|
De Dossin Kazerne, verzamelplaats voor deportatie van de Joden van België |
|
|
|
|
Thursday 29 January 2004 |
|
Pagina 2 van 7
Aankomst in het Kamp
De opgepakte Joden werden direct met vrachtwagens naar de Dossinkazerne gevoerd. Hoe het daar aan toe ging weten we ondremeer uit het getuigenis van
Claire Prowizur en de Amerikaanse hoogleraar Louis J. Micheels die beiden in het kamp verbleven en hun droevige relaas deden in het boek
'Stille Rebellen' van Marion Schreiber's (zie bron onderaan).
De zware eiken vleugeldeuren van de kazerne ging snel weer dicht eens de vrachtwagens de grote vierkante binnenplaats waren opgereden. De mensen kropen moe en
depressief uit de wagens, met hun koffer, een rugzak of een tas met de allernoodzakelijkste spullen in hun hand. Enkele SS'rs in uniform wachtten hen op.
De Joden werden verdeeld in verschillende groepen: zij die bestemd waren voor onmiddellijke deportatie zo gauw transport voorhanden was; nationaliteiten van neutrale
landen of landen die met Duitsland waren geallieerd waarvan inderdaad een aantal niet werden gedeporteerd; Entscheidungsfalle of twijfelgevallen,
zoals personen (Mishlinge) van gemengd bloed of joden die met niet-joden waren gehuwd, werden later naar het kamp in Drancy (Frankrijk) gezonden;
en politiek gevaarlijke die naar gevangenissen en strafkampen werden gevoerd. In de eindfase van het bestaan van het kamp kwamen daar ook nog de zigeuners bij.
Iedereen, volwassenen, kinderen en ouderen, moesten in rijen van drie voor een deur met het bord 'Opname' gaan staan om geregistreerd te worden.
Hun tassen en zakken bleven achter op de binnenplaats. Binnen stonden drie lange tafels naast elkaar, waarachter SS'rs en jonge vrouwen achter typmachines
de gegevens noteerden. Om moeilijkheden met buitenlandse ambassades te vermijden die zich eventueel zouden interesseren voor de verblijfplaats van een gearresteerde
burger, noemden de Duitsers alle buitenlandse joden 'statenloos'. Belgische joden kwamen op een andere lijst te staan.
Aan een volgende tafel moesten de gevangenen vervolgens al hun papieren, hun juwelen en hun waardevolle voorwerpen afgeven. Die werden allemaal in bruine enveloppen
gestoken en genummerd. Daarop kregen de gevangenen een kartonnen bord met een nummer met aan de achterzijde hun naam. Dat bord moesten ze van dan af altijd met
een touw om hun nek dragen. Alle borden kregen naast het nummer ook een Romeins cijfer mee (VII, XVI, XXI enz.) dat in feite het nummer was van het transport
waarmee ze op zeker ogenblik zouden worden gedeporteerd.
Sieraden, geld en polshorloges werden in een papieren zak verzegeld samen met hun huissleutels. Alleen trouwringen werden niet afgenomen. Op de papieren zakken
werden de afzonderlijke voorwerpen en de naam van de eigenaar en het transportnummer genoteerd. Aan de derde tafel moesten de gevangenen handtekenen voor hun
ingehouden spullen.
Vervolgens moesten ze in een zijkamer zich volledig ontkleden en werden hun kleren doorzocht en een lichaamsonderzoek gedaan op verborgen spullen. Nadien konden
zij hun tassen en zakken ophalen op de binnenplaats en zich naar de bagagecontrole begeven.
Dit was het terrein van SS-Untersturmführer Karl Mainzhausen, die een brutale geweldenaar was. Wanneer gevangenen treuzelden of hun koffers niet snel genoeg
openden sloeg hij er op los. Meestal sloeg hij ook al was er niks aan de hand.
De registratieprocedure nam gemiddeld zo'n drie uren in beslag. Op het einde van de procedure kregen de gevangenen een deken, een bord en een lepel. Vandaar
ging het naar de slaapkamers die op de bovenste verdiepingen van de kazerne waren gelegen. Daar waren ruw gebouwde kamers met houten stapelbedden, twee boven elkaar.
De stromatrassen waren doordrenkt van het zweet en het vuil van de voorgangers. Geen kasten, geen stoel, alles moesten ze onder hun bedden wegduwen. Vervolgens
hield de Duitse hoofdopzichter Dagobert Meier een korte inleidende toespraak om de dagelijkse gang van zaken en de gedragsregels in de kazerne toe te lichten.
|
|
Laatst geupdate op ( Saturday 20 September 2008 )
|