|
De terreur van de SS-Aufseherinnen. Deel 1 |
|
|
|
|
Tuesday 05 April 2005 |
|
Pagina 2 van 4  Hildegard Lächert alias 'Bloedige Brigitte' Hildegard Lächert, geboren op 20 januari 1920 in Oostenrijk, werd op 15 oktober 1942 als Aufseherin aangesteld in KZ Majdanek, in het gezelschap van Elsa Ehrich, die later Oberaufseherin wordt, en Hermine Braunsteiner. Voordien was Hildegard kampbewaakster geweest in KZ Ravensbruck. In Majdanek werkte zij in de bekledingsafdeling waar ze als Aufseherin toezicht hield op de vrouwelijke Arbeidskommando's. Elke ochtend haalde zij het Arbeidskommando op, begeleidde hen naar de werkplaatsen en bracht hen 's avonds terug. Zij hield toezicht op de arbeid en was ook steeds op de appèls present. Hildegard Lächert werd er later op haar proces van beschuldigd dat zij als één van haar talloze gewelddaden in mei 1943 een mannelijk slachtoffer vermoordde. Deze man was grondwerken aan het uitvoeren nabij het badhuis van het kamp toen Hildegard hem zonder duidelijke reden het bevel gaf zich voorover te buigen. Daarom gaf ze hem met haar Stiefeln een zware trap tegen het hoofd en in het gezicht. Daarna bleef zij met haar beruchte zweep, waarvan in het einde een metalen kogel was vervat, op de arme man inslaan tot hij ter plekke overleed. Aan de andere gevangenen beval zij "den Dreck da weg zu nehmen". Haar bijnaam 'Bloedige Brigitta' dankte ze aan het feit dat zij in haar beruchte razernijen zo hard en zo verschrikkelijk lang op de gevangenen bleef inslaan en schoppen totdat het vlees van haar slachtoffers er in bloederige lappen bij hing. Een andere daad was de moord op het Poolse meisje Wladka, die zwanger was. Het kind bleek door een SS-Man te zijn verwekt met wie Hildegard een verhouding zou hebben gehad. Lächert had haar Schaapshond tegen het meisje opgezet en verplichtte de overigen gevangenen toe te kijken hoe de grote hond het arme meisje verscheurde. Na een tijdje in het lazaret te hebben gewerkt is zij vanaf april 1943 nog enkel in het hoofdkamp actief waar zij de vrouwelijke arbeidskommando's van Feld V, het vrouwen- en kinderenkamp, bewaakte. Lächert bekleedde geen bijzondere positie of vaste arbeidsplaats. Zij werd tekens elders ingezet waar zij andere Aufseherinnen moest versterken. Op 30 september 1943, na elf maanden in het kamp nabij Lublin te hebben gewerkt, werd zij omwille van haar zwangerschap uit de dienst ontslagen. In 1944 werd Hildegard overgeplaatst naar KZ Plaszow nabij Krakau en nadien in KZ Auschwitz-Birkenau. In december 1944 ontvlucht zij het kamp op de hielen gezeten door het naderende Rode Leger. Sommige rapporten vermelden dat haar laatste 'job' in KZ Mauthausen in Oostenrijk was. In november 1947, werd de voormalige SS-vrouw voor het gerecht gedaagd in Krakau, samen met 40 andere SS-bewakers Lächert zat naast drie andere voormalige Aufseherinnen Alice Orlowski, Therese Brandl en Louise Danz. Voor de oorlogsmisdaden die zij pleegde in KZ Auschwitz en Plaszow, werd Hildegard -die intussen moeder van twee kinderen was- veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf. In 1956 werd zij weer vrijgelaten uit de gevangenis van Krakau. In 1975 besliste de Duitse Bundesregering om 16 voormalige leden van het kamppersoneel van het vernietigingskamp KZ Majdanek voor de rechter te brengen. Hildegard was een van hen, samen met Hermine Braunsteiner en Alice Orlowski. Vanaf 26 november 1975 tot 30 juni 1981, vond het proces in het gerechtshof van Düsseldorf plaats. Hildegard was wellicht de spraakzaamste van alle beklaagden in de gerechtszaal en onthield pers en publiek nooit van haar cynische commentaar: "Wenn man da sitzt und belastet wird, dann kommt einem das vor - ich dachte manchmal: Bin ich hier in einem Gericht? Ist es wahr, oder ist es nicht wahr? Kann es möglich sein?" Merkwaardig: Opvallend was bij Lächert het volledige gebrek aan schuldbewustzijn. Zo vergelijkt zij de toenmalige gebeurtenissen in het concentratiekamp met die als gewone Duitse gevangenissen: "Ich war ein Jahr und zweieinhalb Monate dabei. Und dafür sitze ich jetzt schon über 16 Jahre. Die machen genau dasselbe wie bei uns passiert ist. Nur ein bißchen vornehmer." Dat het haar in de aanloop naar het proces niet aan te horen was dat ze last had van haar geweten, begon integendeel haar lichaam steeds meer vreemde reacties te vertonen. Een zware huidziekte teisterde haar lichaam en verergerde met de dag dat het proces aansleepte. Overal vertoonde zich fel gekleurde huidvlekken en konden alleen uitgelegd worden als het gevolg van haar psychische toestand ten gevolge van het proces. Hildegard Lächert: "Ich hab das in mir reingefressen. Und da merkte ich in vorigen Jahr im Sommer, das ist jetzt bald ein Jahr, daß ich das habe. Das juckte überall. Überall hab ich so rote Flecken gehabt und hab mich wundgekratzt. Wie es da losging, immer mit der "Blutigen Brigitte" und alles da. Mit den Kindern und, eh, da hab ich das eben dann auf einmal kam das." De getuigenissen tegen Lächert waren veelvuldig, lang en sadistisch. Een voormalige gevangene, Henryka Ostrowska, getuigde "Wij zeiden altijd bloedige omdat zij altijd bleef slaan en slechts ophield als het bloed rijkelijk vloeide, en gaven haar de bijnaam: "Bloedige Brigitte. "(..) Aber so, wenn man sie gesehen hat, privat - ich sage privat - wenn sie mit SS-Männer unterhalten sich hat oder mit seine Kolleginnen, da war sie sehr lustig und sehr nett. Aber wenn sie zu uns gesprochen hat, und geschlagen hat, das Gesicht war grausam. Das Gesicht war keine Gesicht Frau." Vele andere getuigen karakteriseerde haar als de 'slechtste' de 'wreedaardigste' Aufseherin, als 'beest', en als de 'schrik van de gevangenen'. "Sie war so wie ein Tier, was verlangt Blut", getuigde Janina Latowicz in de gerechtszaal. Voor haar aandeel in de selecties naar de gaskamers (Hildegard Lächert in Düsseldorf: "Wir haben was munkeln gehört... Da hab ich erst erfahren, dass es ‘ne Gaskammer gibt."), haar hond op de gevangenen los te laten en haar algemeen gewelddadige karakter, veroordeelde de rechter haar tot 12 jaar effectieve gevangenisstraf. Hildegard heeft nooit haar schuld voluit toegegeven: "Ich sprech‘ mich nicht frei, ich hab mich auch damals nicht frei - ich hab mich zur Schuld bekannt. Aber ich hab keinen umgebracht, und wegen mir ist keiner gestorben. Und dabei bleibe ich heute noch."
|
|
Laatst geupdate op ( Thursday 18 August 2005 )
|