headerbanner
Aanbevolen boeken en AV-media:
De zaak Daens. Een priester tussen Kerk en christen-democratie (Frans-Jos Verdoodt)
Israel's War History; prod. Sharon Schaveet; docu. 2007; 1 DVD; 120 minuten; engels; zw/w & kl.
Wednesday 07 January 2009
Home
Actueel
Het Waanzinnige Rijk
Hitlers Handlangers
Hitlers Gewillige Beulen
Vergeten vervolgden
Ware Helden
Collaboratie in België
Het verzet in België
NS docs / wetten
Varia
Boekenbank
Link Partners
Gastenboek
Auteur
Contact
Hugo Van Minnebruggen's Facebook profiel

Joods Actueel


De terreur van de SS-Aufseherinnen. Deel 1 PDF Afdrukken E-mail
Tuesday 05 April 2005
Artikel index
De terreur van de SS-Aufseherinnen. Deel 1
Hildegard Laechert
Mandel, Brandl en Lupka
Alice Orlowski van Majdanek


Inleiding


Het blijft voor velen onder ons een onbegrijpelijke zaak te zien, te lezen en te horen, wat vrouwen -sommige onder hen waren moeders met kinderen- andere vrouwen en (hun) kinderen kunnen aandoen, wanneer een bepaalde omgeving en in een bepaalde tijd met een bepaalde ideologie samenvallen. Al deze vrouwen (op een uitzondering na) waren allen nog erg jong toen ze het tot SS-Aufseherin schopten. Irma Grese was slechts 19 jaar(!) oud toen ze Oberaufseherin (hoofdbewaakster) werd in de vrouwenafdeling van het vernietigingkamp van Auschwitz-Birkenau. Ze hadden haast allen gemeen dat ze laag geschoold waren en wij zouden van deze jonge vrouwen, in andere omstandigheden en in andere tijden, wellicht nooit iets van ze gehoord hebben.



Haast allen kregen zij hun opleiding tot kampbewaakster in het vrouwenkamp KZ Ravensbrück, de kweekschool van de SS, die aan de lopende band sadistische vrouwen uitbraakte. Na hun opleiding zwermden ze als hongerige bidsprinkhanen uit naar de andere concentratie- en vernietigingskampen waar ze ongebreideld hun satanische gangen konden gaan zonder dat er ook maar één iemand hun een strobreed in de weg zal leggen. Niet enkel om hun eigen seksegenoten te (helpen) vermoorden maar, hun toch onherroepelijk ten dode opgeschreven slachtoffers wiens enige schuld het was toevallig te behoren tot een door het Derde Rijk geproclameerde ongewenste mensengroep, door hen tijdens de tijd die ze nog hadden te leven, onnoemelijk veel te laten lijden en hen daarenboven met zichtbaar genoegen elke dag -24u op 24u- telkens maar opnieuw, diep te vernederen, vreselijk te kwellen en zwaar te mishandelen.

Allen hadden ze ook gemeen dat ze later op hun proces voor het oog van het grote publiek, tegenover hun slachtoffers/getuigen en tegenover hun rechters ook nooit hun schuld hebben kunnen en niet willen toegeven. Elke vrouwelijke SS-beul leed vanaf het einde van de oorlog aan een schijnbaar onverklaarbaar chronisch geheugenverlies: "Ik was daar, maar ik heb niets gezien", "Ik heb zelf niets verkeerd gedaan, dat waren anderen", "Het was allemaal de schuld van Himmler", "Ik heb hooguit een paar vrouwen een klap in het aangezicht gegeven", "Hoe zou ik zoiets hebben kunnen doen? Ik ben toch zelf ook een moeder.", "Ik heb nooit iemand gedood", "Ik heb nooit iemand naar de gaskamers gezonden" enz.

Misschien dat Jan de Laender in zijn boeiend boek "Het hart van de duisternis" (zie bronnen laatste pagina), nog het hardst geprobeerd heeft om een verklaring te zoeken voor wat zich in die vier oorlogsjaren in de vrouwenkampen heeft afgespeeld en hoe bijzondere omstandigheden deze jonge vrouwen in altijd naar bloed hunkerende monsters heeft kunnen veranderen: "Degenen die zich aan wreedheden hebben schuldig gemaakt zijn bijna altijd gewone mensen. Het vermogen tot wreedheid is in elk van ons aanwezig. Wie in zijn eigen goedheid gelooft, heeft alleen het geluk gehad nooit te zijn blootgesteld aan omstandigheden die het kwaad in ons wakker maken. (..) Wreedheid is nauw verbonden met het bestaan van hiërarchisch georganiseerde groepen. Dergelijke groepen kunnen folteren en moorden en toch kan elk van hun leden een diep gevoel van persoonlijke onschuld bewaren. Wat de positie van het individu in de machtsstructuur ook moge wezen, altijd zorgt de groep ervoor dat het over psychologische verdedigingsmechanismen beschikt die zijn gedrag verrechtvaardigen. Het is alsof de schuld in het labyrint van de groep verdwaalt en verdwijnt."


Hermine Braunsteiner alias:
'Die Stute von Majdanek' (Schoppende Merrie)


Hermine Braunsteiner werd algemeen beschouwd als de verschrikkelijkste opzichtster in Majdanek direct naast Hildegard Lächert, Alice Orlowsky en Elisabeth Knoblich. Bezeten van excessieve razernij sloegen en schopten ze op iedereen in die hen voor de voeten kwam en hielden met hun ongebreideld sadisme een waar schrikbewind in stand en een klimaat van panische angst beheerste het kamp.

Hermine Braunsteiner werd geboren uit een streng katholieke familie op 16 juli 1919 in Wenen in Oostenrijk. Nadat ze haar school had afgemaakt droomde ze ervan om verpleegster te worden maar werd er niet geschikt voor bevonden. Op haar veertiende ging Hermine als dienster bij een dierenhandelaar werken maar behalve kost en inwoon bracht het nauwelijks wat op. Haar zuster was als dienster in Nederland gaan werken en daarom probeerde ze om met haar eerste zelfverdiende geld in Nederland aan de slag te kunnen. Maar daar is niets van terecht gekomen want al aan de grens werd ze tegengehouden en teruggestuurd.

Eind jaren dertig, toen ze werkzaam was in het Heinkel luchtvaartfabriek in Berlijn, werd ze overgehaald om in een concentratiekamp als bewaakster te werken en ging zij op 15 augustus 1939 aan de slag in KZ Ravensbrück om daar haar opleiding te krijgen. In 1941 krijgt ze daar de leiding over de kleedkamerafdeling (Kleiderkammer). Het is daar dat al snel haar gewelddadige en sadistische neigingen naar boven kwam. Al spoedig geraakte ze berucht voor het slaan en schoppen van oude vrouwen tot ze dood neerzegen.

Op 16 oktober 1942, Hermine was toen nauwelijks 23 jaar oud, werd de blauwogige blondine overgeplaatst naar het vernietigings- en concentratiekamp KZ Majdanek niet ver van Lublin in Polen. In januari 1943 wordt zij Rapportführerin, daarna Opvolgster van Oberaufseherin Elsa Erich. Haar drang naar misbruik en sadisme nam vele vormen aan in het kamp. Altijd had ze haar varkenslederen zweep bij zich die ze in één van haar laarzen borg.

Ze moeide zich in de 'selecties' van vrouwen en kinderen die ze naar de gaskamers stuurde en ranselde vele vrouwen af met haar zweep tot ze er dood bij neervielen. Ze schopte met haar met ijzer beslagen laarzen 'Eisenstiefeln' vele vrouwen dood wat haar de Poolse bijnaam Kobyla, in het Duits die Stute von Majdanek (Schoppende Merrie) opleverde. De kinderen werden bij de transporten altijd meteen naar de dodenkant geselecteerd en de vrachtwagens die hen naar de gaskamers moesten brengen stonden al klaar. Uiteraard wilden de moeders hun kinderen bij zich houden maar Hermine Braunsteiner stond dat niet toe en trok hen wreedaardig uit elkaar. Dan moesten de vrouwen alleen in de vrachtwagens klauteren en Hermine greep dan de kinderen bij een arm of een been en gooide hen als zakken vuil achterna....

Poolse vrouwen die de terreur van Majdanek overleefden getuigden later: "Ik zal dat kind nooit vergeten, dat kind... het was een klein kind, weet u... De man droeg het op zijn rug. Dat wil zeggen, hij droeg een rugzak en je kon niet zien wat erin zat. Hij kwam door een toeval in de buurt van Braunsteiner. Zij had altijd een zweep bij zich als er weer een transport aankwam. Daarmee sloeg zij in het wilde weg om zich heen en daarbij raakte zij ook de rugzak. Daaruit kwam toen gehuil en gekrijs. Zij gaf bevel de zak onmiddellijk open te maken, toen kwam dat kind eruit. Wij stonden vlakbij en konden zijn gezicht zien. Het kind was helemaal overstuur, rukte zich van de man los die het wilde vasthouden en liep weg. Maar Kobyla ging het achterna, greep het vast zodat het gilde en schoot een kogel midden in het gezicht."

In januari 1944, nadat ze er twee jaar dienst in KZ Majdanek had opzitten, werd Hermine opnieuw naar KZ Ravensbrück overgeplaatst. Majdanek werd ondertussen ontruimd want de Sovjets naderden snel die het kamp uiteindelijk ontdekten en bevrijdden op 22 juli 1944. In Ravensbrück werd zij gepromoveerd tot leidster over een arbeidskamp en later in 1944 werd ze bevorderd tot Oberaufseherin in het subkamp Genthin van Ravensbrück dat net buiten Berlijn was gelegen. Vele slachtoffers getuigden later over Hermine hoe ze vele gevangenen mishandelde met de speciale zweep die ze altijd bij zich droeg.

Op 27 november 1944 werd in Lublin (Polen) reeds het eerste Majdanek-proces gehouden en werden 80 van de 1300 leden van het SS-bewakingspersoneel veroordeeld, Braunsteiner was daar niet bij. Op 7 mei 1945 wist Braunsteiner weg te vluchten uit KZ Ravensbrück want de Sovjets waren in aantocht. Zij keerde terug naar Wenen maar dat was maar voor even want ze klaagde erover dat er te weinig voedsel was. Op 6 mei 1946 werd Braunsteiner een eerste keer gearresteerd door de Oostenrijkse justitie en zat achter de tralies tot 18 april 1947. Op 7 april 1948 werd ze opnieuw gearresteerd in afwachting van een nieuw proces.

Op 22 november 1949 wordt Hermine andermaal veroordeeld tot drie jaren opsluiting voor het uitdelen van 'oorvijgen, klappen en zweepslagen'(..) aan gevangenen in KZ Ravensbrück. Zij zat in de gevangenis tot 1950. Nadat ze vrij kwam uit de Oostenrijkse gevangenis beloofde de regering haar om haar niet meer te vervolgen voor eventuele andere misdaden die ze zou hebben gepleegd en Oostenrijk verleende haar prompt amnestie. Op dat ogenblik was er nog steeds geen sprake van de gruwelijke feiten die zij pleegde in de twee jaren dat zij Aufseherin was in KZ Majdanek. Dat zou pas veel later gebeuren.

De jaren daarna werkte ze in verscheidene hotels en restaurants en leerde er de Amerikaanse soldaat Russell Ryan kennen met wie ze zich spoedig verloofde. In 1959 huwde zij Russell Ryan en verhuisde op 14 april 1959 naar de VS waar haar man ondertussen zakenman in Queens (New York) was geworden. Op 15 januari 1963 verkreeg ze de Amerikaanse nationaliteit. Ondertussen had nazi-jager Simon Wiesenthal haar echte identiteit ontdekt en haar opgespoord in Queens.

Simon Wiesenthal over Hermine Braunsteiner:
"De vrouw die voor de overlevenden van Majdanek een beest was, was voor de huisvrouwen en de buren van 72th Street in Queens/New York "...een van de aardigste vrouwen die wij kennen, die altijd bereid was om iedereen te helpen die iets nodig had.."

Dit fenomeen komt vaak voor en heeft de meest uiteenlopende oorzaken. Een daarvan is dat men SS-opzichters, vrouwen zowel als mannen, na de oorlog dikwijls heeft voorgesteld zoals slechts enkele (volgens Dr. Ella Lingens hooguit 10%) van hen werkelijk waren: perverse beesten, die constant een zweep in de laarzenschacht droegen en daarmee iedere gevangene die hen voor de voeten kwam in het gezicht sloegen. (..) Het waren deze mensen die, in feite alleen onder de zeer bijzondere omstandigheden van het Derde Rijk, en dan minder uit eigen innerlijke drang dan op grond van uiterlijke omstandigheden, misdaden begingen. Nadat de nachtmerrie voorbij was, nadat zij hun uniform hadden uitgetrokken, schoven zij tevens de misdaden terzijde en waren zij voor hun omgeving weer degenen, die zij voor de oorlog waren geweest: volkomen onopvallende mensen."


Wiesenthal rapporteerde de Immigratie- en Naturalisatiedienst van de V.S. over haar onrechtmatig verkregen naturalisatie en na een procedure van vele jaren werd Hermine Ryan-Braunsteiner op 28 september 1971 haar Amerikaanse nationaliteit ontnomen en werd zij, begeleid door Duitse rechercheurs, op 6 augustus 1973 uit de V.S. gezet en met de Lufthansa naar de Bondsrepubliek gebracht.

Deze keer stond ze terecht voor een Duitse rechtbank in Düsseldorf. Op 26 november 1975, 30 jaar nadat het eerste Majdanek-proces had plaatsgevonden, werd in Dusseldorf het proces geopend tegen 15 andere voormalige SS'rs die in KZ Majdanek zich te buiten gingen aan de gruwelijkste wreedheden. Onder hen Hermine Braunsteiner (De Merrie), Hildegard Lächert (Bloedige Brigitte) en Alice Orlowsky -die stierf in de periode dat het proces liep- en als belangrijkste verdachte de kampleider Hermann Hackmann.

Een 80-tigtal Amerikaanse, rechtse en neonazistische organisaties hadden voor Hermine, de Schoppende Merrie, speciaal het Ryan-Defense Fund opgericht en het voor die tijd aanzienlijke bedrag van 17.000 dollars bij elkaar gebracht waarmee ze de borgtocht betaalden zodat Hermine tot aan het begin van het proces op vrije voeten kon blijven. Braunsteiner werd aangeklaagd voor moord in 1.181 gevallen en hulp bij moord in 705 gevallen.

Op 30 juni 1981, na een vijf en een halve maand durende proces, Hermine was dan al 61 jaar oud, werd ze voor haar sadistische daden in KZ Majdanek twee maal tot levenslange gevangenisstraf veroordeeld. Zij werd uiteindelijk veroordeeld voor bewezen feiten met name de selectie van 80 mensen tot de gaskamers, een Kinderaktion, haar betrokkenheid bij de moord op 102 mensen en een selectie tot gemeenschappelijke moord op 1.000 mensen.

In april 1996 werd ze door de regering van Johannes Rau vervroegd vrijgelaten omwille van haar gezondsheidstoestand. Hermine was ernstig diabeticus geworden. Zij overleed aan de ziekte op 19 april 1999 in Bochum op bijna 80-jarige leeftijd.



Laatst geupdate op ( Thursday 18 August 2005 )
 
addtofav
Verzet.org maakt dankbaar gebruik van Joomla! en krijgt de technische ondersteuning van Antifa.net en VEDEZE van Blokwatch.
Ga naar top pijltje