|
De Dossin Kazerne, verzamelplaats voor deportatie van de Belgische joden |
|
|
|
|
Thursday 29 January 2004 |
|
Pagina 5 van 7
De Bevrijding en de Nasleep
Tijdens de oorlog wisten de meeste Mechelaars wel dat in de Dossinkazerne joden uit heel België werden samengebracht en dat ze van daar uit met de trein naar een 'onbekende bestemming' werden gevoerd. Sommige kinderen liepen zelfs een eindje mee met een jodentrein. In een wanhoopspoging om de aandacht van de buitenwereld te trekken, gebeurde het immers dat de passagiers kleine bezittingen of briefjes naar buiten gooiden. Volwassen Mechelaars bleven soms staan om de inzittenden van de jodentreinen te groeten, hoewel dat verboden was. De meeste Mechelaars hadden echter geen flauw benul van wat de gedeporteerden uiteindelijk te wachten stond.
In de ochtend van zaterdag 2 september 1944 hield de Duitse majoor Fritsche het in Mechelen voor bekeken en vertrok met de noorderzon. Vervolgens ontvluchtten oorlogsburgemeester Baeck en de VNV-schepenen De Poortere en De Wit de stad.
De vierde VNV-schepen, Baetens had reeds op 20 juli 1944 zijn ontslagbrief ingeleverd. De aftocht kon voor de Duitse bezetter niet snel genoeg gaan en in de nacht van 3 op 4 september verdwenen ze met alles wat enigszins draagbaar was of wielen had. Maandagochtend, 4 september, vielen er in Mechelen haast geen Duitsers meer te bekennen. Die nacht waren trouwens 500 à 600 Joden uit de Dossinkazerne ontsnapt, omdat hun bewakers de benen hadden genomen.
Om 12.15u was het dan eindelijk zover: vier Engelse tanks, gesteund door Canadese infanterie en gegidst door leden van het verzet, heroverden de stad Mechelen. Ze kwamen vanuit Brussel en Gent en achtervolgden de vijand in de richting van Antwerpen en Lier. Grote veldslagen moesten er in Mechelen niet geleverd worden; slechts een handvol Duitsers schoot in een wanhoopspoging zijn laatste munitie leeg. Het laatste oorlogsleed was geleden en dat was eraan te merken ook: de ondergedokenen kwamen uit hun schuilplaatsen tevoorschijn, aan elk huis wapperde de nationale driekleur, de Brabançonne klonk onophoudelijk door de straten.
De dagen na de bevrijding slaat ook in Mechelen de volksrepressie hard toe. 'Incivieken' en collaborateurs worden opgepakt en met vrachtwagens vervoerd naar de Dossinkazerne (en ook naar de kazerne Baron St.-Michel) en werden opgesloten. Op 16 september 1944 werd de Dossinkazerne officieël als interneringskamp ingericht, in afwachting van hun processen. De kampcommandant van Breendonk, en tevens verantwoordelijk voor de leiding over de Dossinkazerne, Sturmbannführer Philip Schmitt, werd op 20 november 1945 ingerekend en in 1950 worden berecht en geëxecuteerd. Tijdens het spraakmakende 'Proces van Breendonk' dat in april/mei 1946 plaatsvond zal al de ellende van Breendonk en de gebeurtenissen in de Dossinkazerne voor het grote publiek bekend raken.
De balans van de vervolging was ongemeen hard geweest onder de joodse bevolking van België. Van de 55.670 joden die op last van de Duitsers werden geregistreerd, werden er uiteindelijk 24.906 gevat en in 28 transporten vanuit de Dossinkazerne gedeporteerd. Slechts 1.194 Joden overleefden de kampen. Van het 'zigeunerkonvooi' van 15 januari '44 overleefden van de 351 gedeporteerden slechts 13 personen de gruwelen.
|
|
Laatst geupdate op ( Sunday 20 July 2008 )
|