans Frank die op 12 oktober 1939 werd aangesteld en dat zal blijven tot januari 1945. Door een geheime clausule in het Duits-Russische verdrag lieten de nazi's de Russen alle gebieden, die ten oosten van de Duits-Russische demarcatielijn lagen, ongemoeid bezetten waaronder Bialystok, Wit-Rusland en de Baltische Staten.

Met het uitbreken van de oorlog, bereidde Himmler en zijn SS hun eigen 'oorlog in de oorlog' tegen de Untermenschen voor. De vijand van de 'gezondmaking van het volk' waren bekend. Met dat doel rekruteerde Himmler uit de Sicherheitspolizei en de SD geharde getrouwen en bracht hen onder in Einsatzgruppen, die achter de frontlinie speciale taken moesten uitvoeren. Aanvankelijk stonden deze speciale groepen onder de leiding van Reinhard Heydrich die hun doelstelling als volgt samenvatte: "Uitschakeling van alle joden, van alle Aziatisch-minderwaardigen, van alle communistische functionarissen en zigeuners."

De ene judenverordnung na de andere volgde. Op 26 oktober werd de verplichte (en onbetaalde) arbeid ingevoerd voor alle joden tussen veertien en zestig jaar oud.

Op 23 november werden alle joden en joodse ondernemingen verplicht tot het dragen van een 'herkenningsteken'. De joden moesten een witte armband dragen met een blauwe Davidster en Polen was daarmee het eerste land waar deze verplichting gold. Het zal nog twee jaren duren vooraleer ook in het westen de joden daartoe verplicht worden. Op 11 december 1939 werd een hele reeks jodenverordeningen afgekondigd, bedoeld om de bewegingsvrijheid van de joden verder te beperken en op 26 januari 1940 kregen zij verbod om zich te verplaatsen via de treinen.

Vrijwel onmiddellijk werd in het Ostgebiete gestart met de Germanisering. In heel Polen woonden er in 1939 ongeveer 3 miljoen joden waarvan ongeveer 650.000 zich in het Ostgebiete bevonden. Op bevel van Heinrich Himmler werden tussen eind 1939 en maart 1940 reeds een half miljoen joden uitgedreven naar het Generalgouvernement.

De bedoeling was om Duitsers van zowat overal te vestigen in het Ostgebiete. Op dat ogenblik bestond er nog geen echt plan om de joden effectief uit te roeien. Zelfs tijdens de gevechten en de bezetting van Polen hadden de nazi's getracht om nog zoveel mogelijk joden over de demarcatielijn richting Sovjet-Unie te jagen.

De joden werden voornamelijk in het Lublin-district samengebracht, waar de corrupte en boertige SS'r en Politiechef Odilo Globocnik de scepter zwaaide, die gretig joden rekruteerde om ze als dwangarbeiders in te schakelen in de oorlogsindustrie en dan vooral voor eigen gewin. In Lublin was het aanvankelijke doel om er een reservaat voor joden in te richten, maar van dat plan werd al begin 1940 afgezien.

Door de enorme landverhuizing van joden, en die kwamen niet enkel uit Polen maar ook uit Duitsland, het Sudetengebied, Oostenrijk en vanaf 1940-1941 vanuit de westelijke veroverde landen zoals België, Frankrijk, Italië enz., werden de Duitsers genoodzaakt de joden in de grote steden bij elkaar te drijven en spoedig ontstonden de getto's. Krakau, Lodz-Litzmanstadt, Rovno, Radom, Lwów en vele anderen maar het eerste en het grootste getto van allemaal bevond zich in Warschau!



Het Getto van Warschau

Warschau, de hoofdstad van Polen, was voor de Tweede Wereldoorlog het centrum van de joodse cultuur in Polen. Voor het uitbreken van de oorlog kende Warschau de grootste joodse gemeenschap van heel Polen en Europa. Met haar ruim 350.000 joden, of zo wat 30% van de bevolking, kende Warschau na New York de grootste joodse gemeenschap van de hele wereld.

Op 2 oktober 1940 werd door een verordening van de gouverneur van Warschau, Brigadeführer Dr. Ludwig Fischer, de joden van Warschau gescheiden van de christelijke bevolking en in aparte wijken van de stad samengedreven. Fisher hierover:
"Die Juden werden vor Hunger und Elend eingehen und von der jüdischen Frage wird nur noch ein Friedhof übrig bleiben." "(De joden zullen van honger en ellende creperen. Dan blijft er van het hele jodenprobleem alleen nog maar een begraafplaats over.")

De genadeloosheid jegens dwangarbeiders en de getto's had al zeer veel mensen het leven gekost. In de praktijk werden veel joden letterlijk gedwongen zich dood te werken. Niet weinigen spraken al over directe genocide. Zo had Reinhard Heydrich in de herfst van 1940 voorgesteld een epidemie in het pas afgegrendelde getto van Warschau op gang te brengen als methode om van de inwoners af te komen.

Oorspronkelijk bevonden er zich 240.000 joden samen met 80.000 christelijke Polen maar die laatsten dienden korte tijd later hun huizen achter te laten en die werden ingenomen door 120.000 andere joden. Op dat ogenblik zaten 360.000 joden samengepakt in een gebied dat ongeveer 307 hectaren besloeg en oorspronkelijk voor 160.000 mensen bedoeld was.

Aanvankelijk kon er nog gependeld worden tussen beide stadsdelen, maar door een nieuwe verordening van districtshoofd Fischer op 10 november 1940, die de doodstraf invoerde op het verlaten van het getto zonder toestemming en hulp aan joden zwaar bestraft werd, werd het joodse getto hermetisch afgesloten van de rest van de stad. Rondom het ganse getto werd een muur opgetrokken van bijna 3 meter hoog en afgezet met prikkeldraad. Vanaf dan begon voor de joden van het getto de eenzame lange strijd op leven en dood.

Om de discriminatiemaatregelen te handhaven en het leven in het getto te regelen werd naar aloude nazi-gewoonte de Judenrat (Jodenraad) opgericht. Voorzitter van de Judenrat in Warschau was Adam Czerniakow (1880-1942) die met zijn medewerkers gevangen zat tussen de joodse bevolking, die hen als handlangers van de nazi's beschouwden, en anderzijds de nazi's die steeds hogere en onmenselijke eisen stelden.

De Jodenraad probeerde het leven in het getto op de een of andere manier draaiende te houden. Maar de uithongeringpolitiek van de nazi's maakte elke poging uitzichtloos. De raad organiseerde haar eigen openbare diensten, scholen en hospitalen, met inbegrip van zwarte-markt restaurants, café's, nachtclubs en bordelen, waarvan de laatsten grotendeels met de hulp van de Gestapo in stand werden gehouden.

Bij elke nieuwe aanvoer van gedeporteerde joden uit de bezette gebieden verslechterde de toestand in het getto zienderogen. Hoewel er nog fabrieken werkten binnen het getto en ook enkele daarbuiten waar joden elke dag naar toe mochten gaan, zat het grootste deel van de joden werkloos te verhongeren en te verkommeren.

De raad richtte wel soepkeukens in maar bij gebrek aan eten werd deze soep noodgedwongen uit hooi bereid. Omgekomen mensen door ondervoeding of verkeerde voeding werden dagelijks in de straten neergelegd en/of gevonden, meestal helemaal naakt zodat de anderen hun lompen als kleding konden gebruiken. Niet te verwonderen dat regelmatig epidemiën uitbraken en veel mensen omkwamen aan tyfus, difterie en hongeroedeem.

Spoedig konden de joden aan niks anders meer denken dan aan voedsel. Statistisch gezien kregen de joden onder 1200 calorieën per dag en per persoon. De bewoners werden gedwongen te overleven op 180 gram brood per dag, 220 gram suiker per maand, 1 kg confituur of honing per maand enz.

De zwarte markt tierde welig, net zo lang tot alles op was en er ook geen voedingsmiddelen meer in het getto binnen geraakten. Helaas werd ook dat zeer ontoereikende voedsel niet gelijkmatig verdeeld. De armen, de kinderen en ouderlingen waren onverbiddelijk tot sterven gedoemd. Elke maand stierven ongeveer 5.000 mensen van de honger en ontbering en in het totaal zullen ongeveer 100.000 joden van honger en miserie in het getto omkomen.

Het smokkelen van voedsel begon een van de belangrijkste bezigheden in het getto te worden. Er werd gesmokkeld doorheen de muren, door de poorten en gaten, doorheen ondergrondse tunnels en riolen, en vanuit woningen die aan de grensden aan het getto. De Duitsers deden er alles aan om het getto hermetisch gesloten te houden om toch maar geen enkele gram voedsel door te laten.

Ondertussen werden in het General-Gouvernement enkele concentratiekampen zoals Auschwitz, Chelmno en Majdanek omgebouwd naar vernietigingskampen. Nieuwe vernietigingskampen Belzec, Sobibor en Treblinka werden in de loop van 1942 op poten gezet. Tussen september 1941 en de Wannseeconferentie van 20 januari 1942 werd tot de Endlösung van de joden en de praktische regeling en uitvoering ervan besloten. Onder de naam Aktion Reinhard kon overgegaan worden naar de laatste fase: de vernietiging van het joodse ras dat Adolf Hitler zovele jaren eerder voorspelde.


De Ontruiming van het Getto

Begin 1942 werd besloten om de getto's te ontruimen. De Umsiedlung gebeurde in verschillende fasen. Tussen januari en september 1942 werden 55.000 joden vanuit het getto van Lödz gedeporteerd naar Chelmno en daar vergast. Tussen april en juni werd ook het getto van Lwöw 'ontruimd' en de slachtoffers voornamelijk naar Belzec gedeporteerd en als beesten afgemaakt.

De eerste grote ontruiming van het getto van Warschau begon op 22 juli 1942 en eindigde op 3 oktober '42. Ongeveer 310.322 werden in vee- en goederenwagons geperst en gedeporteerd naar de vernietigingskampen -voornamelijk naar Treblinka- in het General-gouvernement, een zekere dood tegemoet. De joden die over een arbeidskaart beschikten en in de textielfabrieken van het getto uniformen voor de Wehrmacht maakten werden in 1942 nog vrij gesteld aan deportatie maar niet voor lang.

De voorzitter van de Judenrat, Adam Czerniakow, werd opgedragen om de ontruiming van het getto mee te organiseren maar dit was er teveel aan. Czerniakow schreef in zijn dagboek vooraleer hij zelfmoord pleegde op 22 juli 1942 (de 1ste dag van de deportatie) de volgende afscheidszin: "Ze eisen van mij dat ik met mijn eigen handen de kinderen van mijn volk ter dood breng. Er staat mij niets anders te doen dan te sterven."

Wanneer Himmler begin januari 1943 een bezoek brengt aan het getto is hij verontwaardigd dat er nog ongeveer 60.000 joden in het getto waren en beveelt de onmiddellijke liquidatie van het getto. Het getto moest volledig Judenfrei zijn vòòr de verjaardag van Adolf Hitler op 20 april. Die definitieve ontruiming werd ingezet op 15 januari 1943 maar zou helemaal niet zo gemakkelijk verlopen als in 1942.




Laatst geupdate op ( Sunday 29 April 2007 )
 
addtofav
Verzet.org maakt dankbaar gebruik van Joomla! en krijgt de technische ondersteuning van Antifa.net, Ahmad Al Kasim en VEDEZE van Blokwatch.
Ga naar top pijltje