|
Het Euthanasieprogramma T4, voorspel tot de holocaust |
|
|
|
|
Saturday 20 September 2003 |
|
Pagina 2 van 7
Van rassenpolitiek naar sterilisatie
Op 14 juli 1933 maakt de Hitler-regering de Reichssterilisationsgesetz bekend (de "Wet ter voorkoming van erfelijk ziek nageslacht" zie kader.) Deze wet liet de nazi's toe om gedwongen sterilisatie uit te voeren bij mensen die leden aan de meest uiteenlopende geestelijke of lichamelijke erfelijke ziekten, maar ook chronische alcoholisten kwamen in aanmerking.
Deze sterilisatiewet werd nooit verder uitgebreid want de groep mensen die voor sterilisatie in aanmerking kwam, was groot genoeg. Maar op 11 maart 1935 vond toch nog een zitting plaats van de Arbeitsgemeinschaft II van de Commissie van Deskundigen voor Bevolkings- en Rassenpolitiek, waar beraadslaagd werd over de in de wet niet opgenomen sterilisatie van gekleurde kinderen. Zonder uitbreiding van de wet (m.a.w. op illegale basis) zullen 385 gekleurde kinderen door de Gestapo naar universitaire klinieken worden gevoerd en daar operatief worden gesteriliseerd.
14 juli 1933:
Wet ter voorkoming van erfelijk ziek nageslacht
Gesetz zur Verhütung erbkranken Nachwuhses
Artikel I.
(1.) Iedereen die lijdt aan een erfelijke ziekte mag chirurgisch gesteriliseerd worden als, volgens het oordeel van de medische wetenschap verwacht kan worden dat de erfgenamen ernstig zullen lijden aan erfelijke geestelijke of lichamelijke stoornissen.
(2.) Iedereen die binnen deze wet lijd aan een van de volgende kwalen moet beschouwd worden als erfelijk ziek:
1. aangeboren zwakzinnigheid 2. schizofrenie 3. manische depressie 4. aangeboren epilepsie 5. erfelijke St. Vitus dans (Chorea van Huntington - motorisch gestoorden) 6. erfelijke blindheid 7. erfelijke doofheid 8. ernstige erfelijke vervormingen
(3.) en bijkomend, iedereen die lijdt aan chronisch alcoholisme mag ook worden gesteriliseerd
Artikel II.
(1.) Iedereen die om sterilisatie verzoekt kan daarvoor in aanmerking komen. Als de betrokkene er niet toe in staat is of onder toezicht staat wegens geestelijk onvermogen of jonger dan 18 jaar, is diegene die toezicht houd gemachtigd om het verzoek in zijn plaats in te dienen. In alle andere gevallen van geestelijk onvermogen moet de aanvraag de goedkeuring wegdragen van de wettelijke vertegenwoordigers. In het geval de betrokkene volwassen is en een verpleegster heeft, moet met haar advies rekening worden gehouden.
(2.) Het verzoek moet begeleid zijn van een certificaat van een inwoner die gemachtigd is op te treden namens het Duitse Rijk dat bevestigd dat de betrokkene geïnformeerd werd over de aard en de gevolgen van de sterilisatie.
(3.) Het verzoek om sterilisatie kan worden herroepen.
Artikel III.
Sterilisatie kan ook worden aanbevolen door:
(1.) De officiële fysicus
(2.) De verantwoordelijke ambtenaar van het hospitaal, het sanatorium of de gevangenis.
Artikel IV.
Het verzoek om sterilisatie moet per schrijven worden gericht of in geschreven taal worden aangeboden aan het kantoor van het Gerechtshof voor Erfelijke Ziekten. De verklaring omtrent het verzoek moet gestaafd worden aan de hand van een medisch document of op een andere wijze geautoriseerd zijn. Het zakelijk kantoor van het gerechtshof moet de officiële fysicus in kennis stellen.
Artikel VII.
De resultaten van het Gerechtshof voor erfelijke ziekten zijn geheim.
Artikel X.
Het Hoger Gerechtshof voor Erfelijke Ziekten heeft het laatste woord.
Op 15 september 1935 wordt ook de Wet ter bescherming van de Duitse Eer en het Bloed gestemd (Gesetz zum Schutze des deutschen Blutes und der deutschen Ehre) bestemd voor de Jodenkwestie, en ook in de daarop volgende jaren nog een aantal andere decreten ivm de Zigeuners, de Homoseksuelen ea. goedgekeurd.
Cijferstatistieken over het aantal sterilisaties die werden uitgevoerd, komen van het Duitse Ministerie van Justitie. Zo werden er in 1934 62.463 sterilisaties verricht, in 1935 waren het er 71.760 en in 1936 nog eens 64.646. Sterilisatie was niet zonder risico, want in diezelfde drie jaren stierven 'officieël' 367 vrouwen en 70 mannen op de operatietafel. Cijfers vanaf 1936 tot aan het begin van de oorlog zijn niet bekend, maar als men rekening houd met de aantallen van de drie eerste jaren, werden er naar schatting wellicht tussen de 350.000 en de 450.000 personen gedwongen gesteriliseerd.
|
|
Laatst geupdate op ( Monday 07 January 2008 )
|